Harderwijk in de 70’s: Je was Cruijff en Van Hanegem, maar ook Zoetemelk en Kees Verkerk

2014-12-28 12.52.16En daar vloog ik naar buiten, jongeman van tien, met mijn wollen puntmuts en handschoenen. De donkerblauwe muts leek, verbeeldde ik me, erg op die van de schaatser Kees Verkerk wanneer die een medaille in ontvangst nam. Hij schaatste altijd met zo’n strak op het hoofd plakkende muts die als een middeleeuwse soldatenhelm in een punt uitliep naar de neus, maar daarboven abrupt halt hield. Maar als de Hollandse driekleur wapperde –in zwartwit want de kleurenteevee was nog geen gemeengoed- en het Wilhelmus schalde uit het koperen blaaswerk, dan droeg hij zo’n imposante kaboutermuts met een wollen bolletje erop. Die had ik nu op en het gaf me een onoverwinnelijk gevoel. Ook als er een kakkerlak uitviel, want we woonden boven een bakker en genoten een kakkerlakkenplaag.

Zojuist was de eerste dag van het EK Schaatsen afgesloten. Mijn vader en moeder lazen de Telegraaf en daarin stond een tabel met de afstanden en de namen van de schaatsers. Mijn vader hield dat zorgvuldig bij en tegenwoordig durfde hij het ook aan mij over te laten. Moeder serveerde de erwtensoep. Die maakte ze zelf en dat kon ze goed. Van haar moeder geleerd, die een boerendochter was en ook verder met het land vergroeid en alleen al om die reden was haar soep de koningin onder de etenswaren.

Met mijn vriendjes imiteerde ik het schaatskampioenschap in het winkelcentrum dat warm en overdekt was. Het winkelcentrum was ongeveer honderd meter lang. Daar imiteerden we de rondjes van Ard en Keessie, zoals heel Nederland onze toenmalige schaatshelden noemden. We noemden een rondje 500 meter, drie rondjes 1500 meter, tien 5000 meter en twintig ronden 10 000 meter. We schaatsten niet, we liepen hard. Maar verplicht met de handen op de rug. En gingen we door de bocht, dan moest dat met een zwaai-arm, anders werd je gediskwalificeerd. Ook kenden we binnenbochten, buitenbochten en om de ronde was er, net als bij het echte schaatsen, de bekende wissel. Waarbij we het realistischer maakten door onze schoenen uit te trekken. Op sokken gleed je namelijk wel eens uit, net als echte schaatser.

2014-11-09 09.56.09Ik was goed en zag er met mijn puntmuts uit als de koning van het ijs. Dat gevoel was van groot belang, ook al was er geen ijs.

De enige die mij altijd klopte was snelle Petertje, de buurjongen die nog in zijn broek poepte. De andere vijf was ik de baas. Zeker in het algemeen klassement konden de resultaten behoorlijk uiteenlopen. Maar ook destijds was ik al ambitieus genoeg om de beste te willen zijn. Tweede was niet goed genoeg.Mijn vader sprak wel eens van ‘de eeuwige tweede’ en dat klonk erg zielig. Topsporters die geen kampioen konden worden waren meelijwekkend, en ik wilde niet meelijwekkend zijn.

Dat geschaats was maar een onderdeel van mijn belevingswereld. Het spreekt vanzelf dat ik in andere seizoenen andere sporthelden nadeed. Vooral voetballers. Het waren de hoogtijdagen van het Nederlands voetbal. Bij vlagen kwamen ze wel even terug in de decennia erna, maar geen voetbalgeneratie was zoals die van Cruijff en Van Hanegem. Ikzelf was bij voorkeur Willem van Hanegem. Ik liet mijn kousen afzakken tot op mijn enkels en schoffelde me door de modder. Ik imiteerde zijn kopbal tegen AC Milaan, die voor 2-0 zorgde. Dat lukte me best, vond ik zelf, op dat veldje vol hondenpoep. Het was jammer dat er geen doelen waren, maar we legden onze jassen op een meter of vier uit elkaar en speelden hele wedstrijden na.

Het was nog wel eens oorlog over wie Van Hanegem mocht zijn of Cruijff of Piet Keizer. Maar als dat eenmaal was uitgemaakt en je scoorde twee of drie doelpunten tegen de jongens uit je buurt, dan hoorde je een heel stadion meejuichen.

Om het echt te laten lijken, gaf een van ons tijdens het spelen commentaar. Meestal ik, want ik was een dominante dwingeland die vond dat hij recht had op de beste rollen. Dat is nooit echt veranderd. Maar u hoeft het niet zo heel vervelend te vinden, want die rol schiep ook verantwoordelijkheden. Ik liep me de benen uit het lijf op mijn bruine Bata-schoenen met kale neuzen en gaf onderwijl onafgebroken commentaar. Ik raakte voortdurend buiten adem, maar je laten kennen was er niet bij. Je was commentator en dat droeg je.

En in de zomer reed ik op mijn tweedehands fietsje in mijn eentje heen en weer van mijn woonplaats Harderwijk naar het iets verderop gelegen dorp Hierden. Dan was ik Joop Zoetemelk die eindelijk eens de Tour de France won. Ook weer begeleid van commentaar. Ik reed buiten zinnen langs de Zuiderzeestraatweg, waar wel auto’s reden, maar toch niet zo veel als tegenwoordig.

En wat maakte het uit dat je de successen vooral en louter in je beleving vierde? Ook de latere echte successen vierde je immers louter in je beleving. En zal ik je wat vertellen? Ik genoot er minder van dan een triomf in het winkelcentrum op Petertje. Stadions hadden minder atmosfeer dan ons winkelcentrum.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s