Experimenten in de popmuziek: Robert Fripp en zijn frippertronics

G2015-01-15 12.56.20-1elukkig zien we het experiment weer terugkomen in de popmuziek. Er was een tijd dat ook de meest vooruitstrevende bands zich tevreden stelde met een mooie song. Uit de hand lopende zoektochten zoals we die kennen uit de seventies en eighties verdwenen. Nu zien we Alt-J en Woodkid weer kwistig zwerven in de prachtige periferie van popmuziek.

Refreintje-coupletje-refreintje bevredigt ze niet; ze gebruiken het rockinstrumentarium voor onderzoek. Onderzoek dat laat zien dat muziek een kunstvorm kan zijn om ideeen uit te drukken en sferen te scheppen, in plaats van louter een vermakelijke bezigheid voor een hossend publiek. Ook leuk, maar iets te beperkt.

Experimenterende popmuzikanten zijn niet nieuw. Brian Eno zette samen met Bryan Ferry eerst Roxy Music op de kaart, voordat hij begon om musea te vullen met zijn ambiance soundscapes. Peter Gabriel zong bij Genesis, maar staat tegenwoordig muzikaal te experimenteren met orkesten en musici uit hele verre landen.

Een vermaarde band uit de jaren zestig en later in de jaren tachtig, King Crimson, bracht gitarist Robert Fripp voort. In een tijd dat het en vogue was om te laat te komen met ongewassen hoofden en in shabby kleding, begon Fripp stipt op tijd in goed gesneden kostuums. Hij was daarmee zijn tijd ver vooruit.

Fripp was van de discipline. Ook in zijn muziek. Hij probeerde met zijn gitaren en effectpedalen van alles uit. Samen met grootheden uit zijn tijd (hij speelde met Bowie en Peter Gabriel), maar ook vaak alleen. Toen ik een jaar of 20 was verschenen er albums met zijn frippertronics, een zelf ontwikkeld instrument.

Wat Fripp en Eno hadden ontdekt was dat je een grapje uit kon halen met de toen nog erg populaire bandrecorder. Je zette er twee op zijn kant, zette een band op de ene computer en een op de andere en het signaal dat je speelde herhaalde zich. Dus: raakte je een snaar aan, dan herhaalde zich het geluid en bleef het zich herhalen. Op die manier bouwde Fripp hele muziekkastelen op.

Zeer kunstzinnig. Een wereld die vreemd klonk en toch ook weer vertrouwd. Nooit eerder gedaan en daarna ook nooit meer. De slepende gitaartapijten, met veel zorg opgebouwd, gaven de muzikant de mogelijkheid om zonder enig ander instrument dan een gitaar atmosferen neer te zetten die een geheel eigen ritme en diepte hadden. Het was eigenlijk muziek die leek op van die Japanse en Chinese schilderijen zonder horizon. Er zat iets eeuwigs in.

Ik luisterde altijd liggend naar de muziek. In een tijd dat mijn leven hoofdzakelijk bestond uit nachten doorgaan in steden als Amsterdam en Groningen, liet ik mij af en toe vermoeid neerzijgen op een kamer in Nunspeet, ergens tussen de bomen, om Fripps frippertronics tot me te nemen. Het is een genoegen dat ik mezelf helaas te weinig gun.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s