De Regt en Dooremalen te stellig in ‘Wat een onzin!’ (Over wetenschap en het paranormale)

wetenschapVandaag plaats ik maar liefst twee stukken over ‘Wat een  onzin!’ van De Regt en Dooremalen die met een haast kerkelijk soort stelligheid het paranormale naar het rijk der fabelen verwijzen. Vooral voor die stelligheid is geen enkele reden. Nu ben ik geen wetenschapper, maar heb ik er wel een open oor voor, net als voor de creativiteit van veel paranormale wetenschappers en onderzoekers. Er zit ongetwijfeld veel ´onzin´ in de wereld van het paranormale, maar het boek van de Regt en Dooremalen bewijst die onzin niet. Bovendien is er bij beide heren een erg groot geloof in de wetenschap. Er is wel enige reden om daaraan te twijfelen.

Stel, je hebt iets geks gezien. Een vallende ster bijvoorbeeld. Je komt enthousiast in de kroeg en vertelt het verhaal. Tussen je vrienden zitten twee mannen, bekenden van bekenden, en die kijken je sceptisch aan. De één is kaal, de ander heeft een baard.

‘Hoe laat was dat?’ vraagt de een.

‘Hoe laat precies?’ verduidelijkt de ander.

Als je de tijd vertelt, schudden ze het hoofd.

‘Dan zie je geen vallende sterren volgens de statistieken’ zegt de kale.

‘Sowieso zie je vrijwel geen vallende sterren in deze tijd’ zegt de baard.

‘Dus we geloven niet dat je een vallende ster gezien hebt’ besluit de kale.

‘Maar ik heb er toch echt een gezien. Bewijzen jullie het tegendeel maar eens.’

‘Oh nee, de bewijslast ligt bij jou’ zegt de kale.

‘Jij beweert iets dus nu moet jij het ook bewijzen’ voegt de baard toe.

Ongeveer zo gaan de heren Herman de Regt en Hans Dooremalen te werk in hun bewierookte boek ‘Wat een onzin!’ dat vorig jaar verscheen bij de uitgeverij Boom. In dat boek binden zij de strijd aan met paranormale verschijnselen. Dan doen ze met ‘de wetenschap’. Of althans: met wat zij daar onder verstaan.

De pers is er laaiend enthousiast over. Maar dat is onze pers al snel wanneer iemand weer een nuchter Hollands toontje laat horen in de sfeer van ‘Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’. En zeker als daarmee iets paranormaals naar het rijk der fabelen kan.

Hoewel ze zeggen niet suggestief te willen zijn, gooien ze toch wel erg veel modder naar bijvoorbeeld Pim van Lommel, die onderzoek deed naar bijna dood ervaringen. Uiteraard wordt ook Jomanda weer van stal gehaald. Een dankbare schietschijf. En daarmee houdt het niet op. Derk Oglivie en Char zijn goochelaars. En uittredingservaringen zijn net zoiets als dromen. Feitelijk kan je er niets mee. Aldus De Regt en Dooremalen.

Ze nemen stelling, en dit is omdat al dat geloof in paranormale zaken niet geheel ongevaarlijk is. beweren ze. Om niet te zeggen gevaarlijk. Door Jomanda’s sterven namelijk Millecams. Dat voorbeeld zullen we nog wel een paar jaar horen, en het blijft ook bedenkelijk wat daar is gebeurd. Maar de reguliere medische wereld moet nu ook weer niet vromer doen dan de paus. Hoeveel mensen sterven jaarlijks door onachtzaamheid of onopmerkzaamheid van mensen uit de reguliere medische wereld?

Bijna-dood-ervaringen zijn een ander mikpunt voor de denkbeelden van De Regt en Dooremalen. In dat kader gooien de heren, zoals gezegd, modder naar Pim van Lommel, die volgens een interview dat de heren hadden ‘schandalig’ handelt. Nu blijkt uit hun boek ook wel dat Van Lommel soms te gemakkelijk conclusies trekt en wat al te stellig is omtrent bepaalde zaken. Maar staat hij daarin alleen?

Op bladzijde 26 en 27 van hun boek (1e druk) concluderen de heren dat ‘we ons niet meer hoeven te vermoeien met het zoeken naar verklaringen voor waarachtige buitenlichamelijke waarnemingen’. Deze krasse conclusie trekken zij na twee anekdotes over bijna dood ervaringen. De voorbeelden komen uit het boek van Pim Van Lommel. We zullen ze behandelen.

-Het eerste gaat over een man die in comateuze toestand werd binnengebracht in een ziekenhuis en gereanimeerd werd. Zijn kunstgebit raakte zoek in het ziekenhuis tijdens de reanimatie. Een week later weet de patiënt de verpleegkundige te vertellen waar het kunstgebit is. Dit weet hij omdat hij uitgetreden is, luidt de verklaring van de verpleegkundige. Van Lommel heeft het verhaal dus niet rechtstreeks van de man, maar van een verpleegkundige.

-Het tweede voorbeeld gaat over een vrouw, Pamela Reynolds. Haar verhaal is beroemd geworden omdat ze een zeer zware operatie onderging, waarbij het bloed uit haar brein was verwijderd. Ook was er een hartstilstand. De volgorde was:

7.15 Reynolds wordt onder algemene narcose gebracht. Na alle apparatuur aangesloten te hebben, werd haar schedel gelicht en begon de hersenoperatie.

10.50 Het bloed wordt afgekoeld.

11.25 Hartstilstand: het bloed wordt uit het brein gehaald.

12.00 Wanneer het verwarmde bloed wordt teruggepompt ontstaan er hartproblemen die verholpen worden door elektrische schokken.

14.10 Ze wordt de operatiekamer uitgereden.

Na de operatie herinnert Reynolds zich het volgende.

‘Het begon volgens haar met een geluid en vlak daarna volgde een uittreding’ vertelt het boek van De Regt en Dooremalen ‘Tijdens deze uittreding zag ze de artsen een deel van de operatie uitvoeren. Ze zei verbaasd te zijn geweest dat de schedelzaag op een tandenborstel leek.Ze zag verwisselbare zaagbladeren die in een kistje lagen dat eruit zag als een kistje voor dopsleutels. Ze hoorde een vrouw zeggen dat er een probleem was: de toegang tot haar slagaders was te klein.’

Dan krijgt ze een bijna-dood-ervaring, zoals talloze mensen in deze wereld die hebben gehad, volgens onder meer Dr Moody. Ze gaat door een tunnel, treedt een helder licht binnen en ontmoet onder anderen een overleden oma en oom. Ze houden haar tegen. Haar oom brengt haar weer terug.

De stelling van Van Lommel is dat de bijna-dood-ervaring van Reynolds plaats vond op het moment dat het bloed uit haar hersenen was. Dat was nog niet het geval met het deel van het verhaal dat over de schedelzaag en de dopsleutels handelt. Toen was ze ‘gewoon’ onder narcose.

De Regt en Dooremalen doen nu iets wat veel wetenschappers doen, wanneer er iets paranormaals lijkt te gebeuren. Zij trekken zich terug in de ivoren toren van het materialistisch denken, alsof dat de enige objectief ware toetssteen zou zijn. En dit terwijl we nog steeds bijzonder weinig weten over hoe materie zich gedraagt. Doorgewinterde wetenschappers weten hoe vaak we onze theorieën hebben moeten herroepen, hoeveel mensen ten onrechte verketterd zijn wanneer zij met een nieuwe theorie kwamen. Niet door theologen of paranormale voormannen, maar door wetenschappers.

(Een leuk en interessant boek hierover is ‘ Een kleine geschiedenis van bijna alles’  van Bill Bryson die veel voorbeelden geeft van verketterde wetenschappers en het gebrek aan kennis dat schuilgaat achter onze wetenschappelijke beeldvorming.)

De Regt en Dooremalen zoeken onmiddellijk andere verklaringen voor de twee voorbeelden. De slordige wetenschappelijke omgang met gegevens van van Lommel helpt ze daarbij. Van Lommel maakt een paar fouten. Een hele grote zelfs. De bijna-dood-ervaring vond bij Reynolds volgens hem plaats toen het bloed uit de hersenen was.

Dat is een zeer belangrijk kernpunt in de discussie. Het gaat er natuurlijk om of we een ziel/geest hebben die los van onze hersenen kan functioneren. Als dit bewezen wordt, is er erg veel reden om aan te nemen dat er meer is tussen hemel en aarde. Hier mag je niet slordig zijn, en dat is Van Lommel wel.

De Regt en Dooremalen grijpen het dankbaar aan, noemen dit in een interview ‘schandalig’ en stellen vast dat het onduidelijk is waarop van Lommel het baseert dat het bloed bij Reynolds uit de hersenen was, toen zij haar bijna-dood-ervaring kreeg. Die ervaring kan heel goed hebben plaatsgevonden toen zij het bloed nog wel in de hersenen had.

Zij komen ook met een alternatieve verklaring. De narcose was misschien niet diep genoeg. Dan zou zij van alles hebben kunnen horen. En al eerder is vanuit de wetenschappelijk-materialistische hoek een verklaring gekomen voor bijna-dood-ervaringen, waarbij lichaam en ‘ ziel’ nog gewoon samenwerken. Klinisch dood is niet echt dood, beweert men daar. Uiteraard gaat hierachter het denkbeeld schuil dat er niets paranormaals aan de hand is. Alles blijft fysiologisch bewijsbaar.

Over het kunstgebit geven De Regt en Dooremalen ook een paar alternatieve verklaringen, die naar hun mening ‘ook nog eens veel aannemelijker zijn’  dan een buitenlichamelijke waarneming, waar Lommers in gelooft. Iemand van de verpleegkundigen zou hem hebben kunnen verteld waar het ding lag. Of de man zou het verhaal ook nog ‘onopzettelijk verzonnen’  kunnen hebben.

Waarom die verhalen aannemelijker zouden zijn, kan je je afvragen. Omdat logica onomstotelijk aannemelijker is dan een paranormale verklaring? Hangt dat niet van je paradigma, van je axioma’s, van je eigen aannames en ‘ beliefs’  af?

Hun kritiek, u ziet het, zit goed in elkaar en ze leggen de bijl aan de wortel van de valkuilen waar Van Lommel in is gelopen. Zo heeft hij het verhaal van het kunstgebit niet van de man zelf, maar van een verpleegkundige. Dat is koren op de molen van De Regt en Dooremalen.

Een paar vragen blijven echter staan:

-Hebben De Regt en Dooremalen nu aangetoond dat uittredingen bijna-dood-ervaringen een fysiologisch proces, bijvoorbeeld een gevolg van narcose, zijn? Met andere woorden: is het nu bewezen dat het niet iets paranormaals zou kunnen zijn?

-Hebben De Regt en Dooremalen in hun boek bewezen dat hun verklaringen van het kunstgebitvoorbeeld en de Reynoldsoperatie ‘aannemelijker’ zijn dan die van van Lommel? Betekent bijvoorbeeld het feit dat Van Lommel het verhaal niet van de man zelf heeft, maar uit de tweede hand, dat het onwaar is? Of om het andere voorbeeld te gebruiken: weten De Regt en Dooremalen zeker dat Reynolds haar bijna-dood-ervaring had toen het bloed nog in haar hersenen was?

-En tenslotte: betekent het feit dat er alternatieve verklaringen zijn voor paranormale verschijnselen, dat deze verschijnselen niet paranormaal zouden zijn?

Het antwoord op al deze vragen is volgens mij ‘nee’. De Regt en Dooremalen leggen de zwakte van hun tegenstanders bloot, en proberen ons te overtuigen van de betrouwbaarheid van hun eigen denkwijze, maar echt aantonen dat bijna-dood-ervaringen niet zouden bestaan, dat doen ze niet.

Dat vinden ze ook niet nodig. ‘ De bewijslast ligt niet bij ons maar bij hen.’ Ze vinden het beter om geen gebruik te maken van anekdotes als wetenschappelijk bewijsmateriaal. Dat is onvoldoende om conclusies te trekken. Anekdotes zouden slechts de start kunnen zijn van een wetenschappelijk onderzoek. Om veel te stellig te eindigen met de stelling dat ze zich niet meer hoeven te ‘vermoeien met het zoeken naar verklaringen voor waarachtige buitenechtelijke waarnemingen.’

Ik ben het hiermee oneens. Zo makkelijk komen ze er bij mij niet af, al zou het totale Nederlandse volk hun boek bewieroken. Zelfs als een anekdote niet bewezen kan worden, een gebeurtenis niet wetenschappelijk te onderbouwen is, kan zo’n gebeurtenis toch plaats gevonden hebben. Wetenschap heeft namelijk zelf beperkingen. Wat blijkt uit allerlei onderzoeken die elkaar tegenspreken, uit de zeer belastende reacties van wetenschappers op nieuwe theorieën en het verketteren van mensen die met die nieuwe theorieën komen.

Tenslotte nog dit. De Regt en Dooremalen baseren zich in hun kritiek op Van Lommel op een paar anekdotes van een paar onderzoekers en handelen dus zelf in strijd met wat ze op pag 27 beweren: ‘ Wetenschap dient geen anekdotes te gebruiken om theorieen te bewijzen’

Ik geloof dus na lezing van het boek van De Regt en Dooremalen niet dat paranormale verklaringen voor bijzondere gebeurtenissen ‘onzin’  zijn. Wel ben ik blij met de waarschuwing van de mannen tegen de misstanden in de wereld van paranormale. Nuchterheid past, en als iemand zich op het pad van de wetenschap wil begeven om te bewijzen dat de andere wereld bestaat, dan mag hij niet slordig met gegevens omspringen.

Ik geloof trouwens niet dat alles bewezen kan worden. Er gebeuren dingen die we niet kunnen verklaren en misschien ook nooit zullen kunnen verklaren. De mens is beperkt. Wie dat betwijfelt, moet zich nog maar eens in de geschiedenis van de wetenschap verdiepen.

Advertenties

23 gedachtes over “De Regt en Dooremalen te stellig in ‘Wat een onzin!’ (Over wetenschap en het paranormale)

  1. De auteur van deze site is mijns inziens te enthousiast over het paranormale poppenkast. Om niet wetenschappelijk verklaarbare dingen toe te schrijven als zijnde paranormaal is nergens op gebaseerd, dat is jezelf voor de gek houden. We leven nu in 2014 en tot op heden is er nog niemand in geslaagd om de miljoen dollar van James Randi te incasseren. Met kinderlijk eenvoudige testjes moet men kunnen aantonen over paranormale krachten te beschikken, de test worden zodanig opgesteld dat fraude uitgeloten is ! Tot op de dag van vandaag is er nog niemand van de oplichters en charlatans in geslaagd om dit aan te tonen…..merkwaardig toch ? Van wichelroedelopers tot paragnosten, ze vielen allemaal door de mand, en nog staan er mensen op om te beweren met de overledenen te kunnen praten. Tuurlijk….lekker makkelijk om dit soort onzin te verkopen, tegenstanders kunnen immers het tegendeel niet bewijzen. Over de BDE hetzelfde, Dick Swaab heeft tientallen tests uitgevoerd om te kijken of mensen in coma (of bijna dood) dingen konden “zien” die ze eigenlijk niet konden zien, en wat bleek ?….niemand van de patiënten was in staat om te vertellen waar de artsen hun persoonlijke spullen in de kamer hadden verstopt. Pim van Lommel is een fantast, en gaat mee in een toevalstreffer van een patiënt die wist waar zijn kunstgebit lag, waarschijnlijk heeft deze man dat gehoord tijdens zijn “dood” dat is zeer wel mogelijk ! Van Uri Geller dachten de goedgelovige en vaak naïeve mensen ook dat ie lepels en vorken kon laten breken door met zijn vingers te wrijven, ook deze truc werd door Randi ontmaskert. En trouwens, er is nog nooit in de geschiedenis een moord of verdwijning opgelost door een helderziende, dit in tegenstelling tot wat sommigen menen te beweren.

    Ze zijn niet paranormaal…maar paranoia

    • Jacob Bolk doet precies hetzelfde als talloze andere mensen die wetenschap als Heilige Koe hebben: in zijn beleving is geen ruimte voor ‘andere werelden’ dan de onze. Wat we niet zien, bestaat niet. Wat niet aangetoond kan worden, is ‘paranormale poppenkast’. ‘Om niet wetenschappelijk verklaarbare dingen toe te schrijven als zijnde paranormaal is nergens op gebaseerd’. Ervaringen die mensen beschrijven over contact met doden, onverklaarbare gebeurtenissen en dergelijke, zijn a priori lulkoek.
      En die aanname bepaalt dan vervolgens weer hun verdere houding. Als we dan een keer wel iets paranormaals aantonen, kan en mag dat niet iets paranormaals zijn, maar is het een toevalstreffer. Immers: volgens de wetten der kansberekening (een door ons bedacht leuk wiskundig speeltje) moet er af en toe iets onverklaarbaars gebeuren. Dat is dan Toeval, een woord dat ik met een hoofdletter schrijf omdat het in de belevingswereld van de materialistische denkers het verklaringsmodel bij uitstek is om het idee van onwaarneembare werkelijkheden af te doen.
      De vraag die ik stel is: zouden die onwaarneembare werkelijkheden kunnen bestaan zonder dat wij die wetenschappelijk kunnen waarnemen? Zou het aan de beperkingen van de wetenschap, en aan de beperkingen van de menselijke middelen kunnen liggen, dat we die onverklaarbaarheden zo moeilijk kunnen bewijzen? We weten dat onze wetenschappelijke tools tekort schieten. Vraag het de astronoom, de geoloog, de breinspecialist-hoeveel weten we echt van de werking van het heelal, het brein, de aarde? Iedere wetenschapper klaagt over de tekortkomingen van onze meetapparatuur.
      En dan is er nog dit gegeven: we zien slechter dan een vogel en we horen slechter dan een hond. Bepaalde licht- en geluidfrequenties zijn voor ons volkomen ontoegankelijk, en van de deeltjes snappen we iets, maar nog lang niet alles. Stel dat onze ziel (als hij zou bestaan, waar de Swaabs niet vanuit gaan) na onze dood het vermogen zou hebben om in bewuste ‘bezielde’ energie te veranderen die processen in de natuur zou kunnen beïnvloeden, zouden wij dat met onze middelen dan ooit kunnen ontdekken en registreren?

      Wat ik maar wil zeggen: er is waarschijnlijk veel meer dat we niet dan wel wetenschappelijk kunnen verklaren met onze enorme beperkingen. En onze ‘beliefs’ bepalen hoe we dat wat we niet weten verklaren. Geloven we in een andere wereld, dan verklaren we de dingen paranormaal; geloven we er niet in, dan zullen we er alles aan doen om te bewijzen dat dat onzin is. Het juiste antwoord is volgens mij: we weten het niet. De wetenschap kent teveel beperkingen om dit soort zaken echt te kunnen doorgronden. Stel dat dode zielen voortleven in andere dimensies, als energievonken of whatever, dan kan het maar zo zijn dat wij die met onze meetapparatuur en ons mooie maar beperkte waarnemingsvermogen niet kunnen waarnemen.

      Daarom sluit ik zelf het bestaan van leven in andere dimensies en werelden niet uit. Ik realiseer me dat dat een geloof is, een overtuiging, maar daarin verschil ik niet van Bolk, Swaab, De Regt en Dooremalen.

      En tot slot: mensen die andere werelden uitsluiten en goden en zielen voor fabeltjes verklaren, hechten erg veel waarde aan de zogenaamd veel objectievere wetenschap. Ze hebben een hekel aan gevaarlijke kwakzalvers, en gooien iedereen die niet gelooft wat zij geloven, op dezelfde hoop: goedgelovige en naïeve mensen. Een arts als Van Lommel en een fantast als Uri Geller zijn uit hetzelfde hout gesneden: oplichters zijn het, allemaal!, mopperen de Bolken, gevaarlijk ook.

      Juist de wetenschap brengt echter voortdurend oplichters voort. Mensen die onderzoeken vervalsen. Hoogleraren die om sexy te zijn voor media pseudowetenschappelijke onzin de wereld in slingeren. Artsen die rommelen met hun beroepsethiek. Die levensbedreigende ‘foutjes’ maken. Wetenschappelijke committee’s die prijzen uitreiken aan mensen die ze niet verdienen, en die de echte ontdekkers van iets moois negeren. En zo verwijt de pot de ketel dat die zwart ziet, en botst ook in de discussie tussen wetenschap en metafysica het ene geloof op het andere.

      Niets uit te sluiten dat niet te bewijzen is, dat is mijn antwoord hierop. En ik moet zeggen: dat is een bijzonder prettige houding.

  2. Egobert,

    Laat ik duidelijk stellen dat ik vanuit mijn wetenschappelijke positie meer waarde hecht aan opvattingen en conclusies van collega Swaab en De Regt dan aan die zweverige verhalen van paragnosten of helderzienden. Waarom er nog nooit een paragnost of een wichelroedeloper erin is geslaagd om bij James Randi aan te tonen dat hij / zij ook daadwerkelijk over ”buitenaardse” of ander onverklaarbare krachten beschikt, is mij tot op heden niet duidelijk ! Door wetenschappers moet er empirisch bewijs materiaal worden geleverd wat door collega wetenschappers getoetst kan worden op juistheid. Mediums daarentegen komen verhalen aandraven dat ze met de overledenen kunnen communiceren, iemand die dit wil geloven doet er goed aan om zich psychiatrisch te laten onderzoeken. Wat mediums doen is gebruik maken van cold reading, en de meest dappere en brutale mediums als een Robbert v/d Broeke zullen ook hot reading toepassen.

    In ieder beroepsgroep worden fouten gemaakt, daar vormen artsen en wetenschappers geen uitzondering op, het enige verschil zit ‘m in de toetsingsgraad…..bij de meeste paranormale claims valt er niets te toetsen, en mocht dat wel het geval zijn dan nog zal er niemand zo dom zijn om zich wel door Skepsis of Randi te laten testen….en dat zegt genoeg !

    Maar mocht jij in jou kennissenkring paranormale vrienden hebben die het wel aandurven om zich te laten testen dan hou ik mij aanbevolen, bij het onder gecontroleerde omstandigheden slagen van de tests doe ik er ook 10.000 euro bij….

  3. Je bent eerlijk en duidelijk over je uitgangspunt. Dat waardeer ik, want het maakt de discussie helder. Zowel in het kamp van wetenschappers als van ‘paragnosten of helderzienden’ wil men de ander graag als de wortel van het kwaad zien. Wetenschap is illusie, volgens oude spirituele oosterse zienswijzen. Je denkt iets te bewijzen, maar wat bewijs je nou eigenlijk? Of: wat wil je bewijzen?
    Omgekeerd wordt de toon vanuit de wetenschap naar paranormale uitingen en personen steeds scherper. Kwakzalvers, misdadigers en mensen die ze geloven moeten volgens jou naar de psychiater. Ik hou niet van dit soort oordelen. Ik ben altijd meer van de synthese geweest. Ik vind mensen die met gespierde taal andere meningen omver walsen niet interessant of sjiek. Ik raak ook niet van ze onder de indruk.
    Ik hou van wetenschap en ik hou van allerlei door wetenschappers als onzin ervaren onderzoekstochten. Ik sluit niets uit, maakte zelf ook een paar rare dingen mee die weg zijn te redeneren met kansberekening en statistiek, maar dat maakt me niet zoveel uit. De ervaring telt ook.
    Het enige dat je aantoont met het type onderzoek dat jij wilt uitvoeren, is dat paranormale omstandigheden zich kennelijk niet in het keurslijf laten wringen van gecontroleerd onderzoek. Daaruit concluderen dat ze niet zouden bestaan, is jumping to conclusions. Voor jouw begrip: ik deel de mening van Stephen J Gould. Wetenschap en spiritualiteit moeten ophouden uitspraken over elkaar te doen. Het bestaan van een andere wereld is te bewijzen noch uit te sluiten. Ik stel me dan ook voor beiden open. Maar moet ik nu naar de psychiater? Of moeten mensen dat die ongenuanceerd, oordelend , onderwerpend en rigide zijn?

  4. Egobert,

    Nee, daarvoor hoef je niet naar een psychiater. Religie staat los van het claimen paranormaal te zijn, ik heb niks tegen religie, mits het niet doorslaat naar een orthodoxe denkpatroon wat gevaarlijk voor de maatschappij kan zijn ! Maar nogmaals: mediums en helderzienden zouden door middel van een gedegen onderzoek hun ”gaven” moeten kunnen bewijzen. Als iemand een feitelijke claim doet, heeft hij de plicht om zijn claim te onderbouwen; de scepticus heeft niet de plicht om de claim te weerleggen.
    Wie de bewijslast niet op zich neemt, hoeft door geen enkele scepticus serieus genomen te worden, en bovendien hoeft de scepticus niet het tegendeel te bewijzen van wat er beweerd of geclaimd wordt.
    Bovennatuurlijke beweringen die het in de geschiedenis goed deden door zich in mysterie te dompelen worden er nu meer dan ooit in het informatietijdperk uitgevist en blootgelegd in het licht van rigoureus onderzoek.
    In steeds grotere aantallen overgroeien we de lange intellectuele stagnatie van de bijgelovige adolescentie van de mensheid, en wetenschappers of critici ontmaskeren maar al te vaak bovennatuurlijke beweringen die door bluf en intimidatie een positie van onverdiend respect hebben verworven. Paranormale claims verdienen geen ontzag, en hoeven zeker niet met meer ceremonie worden aangepakt dan welke andere claims dan ook.
    Het is nu eenmaal niet anders dat je statistiek nodig hebt om resultaten van dit soort experimenten juist te kunnen duiden. Als je daar omheen wilt, is eigenlijk van alles mogelijk, maar dan heeft het met ”mijn” wetenschap weinig te maken.

  5. We gaan mantra’s herhalen.

    Mediums en helderzienden zouden door middel van een gedegen onderzoek hun gaven moeten bewijzen, vind jij. En velen met jou. Maar vanuit hun perspectief is dit volledig onnodig. Invallen komen niet op het moment dat je daar een sceptische schijnwerper op zet, is bijvoorbeeld een opvatting. Anderen erkennen de methodieken niet die de wetenschap toepast. En daar rammelt ook nog veel aan. Zoals ik al eerder zei: onze meetapparatuur is zeer beperkt. Heel wat licht en geluidsfrequenties ontgaan ons.

    Claims van paragnosten hoeven de scepticus niet te overtuigen. Natuurlijk niet. En je hebt het volste recht om te denken dat de wetenschap nu de verborgen onzin van paranormale pretenties bloot te leggen. Als dat je opvatting is, gefeliciteerd.

    Ik heb goede redenen om dingen met een open mind te benaderen. Wat niet bewezen kan worden, moet je niet krampachtig gaan lopen bewijzen. Mensen hebben het kennelijk nodig om hun beliefs te bewijzen. Zowel de sceptici als de gelovigen. Het is de (atheïstische) neurowetenschapper Goldberg die zegt dat we onze opvattingen aanpassen aan onze emoties. Wetenschap wil dit doorbreken, maar stapt zelf in de ene valkuil na de andere.

    Steeds meer Diederik Stapels. Te vaak berichten over verkeerde behandelingen van patiënten met een dodelijke afloop. Prijzen voor mensen die inzichten gejat hebben bij anderen die die prijzen niet krijgen. Onzintheorieen die we jaren hebben moeten geloven. En met wetenschappelijke status aangeklede stelligheid over dingen die we misschien wel niet kunnen meten of weten.

    Ontmasker de charlatans in beide kampen. En stel je open voor wat waar kan zijn. Dat is mijn keuze.

  6. Mediums en helderzienden zouden door middel van een gedegen onderzoek hun gaven moeten bewijzen, vind jij. En velen met jou. Maar vanuit hun perspectief is dit volledig onnodig.

    Natuurlijk vinden paragnosten het onnodig om met bewijslast te komen, en waarom denk je dat ze dat onnodig vinden ? Zou het misschien kunnen omdat er tot op de dag van vandaag nog niet één paragnost of helderziende er in is geslaagd om onder streng gecontroleerde omstandigheden aan te tonen ook daadwerkelijk over paranormale krachten te beschikken ? Maar wellicht beschik jij over documentatie waaruit blijkt dat ik er naast zit, dat zou kunnen !

    Ik kan en wil het niet begrijpen dat sommige mensen blijven geloven dat het mogelijk is om via een medium met hun overleden dierbaren te communiceren. Sommige naïeve mensen komen met verhalen van ”het medium zei dingen die hij / zij nooit kon weten” nee, dat klopt, maar door een spervuur aan vragen (cold reading) op een open doel te schieten valt er vroeg of laat wel een doelpunt. Missers van het medium worden snel vergeten of over het hoofd gezien, en treffers worden overgewaardeerd en gekwalificeerd als zijnde paranormaal.
    Religieuze of andere spirituele overtuigingen hebben nog nooit iets wezenlijks bijgedragen aan een beter begrip van mens en wereld. Dat is voorbehouden aan de wetenschap.

    Diederik Stapel pleegde plagiaat en werd door de wetenschap onderuit gehaald en gekwalificeerd als een fraudeur, maar met zijn optreden mag niemand de wetenschap in een kwaad daglicht stellen………ook niet iedere kardinaal of priester zal zich aan kleine kindertjes vergrijpen….over een hemel gesproken……..

    Trouwens sportief om ook andere meningen te respecteren en deze te laten staan op de site, het levert een bijdrage aan een faire en open discussie !

  7. Ik begrijp je standpunt wel, hoor, Jakob. Maar ik deel je beliefs niet altijd.

    ‘Religieuze of andere spirituele overtuigingen hebben nog nooit iets wezenlijks bijgedragen aan een beter begrip van mens en wereld. Dat is voorbehouden aan de wetenschap.’

    Dit is een mooi voorbeeld van een belief. En dat mag he? Maar het is geen wetenschap. Het zijn dit type ‘religieuze’ uitspraken die je ook vindt in de mond van grote wetenschappers. Begrijp me goed: ik vind het best, maar ze hebben voor mij dezelfde zeggingskracht als zinnen als ‘god bestaat’.

  8. Ik ben atheïst Egobert, en ik heb geen God nodig om dingen te verklaren die voor anderen onvatbaar of bovenaards lijken. Het geloven in het bestaan van een god (of goden) is gebonden aan verhalen uit een boek. De bijbel beschrijft geen wetenschappelijk bewijs in haar zoektocht naar het bestaan van een almachtige, dus de bijbel lezen gaat je niet helpen in jou zoektocht of God bestaat of niet. Het is niet te bewijzen dat god niet bestaat, maar tot die tijd dat wél bewijzen hebben acht ik het heel onwaarschijnlijk dat hij bestaat. Helaas heeft niet iedereen zo’n kritische houding en zijn veel mensen vatbaar voor indoctrinatie en naïviteit. Ergens in geloven gebeurt niet zomaar; daar moet iemand op gewezen worden, mee opgevoed worden of iemand moet zelf op zoek gaan naar een troost die het geloof een mens denkt te bieden !

    Daarom staat het mij tegen om de zaak af te ronden met een God aan het begin- en eindpunt en eventuele andere plekken waar God nog meer gaten kan vullen: rationaliteit impliceert voor mij niet een sprong naar het bovennatuurlijke om de zaak te dichten maar een steeds dieper graven in de natuur, ook al brengt dit het onderzoek nooit tot een einde en daarmee geest van de mensheid nooit tot rust. Zo is er uiteindelijk geen verschil tussen mijn afwijzing van het geloof in God en van het spirituele medium dat beweert met de doden te spreken !

  9. Ik had niet anders verwacht dan dat je atheïst bent, mijn waarde Jakob. Prima. De een is voor de kerk, de ander atheïst, een derde voor Ajax of Feyenoord. De zin: ‘ik heb geen god nodig om dingen te verklaren die voor anderen onvatbaar of bovenaards lijken’ is minstens net zo oud als de verlichting en waarschijnlijk zijn er ook oude grieken die hem hebben uitgesproken. Je bevindt je in goed gezelschap met deze opvattingen en sterker: deze manier van redeneren is bij uitstek de gangbare van onze tijd. Althans: in het rijke westen.

    Je bent een beetje slordig in deze zin. ‘Het geloven in het bestaan van een god (of goden) is gebonden aan verhalen uit een boek.’ Welnee. Die boeken zijn ontstaan uit het geloven in het bestaan van een god. Ken je de vruchtbaarheidsgodsdiensten niet die er al waren voordat het schrift was uitgevonden? De bijbel is in dat verband een latertje. Het grappige is dat in dat boek trouwens de zin staat dat niemand god ooit gezien heeft. Zelfs de believers niet. Ga het dan nog maar eens bewijzen.

    Ik kan goed leven met de dingen die mensen geloven en niet geloven. Atheist of iets-ist, dat dondert niet. Elkaar de hersens inslaan om overtuigingen, religieus of niet (komt beiden voor), daar moet je meer vrees voor hebben.

  10. Je hebt gelijk Egobert, ieder mens moet zijn eigen keuzes maken voor zover hij / zij daartoe in staat is. Maar in tegenstelling tot alledaagse keuzes die gemaakt moeten worden is het met religie veelal anders, niemand kan (mag) vanaf zijn geboorte de keus maken of hij / zij gehoorzaam aan de bijbel wil zijn, die keus wordt door de ouders gemaakt of beter gezegd opgedrongen ! En nee, ik ken de verhalen van die vruchtbaarheidsdiensten niet voor dat de bijbel werd geschreven, het boeit mij trouwens ook weinig….daarom ben ik ook biochemicus geworden en geen predikant.

    En als je het toch over keuzes hebt……ik ben voor Ajax

  11. Tja, Ajax. Dat zegt al voldoende haha.

    Wat je verder ziet in je reactie is wat je vaker ziet: de karikatuur die tegenstanders van religie en christendom maken. Ik geloof dat het Kluun was die vaststelde in zijn boekje ‘God is gek’ dat Dawkins anno de 21e eeuw een polemiek voert met een christendom van de jaren vijftig. Het komt te vaak voor dat mensen door ouders gedwongen worden om een geloof te omarmen. Maar dat ‘niemand’ de keuze voor het christendom kan maken, is veel te absoluut. Het is geen 1950 meer.

    Ik heb ook nog een vraag: hoe komt het dat biochemici zich steeds vaker opwerpen als predikanten?

  12. Om maar meteen met de laatste vraag te beginnen: ik persoonlijk ken geen statistieken waaruit blijkt dat biochemici zich steeds vaker opwerpen als predikant ! Wat ik wel weet is dat intellectuelen zich over het algemeen afkeren van het geloof in een god. De meeste wetenschappers die ik ken sympathiseren meer met de theorie van de oerknal en de stellingname van Darwin, voeding geven aan de gedachte van een goddelijke schepping is mijns inziens een misvatting. Ook logisch, het atheïsme is gebaseerd op een volledig tegengestelde denkwijze aan die van christen, joden of moslims.

    Wij baseren ons op kennis, wetenschap, en feiten,… essentiële zaken die gelovigen juist afwijzen als het om het bestaan van hun god(en) gaat.
    Maar wat mij nog altijd het meest tegenstaat is dat alle gelovigen – en zeker monotheïsten – nu juist precies dat doen wat zij meestal atheïsten verwijten. Zij wijzen alle andere religies af en gaan uit van het gelijk van hun eigen god, andere opvattingen die niet stroken met hun geloof worden rigoureus van de hand gewezen. Hoe groot is de kans dat nu juist dat hun god uit den bijbel bestaat en niet een Allah, Zeus of Vishnu ?
    Indien en voor zover iemand het bewijs voor het bestaan van een god kan aanvoeren dat in de wetenschap of in een rechtbank stand zou houden, bekeer ik mij onmiddellijk tot een religie !

    Want wie aan HIV-baby’s, etnische zuiveringen, hongersnoden of oorlogen denkt, kan maar tot één van drie conclusies komen: er is geen god, of god is machteloos en ons lot kan Hem niets schelen, of tenslotte…. god is een moderne verzinsel om de onontkoombare dood te maskeren !

    Meer chocola kan ik er niet van maken…………

  13. Ja dat doen we, was een leuk debat maar in feite off-topic. Het ging in casus om paranormaliteit, ik zou je daarbij vrijblijvend het advies willen meegeven om je eens te verdiepen in cold reading. Dan weet je ook precies waarom mensen geneigd zijn om te zeggen: goh, hoe kon de paragnost dit weten ? het is vissen naar aanknopingspunten Egobert, en de goedgelovige mensen vullen na een spervuur aan vragen ongemerkt en ongewild de antwoorden zelf in ! Een medium is gewiekst en zal protocollair altijd op safe spelen, dit gebeurt door algemene vragen te stellen die op verreweg de meeste mensen van toepassing zijn. Als een paragnost of medium, (of hoe je ze ook wilt noemen) werkelijk helderziend zou zijn hoeven er geen vragen gesteld te worden !

    Een medium zal nooit spontaan roepen “jou opa is in 1987 overleden aan malaria en had een rode Opel Manta” dat doet niet geen enkel medium, ze kijken wel uit, want de kans dat ze verkeerd gokken is levensgroot. Dit voorbeeld zal jij misschien bestempelen als een ridicuul, maar zo gaat het in de wereld van mediums. Een paragnost/medium zou geen vragen hoeven te stellen, als er contact is uit genenzijde kan de overledene toch gewoon zeggen ik ben 67 jaar geworden en ben aan malaria dood gegaan ….toch ? Een Char maakte zich al helemaal belachelijk met haar letter-gegoochel, ze ging het hele alfabet bij langs ….ik zie een F of een G…nee toch een M, bij geen respons wordt er een andere letter aangeduid tot er iemand is gevonden die in het profiel past waar zowel Char als cliënt naar op zoek zijn !

    Je bent intelligent genoeg Egobert, maar in jou zoektocht om te achterhalen of het paranormale wel echt bestaat zou je je meer moeten verdiepen in hun werkwijze.
    En eerlijk gezegd heb ik het idee, dat jou geloofsovertuiging dat het paranormale wél bestaat een barricade opwerpt in het aanvaarden van testresultaten en conclusies van wetenschappelijk onderzoek !

    En dat betreur ik……..

  14. Ach, mijn waarde Jakob,. Ik was ooit lid van de stichting Skepsis en ik volg de femomenen en onderzoeken dasr nog steeds. Intussen ben ik een stap verder en zit ik er anders in. En natuurlijk bepaalt mijn belief hoe ik naar deze dingen kijk. Net als jij.

    Ik zou kunnen herhalen wat ik eerder zei maar alles staat in mijn artikel. Je blijft nu doorgaan met overtuigen. Waarom toch? Ik zie het simpelweg anders. Accepteer dat. Ik sluit een andere wereld niet uit. Ik heb hem niet nodig maar ik sluit hem niet uit. Ook niet na je verwoede pogingen om mij op een ander idee te brengen, waar ik de goede bedoeling wel van in zie.

    En eh…cold reading was me bekend.

    Je was een fijne discussiepartner en blijf vooral doorgaan met jouw onderzoek. Je ontmaskert in elk geval de charlatans. Blijf je ook kritisch op de wetenschap?

  15. Ooit lid van stichting Skepsis, ? dat is wel een hele grote draai in jou carrière moet ik bestempelen. Het lijkt er misschien op dat ik wil doordraven om mijn gelijk te halen, maar zo erg is het niet. Iemand willen overtuigen die niet te overtuigen is is doodlopende weg inslaan. Als lid van Skepsis heb ik ooit een column gewijd aan “Dit is mijn Toekomst” ook z’n hilarisch programma waar volop met mensen uit genenzijde wordt gecommuniceerd.

    Maar goed, jij vroeg of ik ook kritisch blijf kijken richting de wetenschap. Uiteraard zal ik dat blijven doen, dat is vanuit mijn optiek ook de sterkste kant van de wetenschap an sich…kritisch blijven ! Er bestaan vele verschillende betekenissen en interpretaties van wetenschap. In het dagelijks leven wordt wetenschap veelal gezien als een vorm van kennis of weten.
    In tegenstelling tot paragnosten, moet een wetenschapper/onderzoeker wil hij voldoende steun krijgen zijn onderzoeksresultaten onder bouwen, en laten uitzoeken in welke mate deze falsifieerbaar zijn ! Een gerenommeerde wetenschapper zal daarom zijn wetenschappelijk onderzoek altijd vermelden in vaktijdschriften. De ingezonden artikelen worden vervolgens getoetst en beoordeeld door collegae-onderzoekers

    Wel blijf ik met jou van mening dat er nog genoeg overblijft waar de wetenschap (nog) geen antwoord op heeft…maar daar mogen de aanhangers en sympathisanten vanuit de paranormale wereld zich niet achter verschuilen.

  16. Ja, je komt langzamerhand een beetje over als een drammer die zijn gelijk wil halen. Je vindt zelfs dat je mag bepalen waar de aanhangers en sympathisanten vanuit de paranormale wereld zich al dan niet achter mogen verschuilen. En zelfs dat is niet erg, want dat bepalen ze natuurlijk zelf. Ze hanteren andere methoden dan jij en zien dingen anders. En dat recht hebben ze. Ik blijf er vrolijk naar luisteren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s