Een adagio van Bruckner stroomt behoedzaam je hart binnen…

2014-03-03 14.57.35—Deze week kocht ik de Complete Symphonies van Anton Bruckner. En ik heb ze, omgeven door bosrijke natuur, de hele week al opstaan. Aan mensen die alleen maar vertrouwd zijn met popsongs, al dan niet voor nice select little groups, kan je moeilijk uitleggen wat voor schoonheid in de muziek van een componist als Bruckner schuil gaat. Misschien helpt het als ik, om dit te illustreren, een gebeurtenis van vorige week beschrijf.

Ooit, ik denk 20 jaar terug, vond ik een bergstadje in Oostenrijk dat Mallnitz heette. In de winter was er prima te skieen, maar ik wilde niet skieen. Ik wilde in de rust van de besneeuwde bergnatuur genieten van eerst koffie, dan thee en tenslotte wijn bij de open haard in een blokhut. Ik had een stapel boeken bij me, verzamelde wat hout, maakte een haardvuur en ging lui op de bank liggen om te lezen, de koffie binnen handbereik.

Ik verkeerde zowel toen als nu in een stemming die treffend is omschreven door de schrijver Iwan Toergenjew; een favoriet van Gerard Reve: ‘Ik heb geen zin om iets te doen, om iemand te zien, dromen heb ik niet en tot nadenken kan ik niet komen; maar wel tot overpeinzingen. Dat zijn twee verschillende dingen zoals je zelf goed weet.’

Ik zette in die stemming de radio aan. Oesterreich 1. Een klassieke zender. De hele dag klonken de prachtigste symfonieen, steeds netjes onderbroken door de stem van een presentator. Van Bruckner werd het adagio uit de Zesde Symfonie gedraaid. Muziek die in een zeer kalm tempo om een thema heen kabbelde. Zoekend soms, maar toch met een duidelijke richting en uiteindelijk ook wel wat ontlading. Ik vroeg mij af hoe het kon dat muziek die ik niet kende me zo kon raken. Het was net of er receptoren in mij waren aangebracht die speciaal voor deze muziek waren gemaakt.

Ik zou iedereen het verrukkelijk gevoel van welbevinden gunnen dat me daar overviel in die blokhut. Met goede sing a songwriters bereik je dat gevoel ook wel eens, maar popmuziek appelleert wat meer aan snel en dus ook vergankelijk effect. De klank moet zo rechtstreeks mogelijk je gevoel in. Zo’n adagio van Bruckner doet dat anders. Het stroomt behoedzaam en voorzichtig je hart binnen. Waarmee je nu ook weer niet moet denken dat Bruckner niet dreunend en ruig kon zijn. Zijn muziek zit vol erupties en climaxen die op vulkaanuitbarstingen lijken. We moeten niet vergeten dat het hier om een componist gaat die pas naar buiten kwam met zijn werk, toen hij zelf al een veertiger was. Hij had een bewonderenswaardige onverzettelijkheid en was zo’n geest die dwars tegen de stroming van de kritiek in zijn baan bleef trekken. Zijn opstand was niet het beklimmen van de barricaden. Hij trok zijn eigen baan. Onverstoorbaar.

Net als Brahms, wiens 1e, 2e, 3e en 4e symfonie ook met regelmaat klonken in dat land van Mahleriaanse watervallen en ruig gebergte, was Bruckner een 19e eeuwer. In een eeuw waarin het leven nog niet gedicteerd werd door haast en continue afleiding in de vorm van iphones en ipads en games, leek de kunst meer verweven met de natuur, die destijds overweldigender was dan tegenwoordig.

De geest van die tijd was doortrokken van verwijzingen naar grote kunstenaars en denkers, althans in mijn beleving die uiteindelijk op de grens van de 20e en 21e eeuw gevormd is. De adem van bezinning wasemt tegen de vensters van Bruckner’s adagio en dat voelde ik toen en daar in Mallnitz heel erg sterk.

Op een onverwacht moment stond ik op en liep ik naar het raam. Ik keek over besneeuwde velden, omzoond door bergen. De lucht was grijs, het begon te sneeuwen. Ik zag een roofvogel in de lucht die ik heel ver kon volgen. Het leek alsof de vogel op de muziek vloog, en alsof het landschap in een groot adagio veranderde. En zelf was ik daarin niet veel meer dan een vioolsnaar, en dat gevoel van klein zijn gaf een bevrediging die ik zelden daarvoor of daarna meer heb meegemaakt.

Dat kan Bruckner teweeg brengen met zijn symfonieen, en deze week in het bos met zijn konijnen, roodborstjes, meesjes en vinkjes op de grens van winter en lente, was de herinnering er weer. Op internet zocht ik daarom naar Oesterreich 1 en ik vond de life stream. En geloof het of niet, het adagio uit de Zesde van Bruckner begon precies op dat moment te spelen. Ik huiverde tot in mijn tenen en ben na beluistering van dit briljante muziekstuk snel zijn Complete Symphonies van de Staatskapelle uit Dresden gaan kopen. Intens gelukkig ben ik daarna in zijn muziek opgestegen en er is niets in de werkelijkheid dat mij daaruit laat terugkomen.

De link voor het hier genoemde muziekstuk uit de 6e van Bruckner: http://www.youtube.com/watch?v=Y4Jh2mvLass)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s