De gedichten van deze herfst

IMAG0712Oktober en november. De dagen zijn korter. De afwezigheid van licht. Meer binnen zitten.  Lichte neiging tot neerslachtigheid wint het niet van de levenslust, maar doet daar wel een aanslag op. En dat laat de dichter wakker worden in je. Vooral tijdens frequente treinreizen van de Randstad naar Zeeland, met David Sylvian, Brian Eno, Elbow en the Tindersticks bij je. Dit is de poëtische neerslag van de herfst 

1/Tegenover het alhambra,

tussen de zigeunergitaren

Die ontbonden wat we hadden bedacht

 

Over vaste tijdstippen en goed fatsoen

Om passie op te sluiten in woorden,

Zoals plichten of huwelijken

 

of andere instituten die doen alsof

de aarde bestaat uit vaste grond

in plaats van bevend of schuivend land

 

tussen de zigeunergitaren

zwom ik net boven de grond

in de geuren van mijn hart

 

en werd ik een melkwegstelsel

dat draaide van liefde

en andere melkwegstelsels aantrok

 

met trage pirouetten

op grote afstand

 

2/Er is een man die wetten opheft

Wat geldt voor allen

Geldt niet voor hem

 

Hij draait als een wervelwind

Uit de dingen

Die hun ziel aan een woord verkochten

 

Die een naam kregen (zoals liefde)

En van hand tot hand gingen

En versleten tot uitgewoonde wetten

 

Hij heeft het niet over liefde

Hij leest je een boek voor

En je warmt je aan zijn woorden

 

En als je weg wilt gaan

Omdat je hem niet kan bewegen

Tot een verbintenis met hem

 

Zal hij je zeggen dat je

Beter kan blijven

Ook als je niet weet hoe jij en hij

Elkaar moeten

 

3/Ze zeggen dat er een half vijf bestaat

En dat je werkdag dan voorbij is.

Dat je moet trouwen

Als je iemand liefhebt

Want als je met haar trouwt

Heb je haar voor jezelf

En kan er niets meer gebeuren

 

Ze zeggen dat je elke dag het nieuws moet lezen

Dat dat goed is voor je ontwikkeling

Dat er lijken liggen in een straat

In het Midden Oosten,

Dat je die bij moet houden

En in een politieke context moet plaatsen

 

Ze zeggen dat treinen vertragen

En dat auto’s in de file staan

En dat dat niet hoort.

Dat een stoel is om op te zitten

En niet om op te staan

 

Terwijl 65 miljoen jaar geleden

Een meteoriet insloeg in Yucetan

Dat dat gewoon kon gebeuren

Toen er nog geen half vijf was,

Toen er nog geen trouwen was,

Toen er nog geen nieuws was

Of er lijken lagen in de straten van het Midden Oosten.

 

Er zou nooit een trein zijn vertraagd

Als er geen meteoriet was ingeslagen

In Yucetan.

 

 

4/Een man en een vrouw gaan hand in hand

Tussen stationstrappen

Ze lopen voor het eerst hand in hand

Maar hun tred is zeldzaam goed afgestemd

op de tred van de ander

 

Ze dragen lange jassen

Waarin voldoende ruimte is

Voor hun liefde

 

En hun hoofden glanzen

van pasgeboren tederheid

en van knisperknasper discretie

 

Ze kijken elkaar niet aan

In hun ogen liggen landschappen

Die mensen kunnen verblinden

 

Een man en een vrouw gaan hand in hand

Ze beklimmen de stationstrappen

Als koningskinderen schrijden ze omhoog

 

Ze zegt iets

Dat Shakespeare zou hebben kunnen schrijven

En nog niets is aangetast

Door verwachtingen en afstemming

Op de tred van de ander

 

 

5/In de stad,

tussen de kroonluchters

van een grand cafe

van vergane glorie

zong een koor

 

de man zat half

om de vrouw gevouwen

de vrouw hield zich wat in

 

het was haar stad

misschien waren er bekenden

ze waren geen pubers meer

 

een vrijage in het openbaar

was onfatsoenlijk en tilde

de sluiers van fatsoen te hoog op

 

maar hij kon alleen maar

praten en bewegen om haar af te leiden

zodat hij ongemerkt

naar haar kon kijken

terwijl het koor de hemel bezong

6/Boven de zielloze luchthaven

Was de lucht vlak grijs

De zon had geen kans

 

Een spreeuw deed zich tegoed

Aan platgetrapte patat

En vloog daarna naar

Een prullenbak

Waar omheen zwervers gegroepeerd

Op halfopgegeten hamburgers vlasten

 

Er reden bussen af en aan

In het ritme van een digitale dienstregeling

Er stonden mensen die hier niets anders te doen hadden

Dan wachten op de doorreis

 

Dit waren de momenten

Waarop je begreep

Waarom je geliefden had

 

 

7/Was de liefde maar

een oceaan van onwaarneembare gassen

Zodat mensen haar niet konden

Opslaan of kanaliseren of in leidingen

Konden transporteren

Naar fornuizen

om er goedkope maaltijden mee te bereiden

 

Was de liefde maar een onwaarneembaar gas

dat golfde en kolkte over de riffen en grenzen

van afspraken en wetten

en ons als branding omsloeg

 

dan hadden mensen geen kans om

de stromingen van de oceaan

in contracten vast te leggen

 

-contracten die alles tot vaste stof maken

wat vloeibaar is

 

 

8/Hij ging al jaren door

Landschappen die zichzelf ontregelden

En afbraken

Landschappen, met het jaar lelijker,

waar door klimaatverandering

slagregens, windhozen en aardschokken

overheen trokken

 

en nu, in een ontwortelend november,

ging hij in het landschap staan

en schreeuwde,

schreeuwde met klappen

die op blikseminslagen leken,

dat het god betere het

afgelopen moest zijn met

die verdomde destructie

 

de nacht vouwde zich om hem heen

als een beer om zijn prooi

en in de warme beschutting

van zijn omvamende schoot

viel hij ten prooi aan de vraatzucht

van de aftakeling

 

9/Een man ligt met zijn gedachten

In een bed dat hij niet kent

In een hotel dat aan alle comfort voldoet

 

Zijn werk brengt hem overal

De mensen willen er alles over weten

Waar komt hij niet allemaal?

Welke werelddelen heeft hij niet gezien?

 

In een bed dat hij niet kent

Denkt hij aan de vrouw die hij liefheeft

Die hij veel te weinig ziet

Bij wie hij niet kan zijn

 

Daarom slaapt hij graag met zijn gedachten

Dan heeft hij het gevoel dat hij zin heeft

Dat er nog iemand om hem geeft

 

10/Het einde der tijden

Zal komen als het einde

Van een inspirerende geliefde

 

Een draagmoeder van eenzaamheid

Met een duister kind in haar holte

 

Bij wind en regen en vallend blad

In een schrale

Veel te vroeg begonnen nacht

Werpt ze het kind

 

Je hoort

Hoe de hemel zich oprolt

En je ruikt alsem

Die de geur van je geliefde wegneemt

 

11/Kon ik de tango maar met je doen

Op een Argentijnse oever

 

Een uur vurig dansen

Met een kop vol rimpels

En een blik die

Dwars door de zonsondergang heen

Naar ons eerste geflirt keek

 

Kon ik de tango maar met je doen

Op een Argentijnse oever

 

Ritme dicteren

Met een kop vol geschiedenissen

En bewegingen

die nog niet bestonden

 

Dwars door herinneringen heen

Die als Helleense opgravingen

verbrokkeld lagen op tedere aarde

 

Kon ik de tango maar met je doen

Op een oude brug

Die vol Argentijnse verlichting

Mijn geheugen met jou verbond

En jouw geheugen met het mijne

 

Dan zouden tenslotte ook

De woorden van ons weg dansen

Terwijl wij met elkaar vergroeiden

In een siamese ademtocht van liefde

 

 

 

 

12/Je hoort op een oever niet samen naakt te zijn,

Zei een stem uit mijn jeugd, ik weet niet meer van wie,

Je hoort daar waar de honden worden uitgelaten

Je primaire behoeftes onder controle te houden

En te vergeten dat er zoiets bestaat als

Een lichaam dat je wilt innemen

Alsof het een stad is

 

Je hoort op de oever van een rivier

Je kleren aan te houden

En samen liggend met een rietje in je mond

Naar de muggendans

Boven het windstille water te kijken

 

Alleen de zon mag naakt zijn

En zijn primaire behoefte volgen

In volmaakte onschuld ondergaan

Dat is beter dan opgaan in

Verlies van onschuld, zei de stem uit mijn jeugd,

Ik weet niet meer van wie.

 

Maar wij zochten elkaars diepten

Wij wilde versmelten

in een eredienst van intimiteit

en de oever was ons altaar

 

13/Elke dag morsen we met onze kansen op liefde

In treinen, op snelwegen en vliegtuigen.

Elke dag kruisen de mogelijkheden ons pad

En we laten ze gaan

Omdat we van a naar b, en

Altijd naar een doel toe gaan

 

Waar te vaak triviaal werk wacht

Dat ons een inhoud geeft

Die ons bij gebrek aan beter vervult

Als een gedicht op een betonnen flat

 

Maar wat ons echt vervult, dat passeert ons

In tientallen, honderdtallen, duizendtallen.

Luister, je kunt hun voetstappen horen

 

Die voetstappen,

die gemorste liefdeskansen

 

 

14/ Ik zag het water grijs borrelen

De wolken hingen laag

Ik werd bewoond door een vraag

 

Waar was jij?

 

Jij  die hier vroeger altijd langs het water ging

Toen ik hier nog regelmatig kwam

Toen ik dingen met jullie deelde

 

Ik vroeg me af of gods geest

Hier nog wel eens boven het water broedde

En of jij er dan nog wel eens liep

 

En of je je in al die jaren wel eens had afgevraagd

Waar ik was.

 

Want zonder ooit boos op elkaar te zijn geworden

Waren we van elkaar gescheiden

Zoals de wateren boven

En de wateren onder de horizon

 

Herschaalde kopie van DSCN6262

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s