Het Moment (deel 6)

WP_20130520_006Zoals toen, zo zag hij er uit. En zo zag ik hem graag. Zwart achterover gekamd haar, blauwe ogen, lang en slank. Een jaar of dertig. Ik keek hem aan en hoewel ik geen lichaam had, had ik een gevoel dat ik een gezicht had dat lachte. Wat me opviel was dat het beeld niet helder was. Het was net of het beeld van mijn vader scherp gesteld werd, zoals bij een filmprojector vroeger.

-Dag jongen, zei hij tegen me. Wat fijn dat je er bent.

Zijn stem klonk ruimtelijk, alsof iemand een echo in het geluid had gebracht,  maar het was hem onmiskenbaar.

-Ha pa. Sigaretje?

Ik hoorde hem lachen, maar het beeld vervaagde weer en wel zo dat ik geen vormen meer kon onderscheiden.  Toen hij uitgelachen kwam het beeld terug.

-Waarom zie ik je zo vaag?, vroeg ik.

-Dat kan ik je uitleggen, denk ik.  Ik ben pas een paar jaar dood en heb nog niet veel ervaring met het ontvangen van doden.  Je bent de tweede. Om pas gestorvenen niet teveel te overweldigen, zorgen we ervoor dat hun ziel beelden ziet die enigszins herkenbaar voor ze zijn.

-Zintuiglijke illusies.

-Als je ogen zou hebben zouden ze optisch zijn, maar je ziel ziet anders dan je lichaam ziet. Het kan projecties delen. Mind projecties. Goh, wat heb ik je een boel uit te leggen. Je bent in een dimensie die buiten de materie van het jou bekende universum ligt.  Je kunt gebruik maken van die omgeving en die materie om bepaalde doelen te verwezenlijken, maar je kunt er niet lijfelijk in aanwezig zijn.

Ik kreeg het gevoel dat ik met mijn hoofd schudde. Maar ik had geen hoofd. Zoals mensen die geen arm hadden fantoompijnen hadden. Dit was met alles zo. Het voelde als lachen, maar het was geen lachen.

-Er bestaan geen dimensies buiten de materie van het mij bekende universum, pa. Ik besef heel goed dat ik op dit ogenblik aan het sterven ben; dat wat ik nu in de laatste minuten van mijn leven mee maak een gril van mijn dovende brein is. Jij bent een projectie van mijn klinische dood. Misschien halen ze me nog terug, wat ik niet hoop, want dan zal ik de rest van mijn leven in een rolstoel moeten doorbrengen. In het gunstigste geval.

Mijn vader lachte en wilde me onderbreken.

-Nee, laat maar, pa. Ik ben blij dat ik je nog even zie. Maar ik weet dat we dood zijn. Er is geen ziel die los van het lichaam bestaat. Gaat het lichaam dood, dan gaat alles dood. Dit hier om ons heen, dat is wishful thinking van mijn onbewustzijn.

Mijn vader zag Bo, aaide hem, pakte hem op en wierp hem in de lucht, wat mijn krachtdier heel prettig vond. Die begon achtereenvolgens een aantal malen uit te dijen en in te krimpen. Als op het ritme van ademhaling. Bij een inademing groeide hij, terwijl hij bleef bewegen, tot een dier van meer dan 50 meter, en bij uitademing slonk hij tot minder dan 50 centimeter. Ik zag hem er bij kwispelen.

Mijn vader maakte zich ineens ook heel groot, pakte Bo uit de lucht en onmiddellijk ook weer heel klein.

-Ik ben erg onder de indruk, zei ik.

-Zou ik niet zijn, zei mijn vader. Jij zal het over een poosje ook kunnen. Ik zei al dat we hier gebruik maken van zintuiglijke illusies. En we willen de pasgestorvenen laten wennen aan deze omgeving, dus beginnen we met aardse beelden en zullen die hier en daar een beetje veranderen. We hebben daar een paar dingen voor nodig.

-Wat dan?

(wordt vervolgd)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s