Het Moment (deel 5)

IMAG0649Ik wilde aan Bo vragen waar hij naar toevloog, maar ik merkte dat er een geluid uit mij kwam dat nog het meest leek op het diepe, bijna schaapachtige geluid van een Tibetaanse monnik. Kennelijk begreep Bo mijn vraag want zijn snelheid ging enorm omhoog, misschien wel tot de snelheid van het licht, en enige seconden later stond ik aan de rand van een herfstbos. Niet zomaar een herfstbos, maar het herfstige herfstbos dat ik ooit had gezien.

Het licht bescheen de rijkdom aan kleuren van bladeren die in de bomen hingen. Het was windstil.  Heel soms was er even een verplaatsing van lucht, dan klonk het rustgevend geluid van meerdere windorgels. Ik stond op een open plek, zoiets als de heide, maar onder mij waren geen heideplanten, maar een verzameling onbekende lage planten in verschillende vormen en kleuren, waar een zacht gezang uit klonk.

Wat stond dit ver weg van de situatie die nu moest heersen in de zaal waar ze me hadden doodgeschoten! Ik moest echt mijn best doen om me dat te herinneren. Het leek maanden geleden. Ik wilde niet meer terug. Het aardse leven voelde ineens heel armoedig aan. Ik had een leven gehad waarin ik mijn ambities goed had kunnen vormgeven, maar nu voelde dat als een onzinnige en schrale invulling van mijn tijd.

Ik begon daar, tussen al die schitterende herfstkleuren en fijne geluiden, somber te worden over het leven. Ongevraagd werden mensen op aarde gezet. Meisjes in Thailand of India die geprostitueerd werden, een leven van onderdrukking moesten ondergaan en dan stierven. Dominante mannetjes die indruk wilden maken op vrouwen, en daarom eigendommen vergaarden ten koste van anderen. De oorzaak van oorlog. Van moord. Van doodslag. We behoorden met de mieren en chimpansees tot de soorten die hun eigen soortgenoten om zeep hielpen.

En terwijl de lucht betrok, zag ik in de verte, uit het witte huis aan de rand van het bos de gestalte van mijn vader. Hij had zwart haar en zag eruit als de man die hij in de eerste jaren van mijn leven was geweest. Veel ouder dan 30 was hij niet. De wijze waarop hij bewoog was bijzonder. Deze werkelijkheid leek seconden over te slaan.

Hierdoor stond hij eerst op 150 meter van me af. Het volgende moment was dat 70 meter, vervolgens 50, toen 30 en toen stond hij een paar meter voor me.  De overgangen van de momenten liepen als bij de fading techniek in een film door elkaar heen. Hij stak zijn armen naar me uit en zijn gezicht stond net zo gelukkig, als toen ik als klein kind op zijn arm zat.

Dat was één van mijn eerste herinneringen. Op de arm van mijn vader. Hij danste met me dus ik moet heel klein zijn geweest. Hij nam me uit mijn kinderstoel, waar ik lauwe thee met heel veel suiker en melk dronk; een drankje van mijn moeder dat ik steeds mocht bijvullen met suiker. Op de radio klonk een lied, toen mijn vader met me danste, dat ik later heb teruggevonden: Tanze mit mir in die Morgen van Freddy Quinn.

Zoals toen, zo zag hij er uit. En zo zag ik hem graag. Zwart achterover gekamd haar, blauwe ogen, lang en slank. Een jaar of dertig. Ik keek hem aan en hoewel ik geen lichaam had, had ik een gevoel dat ik een gezicht had dat lachte. Wat me opviel was dat het beeld niet helder was. Het was net of het beeld van mijn vader scherp gesteld werd, zoals bij een filmprojector vroeger.

-Dag jongen, zei hij tegen me. Wat fijn dat je er bent.

Wordt vervolgd

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s