4 mei, dodenherdenking (prozaïsche poëzie)

IMAG0947bBij mannen die gevangenzaten wegens gewelddelicten en verkrachting waren de testosteronspiegels hoger dan bij hen die schuldig waren aan andere feiten.’

                                                  Dick Swaab ‘Wij zijn ons brein’ (2010)

 ‘Je hebt je gelaat voor ons verborgen, je hebt ons moedeloos gemaakt en ons overgeleverd aan ons eigen wangedrag.’

                                                           Jesaja 64:6

In a pagan place       –Waterboys, 80’s-

 

Als we geen woordendekens spreiden over geschonden oorlogsgronden, wat bedekt de gruwelijkheden dan? Hoe kunnen bomen dan ooit nog ademen in Auschwitz of Afghanistan?

Voor het momentum  zijn daders nooit daders. Ze kunnen vrienden zijn, minnaars, mannen van eer, vaders. Er is geen vijand die hun ruggengraat meet, scant of zichtbaar maakt. Ze zijn nog geen verraders en er is niemand die een plicht verzaakt,

totdat plotseling de oorlogen, tsunami’s en kernrampen komen. Wanneer precisiebommen het menselijk verdriet hebben opengereten, sterven de dromen en kijken wij niet meer in spiegels maar in de vragende ogen van ons geweten.

Als we dat dan nog willen hebben. Want het liefst willen we vergeten. Laten verdwijnen wat we vernietigden in onze webben.

Na het momentum zijn onze vaders en betrouwbare vrienden misdadigers geworden. Uit de krochten van hun geesten kroop de wreedheid omhoog, ze sloten zich aan bij bloeddorstige horden. En degenen die helden leken, bleken laf.

Uit gebrek aan moed werd hun rechtvaardiging voor wangedrag geboren. Hun gewetens hebben geen stem meer, ze schudden het mededogen van zich af. En dat is misdaad tegenover hen die hun geliefden verloren.

 

The Boy with the thorn in his side   Smiths 1980’s

 Bosnië, 1990’s

De zon klimt cynisch omhoog. De lente volgt hem droog en cijfert zich lichtzinnig weg, als een dandy, geknecht door vrouwenjacht die zich niet laat hinderen door recht of onrecht.

Nerwin, roept de Bosnische bejaarde, Nerwin kom maar, jongen. Hier ben je veilig. Hier zijn geen oorlogshaarden, hier wordt niet geschoten. Hij kijkt langs de bewakers, schuin omhoog zodat hij de klimmende zon ziet en niet zijn bange volksgenoten.

Nerwin, jongen, kom maar. Ze doen ons niets, dat hebben ze ons beloofd, roept de oude man, een vijandig geweer tegen zijn hoofd. Zijn stem echoot door het bosrijke dal waar de stilte de bloemen heeft gesloten en geen vogel zijn nest verlaat. Maar dan verjagen ze de stilte, zoals eerder het gepraat, de bewakers lossen schoten.

Niemand zal ooit nog de naam van Nerwin door het dal laten echoën. Dat is van hogerhand besloten.  

 

Boven het massagraf hoort Nerwin hoe de elementen zijn woorden na fluisteren.

Jullie moeten niet naar je vader luisteren. Dan overleef je het niet. Zonder het te weten werd mijn vader een verrader. Zonder het te weten loodste hij landgenoten naar een massagraf. Jullie moeten niet naar je vader luisteren.  900 mensen stierven die dag. Wie naar zijn vader luisterde zag de zon verduisteren.

’The wall’  Pink Floyd  1970’s

 

DDR 1980’s

 

Een woord weegt niets meer. Het heeft geen consequentie. Vroeger wel. Toen stond de muur er nog, als een betonnen afweer tegen welvaart. Als ik in Leipzig zei dat iemand onbetrouwbaar was  -dat kon ik in drie woorden zeggen-  dan waren die woorden een mensenleven waard.

Drie woorden, één mensenleven.

Gelukkig hoefde ik niet te weten wat er gebeurde met mensen die ik aan moest geven. Gelukkig voltrok ik geen vonnis en gelukkig was ik niet de enige, die met autoriteiten belde. En gelukkig had ik een geweten dat niet mezelf maar anderen in staat van beschuldiging stelde.

 

Hier op mijn hoofd heb ik een tattoo laten zetten. Daarop staat de naam van mijn geliefde. Ze hebben hem meegenomen. Ze zeiden dat hij informatie naar de vijand doorbriefde. Hij is nooit teruggekomen.

Ik heb gehoord wat ze met hem deden. Ze hebben hem gevangen, met zijn hoofd boven een regenton gehangen, en hem net zo lang in water gedompeld dat hij is overleden. Moord als bewaker van bedenkelijke zeden.

Iemand heeft gepraat. Hij niet. Daar ben ik trots op. Met opgeheven hoofd ga ik over straat. Zijn naam op mijn hoofd. Ik ben oud en verwelkt, maar zorg altijd dat zijn naam te zien is. Zodat hij bestaat, blijft bestaan, ook al is zijn leven geroofd.

Killing me softly       Roberta Flack, 1970’s

 

 

Rwanda, 2000’s

Pas later besefte ik dat tutsi’s mensen waren. Ze vertelden me dat het niet uitmaakte hoe je in iemand sneed. Je kon beginnen met een arm of met een nek. Maar ze werden banger als je hun scrotum afsneed en ze een stukje dwong te lopen. Je zag geen bloed maar angst. En dat wilde je, die angst.

Ik dacht dat tutsi’s monsters waren. Ik wist echt niet dat het mensen waren. Iemand had me verteld dat ze geen gevoel hadden. Dat laatste heb ik niet kunnen vaststellen. Wel dat ze schreeuwden van de pijn, dat ze jammerden van angst en dat dat de zekerheid van onze overwinning vergrootte.

Toen hij doodbloedde ben ik naast hem neergeknield. Ik kon niet huilen. Ik gaf over. Het braaksel kwam over hem heen. Ik heb hem geolied met mijn braaksel.

Hij zei dat hij van me hield. Always did. Always did.  De zon bloedde dood. Ik brak maar kon niet huilen. Mijn tranen zijn een droge mond geworden. Ik heb hem geolied met mijn braaksel.

Hij zei dat hij van me hield. Always did. Always did. Mijn tranen bloedden dood.

One            U2, 1990’s

 

                                   Duitsland, 1940’s

 

 

Ik deed gewoon mijn werk. Ik had een gezin te onderhouden. De omstandigheden waren buitengewoon onveilig. Ik deed gewoon mijn werk. Als je je werk deed, niet luisterde, niet meedeed, niet zichtbaar een van hen was, dan was er altijd wel een SS’er, verstehen Sie?  Verzet had geen zin. En we wisten ook niet dat er zoveel stierven. We deden gewoon ons werk, leidden ze naar de gaskamers en vergrendelden de deuren.  Daarna ging het licht uit.

 

Aan de poort van het kamp deed ik mijn laatste gebed. Ik had een kind van drie. Een meisje met een zacht gezicht. Ze leek op mijn vader, haar geliefde. Ik zag hem altijd lachen op straat in Magdenburg. Hij was een wijze man en wilde zeven kinderen.

Ze zijn vergast. Hij, mijn meisje en de kinderen die nooit geboren werden.

Zo ben ik oud en kinderloos geworden. Een bejaarde vrouw die aan het raam zit. Ik kijk naar de onwetendheid van bloemen, van vogels. Ik herinner me niets. Gebeden zijn sprakeloze vreemden voor me geworden.


 

I hope the Russians love their children too    Sting 1980’s

                                                        USSR, 1940’s

        

Natuurlijk bleek later pas dat Stalin fout was. Dat hij massagraven had gevuld met intellectuelen. So what? Who cares about intellectuelen met hun gegraaf? Ik had geen moeite met hun executies. Met plezier richtte ik mijn geweer op ze. En het was de norm destijds. Dat moet u niet vergeten. U lacht. Het is altijd dezelfde norm, zegt u? Lacht u maar. Mijn geweten is zuiver. Het hoort niets, het ziet niets. Het is even onschuldig als een ongeboren kind.

 

Zij was niet radicaal, ze stond tegen onrecht op. Eén keer. Ze had gehoord dat de schrijver T een dag naakt in de sneeuw had gestaan nadat ze over hem geürineerd hadden.  Dat deden ze voordat ze hem doodknuppelden.

Ze heeft toen een opstandig artikel in de krant geschreven. Toen hebben ze haar gearresteerd. We hebben nooit meer iets van haar vernomen.

Ik heb me lang afgevraagd wat de betekenis van dit alles was. Waaraan de mens het recht ontleent om een ander zo te behandelen. Ik heb een antwoord gevonden: het heeft geen betekenis.

 

 

Ik ben als minder dan een dier. Ik ben als bacteriën gaan door mijn leden. Ik ben als de kou van Siberië die door me heen waait. Ze hebben me naakt buiten de deur gezet. Zou de mevrouw van het nieuws vertrouwd als altijd over de kou praten? Alsof ik hier niet zijn lot deel. Alsof de nacht zich niet heeft afgewend van me. Alsof het niet weer zal gebeuren en weer en weer. Ik heb geschreven over onrecht en wat uit je pen vloeit zal zich tegen je keren.

Don’t be cruel            Elvis Presley, 1950’s

 

                            Oost-Europa, verschillende eeuwen

Het is ons land. We moeten ze niet. En evenmin de zigeuners. Ze offeren kinderen. Naar men zegt. Ze drinken je bloed. Naar men zegt. Ze willen je dorp overnemen. Naar men zegt.

Ze hebben een verbond met de duivel. Naar men zegt. Ze brengen een vloek over ons.

Het is dus volkomen gerechtvaardigd om je meest kwaadaardige fantasieën  op ze uit te leven. Het is ons land, wij drinken hun bloed en dienen de god der goden, en die is goed. Naar men zegt.

 

Het was ons dorp. Het kwam uit een vorige vlucht voort. We bouwden het op uit hout. Mijn grootvader stond vooraan. Hij wilde een offer worden voor de jongere mannen. Hij wilde ze redden. Mijn grootvader ving de eerste horde op. Ze hebben hem met knuppels geslagen. Ze hebben zijn nek doorgesneden.

Toen hebben ze hetzelfde gedaan met de andere mannen. Ze waren met honderden. En toen kwamen ze bij ons.

De verkrachting was niets vergeleken met de dingen die zij moest meemaken. Ze sneden haar buik open, deden er ratten in en naaiden hem toen weer dicht.

 

 

 

Hide in your Shell                       Supertramp, 1970’s

 

                                                           Ieper, de 1910’s

Dat was de vijand. Ik zal je de plaats wijzen. Mannen zoals wij met geweren in de loopgraven. Daar hielden ze zich schuil met opgedroogd mededogen. Hun uitgestelde verlangens, hun voorbijgedroomde vrouwen.

Er was geen dag of nacht. De dreiging kende geen licht of duister. Mannen zoals wij, dragers van de dood. Ik ga er weer een paar treffen met deze bom, zei je tegen jezelf en dan nam ik een sigaret en dacht aan hen, die ik al doodde, zonder het gevoel dat tussen de doden nu eenmaal onvindbaar is.

Want een dode ben je als je leeft in de loopgraven. Je doodt zonder het te beseffen.

 

Een been doet pijn. Zelfs als je het kwijt bent. Je voelt het zelfs sterker als je blind bent. Dat zit mij wel dwars, dat mijn laatste beelden de stervende mannen waren in die duivelse loopgraven. Dat ik mijn vrienden hoorde kermen, maar ze niet meer kon zien.

De vijand was een verzameling mannen zoals wij. Met geweren in loopgraven. Ik vraag me af hoeveel van hen daar blind zijn geworden. Met als laatste beeld mensen die met granaten werpen.

Spiralling                            Keane, 2000’s

 

                            Tsjernobyl, 1980’s

De centrales moesten draaien. We wisten wel dat ze niet veilig waren. We wisten wel dat niemand de ramp kon bedwingen als hij kwam. We wisten wel. We wisten niet. De centrales moesten draaien. Weet je werkelijk als je weet, en toch handelt alsof je niet weet? Dan weet je niet. In die zin kan niemand ons iets kwalijk nemen.

 

Hij stond op de brug. Hij zag het vuur uit de centrale een kilometer omhoog spuiten. Pas twee jaar later stierf hij. Zijn huid was vol wonden. Zijn huid bladderde af. Hij stierf, na een jaar van bezwijken aan pijnen die zijn bewustzijn moest verdragen. Want zijn bewustzijn was tot aan zijn dood in tact. En registreerde iedere afbladderende huidschilfer


 

Freedom is just another word for nothing left to loose                      Janis Joplin, 1960’s

 

                                               Den Haag, 1980’s


 

Het volk reisde naar Den Haag. Treinen vol. Ze gingen laten horen dat ze voor vrede waren, tegen de oorlog.

(Het was een koude oorlog. )

Ze waren tegen een leger dat grenzen bewaakte met kernwapens. Tegen de kernwapens zelf.

Als een geplaagd kind dat tegen de een in opstand komt

en door de ander geslagen wordt.

Zij een mes, wij een mes. Zij een zwaard, wij een zwaard. Zij een geweer, wij een geweer. Zij een kanon, zij een bom, wij een kanon, wij een bom. We moeten wel. Anders is het zij een land, wij geen land. Anders is het wij de angst, zij geen angst. We leven in een wereld waarin alleen wapens voor gerechtigheid zorgen.

En voor ongerechtigheid.                              


 

Bullet in the head              Rage against the machine, 2000’s

 

                                               Dallas, 1960’s


 

Over de randen van de tijd kijk ik terug. Ze sloeg haar armen om me heen, daar in Dallas. Ik voelde het leven uit me verdwijnen. Ik droeg de wereld tot dat schot, tot die schoten kwamen. Het is een kleine handeling met een klein lichaamsdeel om iets dat groot is te vernietigen. Tegen kale vernietiging is geen ideaal, geen intentie bestand. Oorlog regeert omdat er dood is.

Als een machtig man in je armen sterft, als de dood met een doffe knal het hart uit je rooft, wat zijn dan nog wereldsteden, modebladen, dure auto’s? Een geliefde is een geur die je bevalt, een stem die je koestert, een lichaam dat je bedekt, een adem die je met de aarde verbindt.

Mijn man is als een rib uit me genomen. Mijn man is een hart dat uit me is gerukt. Wat is dan nog rijkdom? Leven? Wat is dan nog mode icoon zijn op de front page van Vogue?

School’s out                         Alice Cooper, 1970’s

 

                                               Iran, 2000’s

De wet is een brandende fakkel. Wie hem overtreedt moet worden gestraft. Dat staat alleen in de wet, dat de wet niet overtreden mag worden.  De imam kent de wetten van God. De woorden van de Eeuwige. Wij zijn de imam. Wij zullen waken over zijn deugden.

Wij zullen de overtreding verbranden. Wie de overtreder gedoogt, verspreidt de overtreding. God heeft ons aangesteld als rechters, als dienaren, als beulen. Natuurlijk staat het niet in de koran dat juist wij dat zijn. Wij staan boven de koran. En dat is geen overtreding.

 

Er is geen reden voor wreedheid. Het maakt niet uit hoe ze het rechtvaardigen. Woorden krioelen als termieten in hun mond.  Bewijzen telt minder dan beweren.

Maar er is nooit reden voor wreedheid en zelfs geen rechtvaardiging.

Als er een god is, waarom staat hij dit dan toe? En als er geen god is, wie zal dan vereffenen? Als er een god is, is wreedheid van voorbijgaande aard. Daarom moet er een god zijn.  Een god die voor eeuwig de wet zal afschaffen.  

In your eyes                        Peter Gabriel, 1980’s

 

                                      Overal, alle tijden

Zo heb je de werkelijkheid die je telkens komt storen met een tajine vol feiten. Dat een voetballer trouwt met een pinup. Dat de wind te hard waait voor juli maar dat dat de klimaatverandering is. Dat de oude columnist de pijp uit is en de oude professor aan MS lijdt. Dat ze in Oss zo massaal hun baan kwijt zijn. Dat heel ver weg de zee vijftien meter verrijst om armoedelijders te verzwelgen en dat god niet bestaat, dat dat nu wel is bewezen.

Zo heb je de dromen die om vrede vragen en oorlog brengen. Engelen des lichts in soldatenuniformen. Lachende mannen met trefzekere UZI’s. Zo heb je de dromen die het allemaal bedachten. De dromen van bezit. Dat het land van ons is. Eigenlijk. Dat god van ons is. En dat alleen onze god god is. Eigenlijk.

Zo heb je de dromen die liefde of vrede heten. Die –naar men beweert- verbroedering nastreven. Die brengen wat de mens vervult. Zo heb je die dromen die je telkens komen storen met een tajine vol paradijselijke beelden. En nergens een ingreep. Een wijs man die duurzaam vrede vestigt.  De wijzen worden overschreeuwd. De dwazen confisqueren. Domineren. Regeren. En torpederen.

Iets moet het uit de toekomst snijden want uit de geschiedenis krijg je het niet weg. Het lijkt getattoeerd op het lichaam van de tijd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s