Het Moment (deel 3)

IMAG0750Luna Spolt is een scientertainer. Hij gaat de wereld rond met zijn shows om wetenschap bij de mensen te brengen. De wetenschap als amusement, dat is Spolt op het lijf gesschreven. Maar hij is niet overal geliefd. In fundamentalistisch christelijke kringen is men klaar met de man die het geloof van velen aan het wankelen heeft gebracht. Het komt tot een eruptie. En Spolt ontmoet de gruwelijkste vorm van geweld tijdens één van zijn optredens. Wat er dan gebeurt, gaat veel wewtenschappers boven de pet. Je leest het in dit internetfeuilleton ‘Het Moment’, dat wekelijks op deze weblog zal verschijnen. Dit is deel drie, dat toch sneller verschijnt dan verwacht omdat ik de eerste drie afleveringen zo snel mogelijk op deze blog wil hebben.

Ik kon heel kort de zich van mij verwijderende zon zien en toen ging het in een enorm tempo verder. Ik verwonderde me over de tijdsduur; het duurde enorm veel langer dan de paar minuten die een bijna dood ervaring duurde. Maar dat kon ik verklaren. De tijd hier, in deze door mijn dovende brein gedroomde werkelijkheid, was volkomen verschillend van de tijd op de aarde.

Dat lijkt ingewikkelder dan het is. Als je met de snelheid van het licht een rondje vliegt van 24 uur, ben je als je terugkomt generaties verder. De snelheid van het licht is ongeveer 300 000 kilometer per seconde.

Op aarde lijken gebeurtenissen zich qua tijdsduur in een stabiel onveranderlijk tempo te voltrekken. Als er veel tegelijk gebeurt, ervaren we dat als druk. Dan gebeurt er meer dan eigenlijk in één ogenblik past. Maar om dit te kunnen denken, moeten we aannemen, dat er zoiets bestaat als een ogenblik; een moment in de tijd dat eigenlijk minder druk zou moeten verlopen. Dus hebben we een onbewuste voorstelling van hoe het wel zou moeten verlopen.

Daar was alles anders. Ik moet in het tempo van het licht hebben gereisd, maar het voelde niet zo. Het voelde alsof verschillende momenten door elkaar gingen lopen. Dat het tegelijkertijd 9 uur was in de ochtend, 3 uur in de middag en 11 uur in de avond. Dat je op drie plaatsen tegelijk kon zijn, in drie verschillende tijdsfases. Dat je die drie dingen tegelijk ook moeiteloos kon verwerken.  Het leek ook alsof ik dat zelf in de hand had.

Toen terwijl ik mezelf nog steeds voelde voortreizen, zag ik in een hoog tempo beelden voor me. Als je van een berg in een kloof van 1000 meter springt, zie je de –omdat je zelf valt- de bergwand aan de overkant heel hard naar boven flitsen. Dat is één langgerekt beeld. Bij mij was het ook alsof ik langs de beelden ‘viel’, alleen was het niet één langgerekt beeld, het waren reeksen beelden; ik kon ze net voldoende zien.

Het waren driedimensionale beelden, soms zag ik ze vanaf een afstand, soms reisde ik er doorheen. Ondertussen bleef ik ook het universum waarnemen waar ik doorheen reisde. Vooral de waarneming van licht- en geluidsgolven vond ik heel bijzonder.  Ik nam het allemaal tegelijk waar en het interessante was, dat dat gewoon kon. Als ik me dat had moeten voorstellen gedurende mijn leven,  zou ik dat niet hebben gekund.

Maar de beelden bleven maar stromen. Soms herhaalden ze zich, en dan werden ze weer onderbroken en afgewisseld met nieuwe beelden. Wat ik zag, was mijn leven. Ik zag mezelf in een wasmand liggen naast mijn wieg. Ik zag hoe mijn vader mij van de tafel liet vallen. Ik zag hoe ik onderweg van de kleuterschool naar huis een herdershond probeerde te ontlopen. Hoe de juffrouw van de kleuterschool mij de schuld gaf van de natte bril van de meisjes wc.

Ik zag mijn grootmoeder op me vitten, met een stem als het getok van kippen. Ze stond naast haar huis, voor de regenton en vernederde me met haar reprimande. Ik zag me met mijn broertje en mijn grootvader door het bos lopen, het bos dat vol zat met dieren die mijn opa had bedacht.

Ik zag verschillende meisjes met wie ik voor mijn 12e al een beetje zoende, en ik zag Els staan met achter haar een waterval van voorbijflitsende vrouwen. Met deze vrouwen had ik de liefde bedreven. Ik was altijd trots op deze veroveringen geweest. Nu, in deze waterval achter Els, die daar naakt stond als een Griekse godin, zagen die vrouwen er uit als vluchtige momenten, die het onmogelijk hadden gemaakt dat ik een rustig leven kon leiden.

Ik zag mijzelf als 16-jarige in de kerk zitten, met een boze blik omdat ik plotseling begreep dat religie niet alleen opium voor het volk was, maar zeker ook een tuchtigingsroede voor vaders en moeders, leraren en andere opvoeders.  En ik zag de uitreiking van mijn VWO-diploma, en even later de uitreiking van mijn theologiediploma. Ik was theologie gaan studeren, omdat ik de normen en waarden van mijn jeugd  wilde omdraaien.

De beelden gingen maar door. De dood van mijn vader, de dood van mijn moeder. Mijn ontvangsten, krantenartikelen en televisieprogramma’s waarin ik prominent aanwezig was. De signeersessies van mijn boek, de geboorte van mijn twee zonen, hun dood in de oorlog van Afghanistan. Hoeveel vaders verloren twee zonen in die verdomde ideologische slachtpartijen?

En op zeker ogenblik zag ik een omgeving als een melkweg, die aan de buitenkant traag en aan de binnenkant zeer snel draaide, steeds sneller, totdat alles wat draaide in een zwart gat in het midden verdween. De afvalverbranding van het universum, bedacht ik, maar ik corrigeerde mezelf, want de dingen die het zwarte gat in werden gezogen, waren geen planeten, restanten van dode sterren of andere astronomische materie. Het waren driedimensionele beelden van de historie. Julius Caesar, Adolf Hitler, Napoleon, de inhuldiging van Amerikaanse presidenten, en nog veel meer beelden.

Wanneer zou de lamp uitgaan? Bij de beelden van de moord op mij? Of al eerder? Ik bleef mij ervan bewust dat ik klinisch dood was, en dat mijn dovende brein alles dat het in zijn neuronen vond, samenbond tot deze beelden. Mijn kennis van de natuur, van het brein, mijn gerommel met vrouwen, de relatie met Els, schuldgevoelens, jeugdherinneringen en zelfs mijn gebrek aan talent voor sport stroomden uit in deze prachtige beelden.

Wat een slotakkoord had de evolutie bedacht voor het menselijk leven! Zo meteen hield alles op. En voor die tijd mocht je nog even genieten. In iets dat op oneindigheid leek, omdat er een spel werd gespeeld met de tijd.

Op dat moment werd ik gewaar dat mijn herinneringen tussen de beelden verdwenen van de 21e eeuw: 9/11, de Japanse tsunami met de kernreactor, Obama met yes, we can, en banken, banken en nog eens banken. De 21e eeuw was niet de eeuw van het westen geweest in de jaren die ik erin had mogen doorbrengen.

De beelden leken een soort vuilnisbelt, waarop ook mijn herinneringen werden gedeponeerd. Maar toen ik goed keek zag ik er geen meeuwen boven zwermen, zoals bij vuilnisbelten. De vogels die er boven zweefden, hadden menselijke lichamen maar ook vleugels, zoals de engelen van Gustave Doré. Het waren engelen. En hun lichamen hadden een soort vloeibare substantie. Ze leken van gas te zijn gemaakt, maar van als materie waarneembaar vloeibaar gas. Met een gevoel van euforie besefte ik dat vaste stof, gassen en vloeistoffen in de engelen tot een eenheid waren geworden. Als dit toch eens echt zou hebben bestaan! En als ik dit op aarde had geweten! Dan had ik met mijn shows nog veel meer geld kunnen verdienen.

Wordt vervolgd

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s