Meer gedichten op het breukvlak tussen winter en lente

11-5C8EF26E-171885-960Dit weekend mooi weer. Is het niet fantastisch? Lang op gewacht. Ik heb bewust vermeden over sneeuw en lente en bevroren bloemen te dichten op facebook. Hieronder een compilatie van mijn facebookgedichten. Op facebook zie je veel reacties. Toch verhuis ik binnenkort naar mijn blog voor de gedichten. Veel plezier met deze aprilreeks.

12 april

ik vergeet ze nooit
al de mensen met wie ik door de dagen dwaalde
we werden over elkaars wegen uitgestrooid
waardoor hun invloed op me neerdaalde

ik ben niet vergeten
hoe we onze dagen met elkaar deelden
als vrienden elkaars wonden openreten
maar toch ook elkaar als mooie instrumenten bespeelden

10 april

Het hart speelt geen toneel
Het laaft zich aan zijn tochten
En vermaakt zich met zijn krochten
Maar teveel is voor het hart teveel

Het hart speelt op bij overschrijding
Van beperkingen en grenzen
Want de overschrijding kent het
En dan neemt het onverschrokken leiding

10 april

kleine mensen zijn we
als we in steden door elkaar krioelen
en zelfs van onszelf niet begrijpen
wat we precies voelen

mooie mensen zijn we
als we gaan met onze kwetsbaarheid
de maskers achter ons gelaten
in gebied waar iedereen aan wanen lijdt

9 april

Leegte in het land vraagt om gebouwen
en gebouwen vragen om leeg land
rivieren snijden door een stenen wand
en alle mannen zijn uit vrouwen

we willen met de dingen strijden
en de dingen voeren strijd met ons
hoge waarden wil de mond belijden
maar echte waarde snoert de mond

8 april

we gingen gedreven door de straat
de toekomst hing maagdelijk boven ons in bomen
het was van alle nachten laat
en nauw’lijks tijd om bij te komen

vanuit het meer dreven de schepen
vernieuwend onze havens binnen
eerst wilden we over de wereld spreken
pas daarna kon er iets beginnen

7 april

De kou zal nu gaan
Ze heeft onze lente
Lang genoeg gekooid
Nu mag het voorjaar opstaan

Ook gaan de plichten
Vakanties, ze naderen snel,
De mensen, dat weet u wel,
Gaan de maanden met reizen verlichten

5 april

Toen ik door Toscane treinde
Ik denk zo 20 jaar terug
Ik zag cipressen die het beeld verfijnden
Ze reikten vrijheidsminnend naar de lucht

In Florence had ik het blauw bekeken
Op renaissance schilderijen
En dat had op magie geleken
-magie waarmee je werkelijkheid kon mijden

4 april

Toen ik 18 was noemde ik mezelf
Een kuddeleider in mijn dagboek
Dat lijkt arrogant maar ik
Was nogal naar mezelf op zoek

Kun je jezelf niet vinden?
Vroeg mijn moeder met haar nuchtere look
Misschien speel je verstoppertje
In een of andere hoek

3 april

Het land tussen Holten en Colmschate
Ligt met boombruine kaalheid
En borstelige grassen
Zielloos en in schrale wind verlaten

Een gebogen oude man
Gaat door de landerijen
In een zon die geen warmte geven kan
En elementen die anderen vermijden

Hij gaat naar een minnares
Om zich naar de dood te vrijen

2 april

Lang geleden als we speelden
Op de onverharde wegen van de stad
In de zachte lenteregen
Werden alle paden nat

Ik weet nog hoe we modder spatten
Op elkanders goede goed
Dat onze moeders woedend werden
Maar dat gaf niet want de vrijheid smaakte goed

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s