De dagen reizen mee met hotels en treinen

12-6F424889-254941-960En nog steeds is er sneeuw in Nederland, een paar dagen voor april. Op witte donderdag zag ik in Woerden een paar vlokken vallen. Een soort roos van het uitspansel. De winter weet niet van wijken. Zelden zal de pasen zo winters zijn geweest. In Scheveningen adverteren ze met glühwein. Ik hou het bij mijn gedichten. Dit stond de op Facebook sinds 12 maart.

27 maart

Het leven is te vaak veraf zijn van haar
die je liefhebt
of koestert of vasthoudt

Het leven is vaak je verliezen
in plicht en taak
overleven op vlaktes,
ijzig en koud

Ik wil zo graag jou
mijn geliefde die me omheint
met haar armen
die mijn verlangens
vervult en mijn hart
kan verwarmen

26 maart

Zelden de volle maan
Zo mooi boven een stad zien staan
Als vanavond in het vroege avonduur
Boven de Zutphense IJsselkade
En aan de andere kant
Explodeerde oranje zonnevuur

25 maart

Ik wil zo graag jou
mijn geliefde die me omheint
met haar armen

die mijn verlangens
vervult en mijn hart
kan verwarmen

25 maart

De dagen reizen mee met hotels en treinen
Ik glijd voort door de mensen en hun verslagen
Hun ervaringen zijn de spoorlijnen
En de dwarsliggers zijn hun vragen

Soms versnellen ze en soms denken ze dat ze vertragen
Maar altijd openen de seinen
Trajecten naar hun vreugdes en hun pijnen
Ik ga er doorheen en zie hoe ze elkaar kwellen en behagen

24 maart 2013

‘Ihr seid von der Liebe?’
Vroegen ze met hun verweerde gezichten
De mannen van petanque
Op het bankje in Antibes

Ze dachten dat we Duitsers waren
Lang en slank, blauwe ogen, blonde haren,
‘Seid ihr von der Liebe?’

‘Pablo war von der Liebe’
lachte een man met een mond zonder tand
Voor de mannen van Antibes
was Picasso de meest potente
man van het land

23 maart 2013

Er is een winter tussen mensen
Die maar geen plaats maakt voor de lente
Een zolder vol op zichzelf gerichte wensen en
Een kelder vol met centen

Die winter komt vaak terug
En sneeuwt wat bloeien wil steeds onder
Zo ontneemt ze ons de mogelijkheid
Van verrassing en van wonder

22 maart 2013

Ik lig in mijn bed
Mijn ogen net open
Ik heb weinig zin
Om van hier naar
De kamer te lopen
Het is lente en koud
Er valt sneeuw en het vriest
En ik hoor iemand buiten
Die grieperig niest

21 maart 2013

Was ik maar
Jouw tram in de stad
Dan wist ik zeker
Dat ik je dagelijks
In me had.

20 maart 2013

het regende pijn uit donkere wolken

toen mijn vader het leven liet
ging de rouwvulkaan kolken

en barstte uit in
erupties van verdriet

ze stapelde onthechting op verlangen
grote woorden (ze treffen niet)

de vulkaan uitte klaaggezangen

en mijn vader werd graniet

20 maart 2013

We zouden vaker moeten verstillen
en niet met goed bedoelde woorden
maar met hand en huid
uiting geven aan wat we willen

Dan was het enige dat we hoorden
hummen, kuchen, euforisch gillen,
en als het geluk bezit van ons zou nemen
zou dát ons door de dingen tillen
de vulkaan uitte klaaggezangen
en mijn vader werd graniet

19 maart 2013 Zij niet meer, zij waren van de jaren

‘Pablo war von der Liebe’
Lachte een man met een mond zonder tand
Voor de mannen van Antibes
Was Picasso de meest potente
Man van het land

In de liefde
Verlaten we de lijnen,
Vormen en kleuren
Van onze alledaagse wanen

En ieder afscheid
Van elkaars
Bewegingen en geuren
Zou onze ogen moeten vullen
Met tranen

19 maart 2013

Het is dinsdag en het donkert
De trein rolt naar het westen van het land
In de verte zie ik dat het onophoudelijk dondert
Maar verder is er niets bijzonders aan de hand

19 maart 2013

Voor mijn geliefde vanuit het hotel

Zing, mijn lieve, zing,
De kou zal ons vergeten
Wij zullen samen
Granaatappels eten
In olijfgaarden
Die liefdeshof zullen heten

Kom, mijn lieve, kom,
Van land naar land

Wij zullen

Als oudheidskinderen

Hand-in-hand

De kou verhinderen.

18 maart 2013

In dit hotel kom ik heel graag
Het ligt ver weg van het vertrouwde
Op een bestelling volgt een vraag
En niets verwijst nog naar het oude

Antwoorden verstopt men hier
Ze liggen in geheime laden
En niemand zwelgt hier in vertier
Men zoekt naar rust, verstild beraden

Op rimpels in de dagen,
Verknoopt met goede daden

17 maart ’13

Overbeek stond om 9 uur op het station
Een koffer en een tas
En een winderig perron
Een zondag die ineens
Geen vrije dag meer was Van land naar land
Wij zullen
Als oudheidskinderen
Hand-in-hand
De kou verhinderen

16 maart ’13

Waarom de zon niet aan de hemel staat?
Waarom hij niet in het blauw wil dwalen?
Hij is bezig met zijn urenstaat,
met wat de mens hem moet betalen.

De zon schrijft uren met zijn stralen
dat is lastig voor zijn baas
die kent wel honderdvijftien talen
maar het zonlicht maakt hem dwaas

16 maart 2013

Niet altijd gaat in het woord
De overdracht van wat je voelt
Zoals het hoort

Praten met je handen,
Je ogen en je huid
Verhoogt de kans aanzienlijk
Dat je je beter uit

13 maart 13

Het vermogen om te onderscheiden
Dat je in een idylle bent
Buiten valt nog altijd sneeuw
En binnen zit je je
Te bevrijden
Van de dagelijkse wanen
En de rusteloosheid
Van deze eeuw

Soms lach je om het leven
dan weer ben je onder tranen

maar als ze je een idylle geven

moet je dat onderscheiden

al is het maar voor even

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s