Bowie’s black tie als herdenkingsteken

Halverwege de jaren negentig brak ik plotseling los. 15 jaar lang had ik mezelf opgesloten in het stramiem van een levensovertuiging, een doodgelopen relatie en een vaste vriendenkring, en ik vond dat het tijd werd voor verandering. Ik verhuisde van het oosten naar het midden van het land en kwam terecht in het sjieke Baarn, waar ik op de derde en vierde verdieping van een schitterend Jugendstilhuis mijn intrek nam. Ik beëindigde mijn huwelijk, begon te schilderen en maakte nachtwandelingen door het bos en bij het kasteel. Vreemd? Niet voor mij destijds. Ik vond het heerlijk.  Ik maakte nieuwe vrienden, die ik te eten uitnodigde en ik maakte treinreizen door Europa. Naar Toledo bijvoorbeeld. En naar Siena en Florence. Tijdens die reizen had ik altijd een discman bij me.

Een album dat zich in die tijd begon te onderscheiden was een album van David Bowie. Black tie white noise. Ik was geen uitgesproken fan van Bowie. In de jaren zeventig had mijn vriend Gijsbert mij op het spoor gebracht van ‘David Live’, een album dat het eerste decennium van Bowies muzikale ontwikkelingen samenvatte. Ik vond het wel een aardig album, maar behoorde niet tot de mensen die met Bowie dweepten.

En halverwege de jaren zeventig waren dat er nogal wat, omdat Bowie samen met Iggy Pop en Lou Reed de glitterrock een plaats had gegeven in de scene. Bowie’s albums Alladin Sane en Ziggy Stardust waren omarmd door een groot, maar alternatief en soms artistiek publiek.

In die jaren waren er grofweg twee mogelijkheden: of je hield van commerciële muziek, of je hield van progressieve muziek. Dat waren de aanduidingen die destijds werden gebruikt. Bowie was een grensgeval. Hij maakte wel eens hits zoals The Jean Genie, maar maakte ook albums met experimentelen en minimalisten als Brian Eno en Robert Fripp. Daarbij veranderde hij zo vaak van imago, dat hij moeilijk in één van de hokjes paste. In die jaren was Bowie een soort mannelijke Madonna.

Ik had niet veel oog voor Bowie. Ik scharrelde rond in muziekkastelen als Yes en Genesis, die mij bovendien op het spoor van klassieke muziek brachten. De interesse in klassieke muziek nam nog toe door een vriendinnetje uit een of ander jeugdorkest, dat de verkering met me uitmaakte omdat ik niet wist wie Rachmaninov was. Inmiddels heb ik mede daardoor meer dan 300 klassieke platen, en dat ontstond vooral in de jaren tachtig en negentig.

Bowie was even in beeld, aan het begin van de jaren tachtig. Via de hit Ashes to ashes raakte ik geïnteresseerd in het album Scary monsters, dat viel in een interessante periode in de muziekgeschiedenis, waarin new wave binnenvloeide in de popwereld. Ik kocht veel platen destijds, en had via een vriend uit de muziekbusiness kennis gemaakt met grootheden als Fred Frith, Terry Reily, Philip Glass en Steve Reich.

Als ex-liefhebber van de symfonische rock, die ik begin jaren tachtig te langdradig was gaan vinden, omarmde ik bovendien nieuwe bands als de Simple Minds en U2. In  de slipstream van deze succesvolle bands, die al snel de grens van progressief en commercieel overschreden, draaide ik The Cure, Echo & The Bunnyman en Joy Division. En midden in die vlaag van nieuwe, romantisch verbitterde muziek kwam Bowie met zijn Scary monsters. Er was op dat moment eigenlijk geen album dat dichter bij me stond dan dit album. Het vatte een tijdperk samen.

Diep van binnen begon ik toe te geven dat ik Bowie een groot muzikant vond, en dat zijn muziek me altijd op een onbewust niveau had aangesproken. Ik haalde albums als Low en Young Americans uit de kast, en was korte tijd, zo rond het Europees kampioenschap van het Nederlands elftal, een Bowiefan. Toen verdween ik voor een jaar of vijf definitief in de BMW van de klassieke muziekkast: Brückner, Mahler en Wagner.

In 1994 kwam de overgang naar Baarn en de reis naar Siena en Florence. Ik werd verliefd in Siena. Een paar dagen maar. Ik maakte afspraakjes met een Sienese, die de neiging had om me lang te laten wachten. Half 9 afgesproken, dan kwam ze kwart over 9. Tijdens al dat wachten liep ik een muziekwinkel binnen en kocht Black tie white noise, waarvan toevallig Nite flights (http://www.youtube.com/watch?v=Rn6_bJQcMVM) werd gedraaid.

Muziek vat soms een periode uit je leven samen. Songs en albums kunnen gedenktekens zijn in het landschap van je leven. Dat kan diep gaan. Ik ken iemand die met haar ex altijd de vioolconcerten van Bach draaide. Dat werd de tune van hun relatie. 8 jaar lang heeft ze er niet kunnen luisteren, omdat de muziek het verdriet terugbracht. Intussen heeft ze een nieuwe liefde en luistert ze er soms weer naar. Het geeft maar aan hoe diep muziek in je gevoel kan snijden.

Bowie’s Black noise white tie zal me altijd aan 1994 blijven herinneren. De breuk met een vrouw, een overtuiging en een vriendenkring, de verhuizing naar Baarn, de reis naar Toscane en het prille geluk rondom de Sienese. Dat komt terug als ik het album beluister. In de archieven van mijn muzieksmaak vestigde Bowie zich nu definitief. Ik was alsnog een Bowiefan geworden.

Die betoverende stem, altijd roaming over schitterende muzieklandschapjes, was vanaf dat moment vaak te horen tijdens het schilderen en schrijven. Voor de lezer die zin heeft om deze nu te beluisteren, je zou hier eens kunnen gaan kijken: http://www.youtube.com/watch?v=AIcL-8pLdRo

Bert twittert op Goeroetweets

Advertenties

Een gedachte over “Bowie’s black tie als herdenkingsteken

  1. Mooi stukje schrijven Bert, hoop herkenbaars. Toledo vind ik een van de mooiste spaanse plekken die ik gezien heb. Ik wist niet dat je geschilderd hebt, maar verbaast me niet, veelzijdig artistiek. Ik hou van je situatie beschrijvingen, zo voelbaar. liefs

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s