De dag dat Van Doorn promoveerde

Ik schrijf aan een reeks korte verhalen (‘Business & all that Jazz’) die een doorkijkje geven in de manier waarop er in bedrijven wordt onderhandeld, vergaderd, afgerekend, geminnekoosd en gestreden. Er is veel formele lectuur over bedrijven, maar er zijn maar weinig verhalen die een beeld geven van hoe de dingen gaan. Voor mensen die denken: ‘he, nee, business, bah’ heb ik al eens eerder gemeld dat bedrijven de dorpen van deze tijd zijn. Maar wel dorpen met een geheel eigen dynamiek. In die zin willen de verhalen een tijdsbeeld schetsen en zedenschetsen zijn. Geniet van ‘De dag van dat Van Doorn promoveerde’

De dag dat de bebaarde Van Doorn eindelijk promotie bij het gasbedrijf zou maken, begon met zon en koffie in de aangebouwde serre van zijn rijtjeshuis. Vandaag zou de brief officieel op de deurmat vallen, die hem –zoals hij dat noemde- boven zijn collega’s zou verheffen. Zijn benoeming was een feit, hadden ze hem beloofd.

Corneel , zijn zwager, was al teamleider en hij had hem gevraagd of hij straks een plaatsje op zijn kantoor wilde inruimen voor hem, Corneels nieuwe collega.

-Geen punt, had Corneel gezegd.

-Ben je trots op je vader?, vroeg van Doorn aan zijn vrouw.

-Natuurlijk, antwoordde ze, maar haar lichaamstaal zei dat het haar onverschillig liet, dus hij drong nog wat aan.

-Het is niet niets, he? Met alleen de LTS op zak teamleider worden bij het gasbedrijf. Dan moet je echt wel iets in je mars hebben.

Zijn vrouw trok een wenkbrauw op. Onbescheidenheid paste juist bij mensen die weinig in hun mars hadden.

-Ik ben de eerste in tien jaar bij Condex.

De stemverheffing had een averechts effect. Ze pakte de krant en begon de eerste woorden van een artikel over beroving van een oude vrouw voor te lezen. Ooit had ze Van Doorn een interessante man gevonden, maar ze wist niet meer precies waarom. Het was voorbijgegaan, maar ze was financieel afhankelijk van hem omdat zij de kinderen opvoedde. De één zou blijven zitten dit jaar. De ander ging naar de universiteit. Dat was uiteraard van Doorns lieveling. Hij gaf hem meer aandacht vond Lien. Hij vond van niet. Ieder kreeg waar hij recht op had.

Vanochtend, voordat ze naar school gingen had hij zijn vreugde over de promotie al met zijn zonen gedeeld. Tegen de aanstaande student vertelde hij dat er alle reden was om trots te zijn op zijn vader. De jongste kreeg te horen dat hij een voorbeeld moest nemen aan zijn vader.

-Vanavond zal je vader jullie laten zien hoe zo’n promotiebrief eruitziet, zodat het jullie een beetje motiveert voor later. Dan kan je niet zeggen dat je vader je niet heeft geholpen.

Hij sprak over zichzelf of hij iemand anders was, zei geen ‘ik’ maar ‘vader’. Ze lag nog in bed en dacht aan wat dingen tegelijk, die niet wilden rijpen omdat ze nog maar net wakker was. Dingen die door elkaar heen liepen. Iets zei zinnen in haar hoofd als:

-Nou, nou, wat een narcisme.

-Ja hoor, ze zullen later als CEO terugdenken aan de schlemielige promotie van hun vader tot een klein baasje.

-Kom, Lien, wees eens aardig over Peter van Doorn. Je moet nog een paar jaar met hem.

-Ohh, Lien, zulke dingen mag je niet denken.

En zo werd ze langzaam wakker. De post bracht de envelop, maar de fox terriër die hij vrij zouteloos Fikkie had genoemd, was eerder bij de brievenbus dan hij, en zette zijn tanden in de benoeming; iets waar Lien op de achtergrond om moest lachen.

Van Doorn jammerde echter tegen het beest dat hij nergens voor deugde, waar hij niet helemaal gelijk in had want Fikkie ving heel wat gemopper op dat op de hoofden van de gezinsleden terecht zou komen, wanneer hij er niet was geweest. Fikkie accepteerde zijn lot en liet op zich mopperen, maar als de post kwam voer de duivel in het dier.

-Laat hem toch, riep Lien, hij snapt het toch niet.

-Lien, schreeuwde van Doorn nu met een paniekerige stem, de hele brief is verscheurd. Ze liet hem jammeren en ging koffiezetten; dat stompzinnige huishouden kwam later wel. Misschien morgen.

 

Even later had van Doorn de brief met plakbandjes aan elkaar geplakt.

-Zal ik een nieuwe vragen, Lien? Ik ga een nieuwe vragen, Lien. Dit kan ik zo niet aan de jongens laten zien.

Omdat haar reactie er voor hem verder niet toe deed, vormde ze geen woorden maar maakte  ze slechts een grommend, instemmend geluid. Ze had een poosje geëxperimenteerd met dit soort geluiden om te kijken of hij het opmerkte. Dit was niet het geval.

De telefoon ging. Hij liep er snel heen.

-Ja, met van Doorn. (…) Oh, hallo Corneel. Je belt op een goed ogenblik. Fikkie heeft de benoemingsbrief verscheurd. Kunnen jullie me een andere sturen? Niet voor mezelf hoor, maar voor de jongens.’

Hij luisterde. Hij luisterde lang. En hoe langer hij luisterde, des te bleker hij werd.

 

Ondertussen keek zij op haar mobiele telefoon of Thijs haar al een berichtje had gestuurd.  Ze had iets met Thijs, dat ze zonder veel wroeging verborgen hield voor Van Doorn. Het was van platonische aard, al hadden ze ooit gezoend. Maar dat kwam door een Belgisch biertje met teveel alcoholprocenten.

Gewoonlijk dronk ze dat niet en die namidddag met Thijs nam ze er vier, waardoor ze moeite begon te krijgen met bepaalde medeklinkers. Ze zag zijn mond en wilde zoenen, en kon de drang niet bedwingen. Deze eerste uiting van overspel in haar leven was primair en instinctiefmatig, maar op de keper beschouwd onschuldig. Het werden een paar zoenen, maar ze hadden het effect van een paar nachten liefdesspel.

Het was platonisch geworden omdat Thijs en zij, zeiden zij tegen elkaar, eerlijke mensen waren en hun gezinnen niet wilde offeren aan ongecontroleerde impulsen. Thijs was een collega van van Doorn. Van Doorn had niet veel respect voor hem.

-Een ijdeltuit en een gladde prater. Neem hem maar niet te serieus.

Thijs, op zijn beurt, beweerde niets tegen van Doorn te hebben, maar was goed op de hoogte van de kritiek die collega’s op hem hadden. Hij citeerde ze graag in het bijzijn van Lien die de citaten ontvingen als charmante blijken van aandacht.

Het berichtje dat hij vanochtend stuurde was duidelijk: ‘mission completed’ zei het. Ze had Thijs niet aangemoedigd om de actie te organiseren; ze had zich er niet mee bemoeid. Ze had hem ook niet tegengehouden, evenmin had ze van Doorn erover geïnformeerd.

-Het is iets tussen jou en hem, zei ze tegen Thijs, maar dat ontkende hij steeds.

-Het is iets tussen de collega’s en Peter.

-Toch blijf ik er liever buiten, antwoordde ze dan.

-Ik hou je wel op de hoogte, grijnsde Thijs die wist dat ze nieuwsgierig genoeg was om de zaak van een afstandje te volgen. Veilig want ze was beschermd opgevoed.

Mission completed  betekende dat de actie afgerond was die Thijs op verzoek van zijn collega’s had opgezet. De handtekeningenactie was gericht tegen de benoeming van haar man. Er was zoveel bezwaar tegen hem, dat zijn collega’s een officiële petitie wilden aanbieden bij de directie.

Dat was gebeurd en het nieuws moest nu van Doorn ook bereikt hebben, want ze hoorden beneden in de woonkamer het geluid van een onophoudelijk vloekende Van Doorn die zijn stem flink moest verheffen om boven het geblaf van zijn hond uit te komen.

-De klootzakken, hoorde ze hem roepen tussen een paar uitdrukkingen door, die volgens de bond tegen het vloeken niet zouden passen bij een leidinggevende met een voorbeeldfunctie.

Ze liep naar beneden. Zou het haar lukken om te doen alsof ze het van te voren niet had geweten? Ze was nooit een goede actrice geweest, maar sinds Thijs maakte ze vorderingen. Ze moest wel.

Van Doorn stond dramatisch met zijn handen tegen de muur, zijn hoofd half gebogen. Hij transpireerde onder zijn oksels. Ze hoorde hem hijgen en hoewel ze besefte dat ze nu compassie zou moeten voelen, voelde ze vooral irritatie.

-Wat is er, Peter?

-Ze hebben een petitie ingediend, hijgde hij, ze protesteren tegen mijn aanstelling. Corneel zei dat de directie de benoeming waarschijnlijk ongedaan gaat maken.

Hij kwam los van de muur, pakte zijn zakdoek en wiste het zweet van zijn voorhoofd. Hij liet zich in de bank vallen alsof hij een zak meel was die in een berg meelzakken werd geworpen.

Gog en Magog werden werkelijkheid; de wereld verging.

Ze ging tegenover hem zitten, niet naast hem. Hun liefde had de leeftijd bereikt dat ze zijn lichaamsgeur niet meer verdroeg. Ze bleef op afstand.

-Misschien zijn ze jaloers, zei ze.

-Nee, Lien. Ze zijn niet jaloers, baste hij. De hond sloeg aan en toen er geen reactie kwam sloeg hij weer af.

-Ze zijn helemaal niet jaloers. Ze zijn dom.

Ze bekeek hem nu grondiger. Wat ze zag was een verongelijkte man die zichzelf beklaagde omdat hij niet dat kreeg, waar hij vond dat hij recht op had. Natuurlijk was het sneu maar ze vond het moeilijk om mee te leven met iemand die zichzelf geen enkel verwijt maakte over de dingen die hem overkwamen.

Hij was het Onbegrepen Slachtoffer, vond hij. Hij droeg geen verantwoordelijkheid voor de dingen die hem overkwamen door de dwaasheid van anderen. Hij zweeg en keek naar buiten. Ze keek naar hem, en plotseling begon ze, terwijl zijn hand onzeker door zijn baard heen en weer ging, te lachen. Hard te lachen.

Ze lachte zo hard dat de porceleinen kopjes op het dressoir begonnen te rinkelen, al kon dat ook veroorzaakt worden door de trilling van de aardbodem die op hetzelfde ogenblik plaatsvond in de regio waar het gasbedrijf zijn boringen deed. De hond sloeg opnieuw aan, maar hield wijselijk op met blaffen toen zijn baasje hem met het speeksel op de lippen van onvervalste woede een porceleinen kopje naar het hoofd gooide.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s