Koude oorlog; een oer-Hollands verhaal (Internetfeuilleton deel 8 en 9)

Op deze weblog plaatste ik de eerste zeven delen van dit oer-Hollandse verhaal over een bruiloft die plaats vond in het Nederland van de jaren zeventig. Een gouden tijd, maar niet zonder schaduwen. De ‘fatsoenlijke jaren’ 50 en 60 hadden veel tragiek aan het oog onttrokken die in die jaren ontlaadde. In ‘Koude Oorlog’ verhaal ik over een bruiloft uit die tijd. Deel 8 en 9.

Ik zal het uitleggen.  Mijn vader was het vijfde kind uit een arbeidersgezin uit Heveadorp. Mijn opa werkte bij de Heveafabriek die tussen de bossen was gezet, niet ver van de Rijn. Hevea had het dorp gebouwd en trok aan het einde van de jaren dertig van de vorige eeuw veel grote arbeidersgezinnen aan. Het hele gezin kon dan meewerken. Lekker goedkoop voor de fabriek, maar ook goed voor de arbeiders.

Mijn vader was de jongste. Zijn oudere zussen en broer werkten in de fabriek, waardoor hij de Hogere Burger School kon doen. Zonder hen zou dat niet gelukt zijn beweerden ze, want van hun kostgeld werd de opleiding betaald. En dat werd hem nagedragen. Er ging geen feestavond voorbij, of hij moest horen dat hij ze dankbaar moest zijn. Daarbij noemden ze hem bij zijn bijnaam. Dit lag uitermate gevoelig bij mijn vader.

In het contact met militaire collega’s die voor het merendeel uit welgestelde families kwamen, liet hij zich geen Jim, maar James noemen. ‘Gek dat mensen mij Jim noemen, want ik heet eigenlijk James’ glimlachte hij dan. Mijn moeder vond dat schijnheilig.

-Je hoeft je niet te schamen voor waar je vandaan komt. Ze accepteren je zo ook wel hoor. En als die corpsballen het niet doen, dan zou ik me er niets van aantrekken.

Daar ging het niet om wierp hij tegen, maar ik had het idee dat het daar wel om ging. Al zou ik als ik mijn vader was ook hebben gezegd van niet, want mijn moeder ging in ruzies erg ver om gelijk te krijgen. Ze kon je dan heel klein maken. Zelf heb ik daar pas later in mijn leven kennis mee gemaakt, maar Johan en mijn vader werden er toen al mee geconfronteerd.

James. Zo heette hij ook. Hij was vernoemd naar de directeur van de fabriek in Heveadorp. Het was zijn doopnaam. ‘Hij heet James Antonius, maar we noemen hem Jim,’ stond op zijn geboortekaartje dat hij zorgvuldig bewaarde in een la bij de andere spullen uit de jaren 30 en 40. Het gaf maar aan hoe belangrijk namen voor hem waren. En het verklaarde waarom hij er zo’n hekel aan had dat zijn familie hem bij de bijnaam uit zijn jeugd noemde. Mijn tante Tina, had de naam bedacht.

‘Snottertje Busk’.

Johan begreep het in onze rokerige kamer plotseling ook. Zijn vader wilde niet dat rijlaars junior er getuige van was dat ze hem ‘snottertje’ noemden. In het leger ging het zoals op zee, zei Johan in die weken tegen me. Bereikte zo’n bijnaam de crew, dan kwam je er niet meer van af.

-Wilt u liever niet dat we uw zussen en broer uitnodigen? Want dan doen we het niet, hoor.

Johan ging naar voren zitten om nootjes te pakken. Mijn vader wendde zijn blik van hem af.

-Jullie moeten zelf weten wie je uitnodigt.

-U bent belangrijker dan de familie, zei Johan.

Ik keek vanuit mijn stripboek naar Merel, die voor haar doen een ongekend neutrale houding had aangenomen. Er viel niets uit op te maken.

-Wij gaan niet over de gastenlijst.

Ook Johan keek naar Merel, die nu Johan zo staarde, het woord maar nam.

-Maar waarom wilt u niet dat we ze uitnodigen? vroeg Merel. Het is toch leuk? Hoe meer zielen, des te meer vreugde.

Johan schudde het hoofd.

-Nee nee, ik heb het gevoel dat pa het niet fijn vindt dat zijn familieleden komen. Dus nodigen we ze niet uit.

Na een korte stilte knikte mijn vader instemmend.

-Daar doe je me een groot plezier mee, jongen.

Hij stak zijn duim omhoog en knipoogde naar Johan, die begon te glimlachen tegen mijn vader en van hem naar Merel keek. Maar die keek terug met opgetrokken wenkbrauwen, zodat hij snel weer naar zijn stiefvader keek.

Toen Merel hem later die avond, onderweg naar haar ouders, vroeg waarom hij het zijn stiefvader zo gemakkelijk had gemaakt, legde hij uit hoe het zat met Rijlaars Junior en Snottertje.

-Wat een burgerlijke onzin, riep Merel uit. Hoe ga je dat uitleggen aan tante Tina en tante  Corry?

Johan haalde zijn schouders op.

-Niet.

-Je gaat het niet uitleggen?

-Nee.

Merel schudde haar hoofd.

-Dan doe ik het. Ik bel tante  Corry wel.

Johan zuchtte maar deed geen poging om haar op andere gedachten te brengen. Hij had een hekel aan ruzie, maar het wonderlijke in het leven is dat mensen die een hekel aan ruzie hebben, graag partners zoeken die het conflict aangaan.

https://egobert.wordpress.com/2012/02/05/koude-oorlog-een-oer-hollands-verhaal-internetfeuilleton-deel-6-en-7/

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s