Koude oorlog; een oer-Hollands verhaal (Internetfeuilleton, deel 6 en 7)

Vorige week plaatste ik de eerste vijf delen van dit oer-Hollandse verhaal over een bruiloft die plaats vond in het Nederland van de jaren zeventig. Een gouden tijd, maar niet zonder schaduwen. De ‘fatsoenlijke jaren’ 50 en 60 hadden veel tragiek aan het oog onttrokken die in die jaren ontlaadde. In ‘Koude Oorlog’ verhaal ik over een bruiloft die ik uit de eerste hand ken. Deel 6 en 7.

We hebben eigenlijk goed nieuws, zei Johan op een zwakke toon met zachte stem.

-Eigenlijk betekent eigenlijk niet, zei mijn vader die wat voorovergebogen zat met zijn lichaam van  1 meter 86. Ik heb mijn moeder wel eens horen zeggen dat hij vooral grapjes maakte, en alleen serieus met Johan en mij sprak als iets hem niet zinde. Dan sloeg hij onmiddellijk een strenge toon aan.

Hij had een glas in zijn hand waar hij met grote regelmaat van nipte, waardoor vlokjes bierschuim op zijn lippen kwamen te staan. De omgeving merkte dit op. Hij zelf niet. Johan glimlachte flauwtjes naar me. Hij zocht de juiste woorden. Het ergste was dat hij niet precies wist wat hij verwachten moest. Hoe zou zijn stiefvader op de bruiloft reageren?

Johan zat niet comfortabel in de grote eikenhouten stoel met het dikke leren kussen die halverwege de jaren zeventig in conservatieve milieus bijzonder populair was. Er waren toen radioreclames die de verkoop van eikenhouten meubelen bevorderden, louter door het geluid van getik op hout te laten horen. Nadat deze destijds zo populaire meubelen uit de mode raakten, zijn ze echter nooit meer teruggekomen.

Je zakte te diep weg in het leer waardoor de stoel geen steun bood bij het zitvlak. De massief eiken leuning was aangebeten door onze onlangs overleden bastaard-rottweiler Generaal Rommel. Mijn vader was een nazi-hater, maar beweerde diep respect voor de Duitse oorlogsofficier Rommel te hebben. Hij had de hond om die reden naar hem vernoemd. Wij geloofden er niets van, hij vond het gewoon grappig om een hond naar nazi’s te vernoemen, en hem dan te commanderen. Een eerdere bastaardhond, die al na 2 weken het leven liet, noemde hij Himmler, en niet omdat hij er zoveel respect voor had.

-Himmler, zit!

-Generaal Rommel,af!

Merel  kon je in een nis zetten; die zat altijd goed. Mijn moeder daarentegen hing in de donkerste hoek van de kamer, afwachtend. Je kon zien dat ze met haar kleine corpulente lichaam niet goed wist welke positie ze moest aannemen. Als handig zitten een doe het zelf activiteit zou zijn, dan had ze twee linkerhanden.

Merel en Johan hadden een pilsje van haar gekregen. Ze dronken het bier, anders dan mijn vader, direct uit de fles maar zonder schuimresten achter te laten rondom hun mond.

-Eigenlijk heb ik wel goed nieuws, herhaalde Johan na een kuchje.

Mijn vader bleef volharden in zijn joligheid.

-Dan komt het niet in de krant.

-Jullie vinden het vast goed nieuws, vervolgde Johan.

-Huh?

-Jullie vinden het vast goed nieuws.

-Wat?

-Dat gaat hij nu vertellen, zei mijn moeder.

Ze keek Merel aan en fluisterde ‘Zijn oren’. Mijn vader knikte afwachtend. Mijn moeder bleef roerloos in haar ongemakkelijke positie, terwijl Merel met de achterkant van de vingertoppen van haar linkerhand over de nagels van de rechter wreef. Dat herinner ik mij nog goed. Ze zat met haar benen over elkaar, iets naar voren gebogen. Toen ontkwam Johan niet meer: zijn stem, die door de spanning iel als riet was geworden, moest dit geluidsvacuüm, met in de diepte van de stilte alleen een tikkende staartklok, innemen.

-Merel en ik, we hebben lang met elkaar gepr…gepr…gepraat.

Ik had hem lang niet zien stotteren. Nu hij het wel deed, nam de spanning in de blikken van mijn ouders toe.

-Nou, we hebben dus lang met elkaar gepraat en jullie weten ook wel dat we, ach, dat varen en zo, dat moet een keer voorbij zijn. Dat kan niet een heel leven.

Mijn vader knikte instemmend.

-Inderdaad. Dat kan geen heel leven.

-Dus toen hadden wij er een gesprek over en hebben wij tegen elkaar gezegd van dat we het toch een goede gewoonte vinden.

Mijn vader trok een wenkbrauw op.

-Wat bedoel je met een goede gewoonte?

-Nou, trouwen.

-Trouwen is een voortreffelijke gewoonte. Ik ben blij dat jij dat nu ook vindt. Je wordt volwassen.

-Ja, zei Johan, half bevrijd omdat het gesprek een andere wending nam.

-Je kan het gewoon zeggen, hoor, Johan. Ze begrijpen het wel. Je kunt gewoon zeggen dat we gaan trouwen.

-Dat zeg ik toch, ik bedoel…

Hij keek uit zijn ooghoeken naar mijn vader, om te peilen wat zijn reactie was en praatte door.

.. dat heb ik net gezegd, dat we dus een goede gewoonte, ik be…bedoel, een goede gewoonte, nou ja, trouwen dus. We gaan trouwen.

Hij zocht redding bij mij, maar ik begon snel weer in mijn Asterix & Obelix-boek te lezen, een ideaal alibi om niet aan het gesprek te hoeven deelnemen en er toch bij te kunnen zitten. Ik zou ook niet hebben geweten wat ik had moeten zeggen. Op straat had ik altijd het hoogste woord, zoals je me wel eens verweten hebt, maar in familiekringen kenden ze me als Edo de Zwijger.

Er viel een stilte in de kamer waaruit de rook weg wilde trekken, maar geen uitweg vond omdat de ramen gesloten waren tegen de februarikou. Tjonge, wat werd het benauwd. Er werd naar elkaar gekeken, van de een naar de ander. Ieder keek naar de ander en leek niet onmiddellijk prijs te willen geven wat er door hem heen ging. Mijn moeder sloeg haar ogen half neer en keek naar een onbepaald punt op de tafel.

Het was Merel die de stilte na een halve minuut verbrak.

-Vinden jullie het niet leuk voor ons?

Mijn vader knikte, terwijl hij van Merel naar Johan keek en van Johan naar mijn moeder. Voor mij had hij, zoals meestal, weinig aandacht. Hij leek te wachten tot iemand iets concreets ging zeggen. De opmerking van Merel leek daarbij niet relevant, hij negeerde hem aanvankelijk, maar Merel herhaalde de vraag.

-Nou, vinden jullie het niet leuk voor ons?

-Ja hoor. Gefeliciteerd, antwoordde mijn moeder droog, maar ze leek meer aandacht te hebben voor haar sigaretten waarvan ze er maar weer eens één opstak. Ondertussen bleef het stil tot Johan mijn vader aan keek.

-En jij, pa. Hoe vind jij het?

-O goed.

Het klonk niet als o goed.

-Okay, antwoordde Johan, terwijl mijn moeder schuin uit haar ooghoeken naar mijn vader keek. Sceptisch. Merel zag het.

-Is er iets? Als er iets is moeten jullie het zeggen.

-Nee, er is niets, zei mijn vader.

Mijn moeder schudde met haar hoofd, terwijl ze uit haar ooghoeken bleef kijken, nu met een opgetrokken wenkbrauw.

-Niets?

Hij keek haar aan, en probeerde zijn ‘wat bedoel je?’- blik met een schuin lachje. De blik had niet het gewenste effect. We bleven hem afwachtend aankijken, ik vanachter mijn stripboek.

-Er is echt niets. Wat zou er moeten zijn?

Hij perste zijn lippen op elkaar en hief het gezicht iets waardoor zijn kin vooruitstak, zoals bij arrogantie of trots.

-Johan en Merel gaan trouwen. Dat verrast me. Ik vraag me natuurlijk af waarom, maar dat zal me worst zijn. Het gaat om hun geluk.

Het zou hem worst zijn. Militaire uitdrukking en in zijn mond ondoorgrondelijk. Hij zei het als iets hem koud liet, en hij zei het als iets hem raakte. Iedereen viel stil en keek naar voorwerpen die hun belangstelling niet hadden, behalve Merel die naar mijn vader bleef kijken. Johan was zichtbaar opgelaten. Het bloed was naar zijn hoofd gestroomd en hij bewoog met zijn linkerhand ter hoogte van de dij over zijn spijkerbroek, alsof hij er as van af veegde, maar er lag geen as.

Mijn vader stond op, pakte zijn lege Amstelfles van de tafel en liep naar de koelkast.

-Willen jullie ook nog?

-Nee, ik heb nog, dank je. En mevrouw Busk en Johan ook.

Ze noemde mijn moeder mevrouw Busk en mijn vader meestal meneer Busk maar soms ‘pa’.

-Dat kan je toch zien? vroeg mijn moeder die beide handen en ogen half omhoog hief als een predikant in gebed.  Hij zag het niet, pakte bier uit de koelkast en negeerde haar woorden. Hij had drie flesjes bier in zijn handen toen hij terugkwam.

– Ze moesten niet, Jim.

-Huh?

-Ze hoefden geen bier.

De woorden ‘geen bier’ benadrukte ze; ze sprak ze langgerekt en duidelijk uit, bijna luid.

-Nee, weet ik. Maar dan hebben ze er vast één voor zo meteen.

Hij ging weer zitten.

-Toch leuk, lachte hij half vragend, dat jullie gaan trouwen.

We ontspanden niet, maar bleven hem afwachtend aankijken.

-En? Wie komen er?

-Oh, dat weten we nog niet precies, antwoordde Merel. Familie, vrienden. We moeten de lijst nog maken. Eerst wilden we jullie inlichten.

-Natuurlijk.

Hij schonk zijn bierfles leeg in het glas, en wel zo dat er voor korte tijd een schuimkraag van twee vingers op stond. Maar het bier sloeg snel dood. Hij keek naar mijn moeder.

-Je hebt het glas niet goed afgewassen.

-Dat glas is wel goed afgewassen, maar je hebt een vette mond van de worst en de nootjes. Dan slaat het bier dood.

Hij veegde zijn mond af.

-Komt rijlaars junior ook?

Rijlaars Junior, wisten we, was de zoon van zijn collega Smit. Johan knikte.

-Een goede vriend van Merel, legde hij uit.

-Maar je gaat toch niet je tantes en oom uitnodigen, neem ik aan?

Mijn vader keek Johan indringend aan. Hij had het over zijn eigen broer en zussen.

-Dat waren we eigenlijk wel van plan, zei Merel.

Eigenlijk is eigenlijk niet, dacht ik.

Mijn vader liet zich langzaam terugvallen in zijn stoel. Hij zuchtte en legde een hand op zijn stropdas. We  zagen rode vlekken in zijn nek. Dat verwonderde Johan en mij. Mijn vader had in de regel alleen vlekken als hij het gras maaide of de muur witte. Hij kon zich geweldig opwinden als hij fysieke arbeid moest verrichten.

Tegelijkertijd realiseerde Johan zich waarom hij dat onprettige voorgevoel had gehad. Natuurlijk. De oom en tantes.  En de zoon van een collega. Eén plus één was twee. Ik zelf had al begrepen dat het om zoiets ging. Ik kende mijn vaders zwaktes beter dan hij de mijne. Maar dat kwam door mijn moeder. Die maakte mij ongevraagd deelgenoot maakte van haar ergernissen, wat voor haar uiteindelijk heel nare gevolgen heeft gekregen.

(Wordt vervolgd)

Advertenties

3 gedachtes over “Koude oorlog; een oer-Hollands verhaal (Internetfeuilleton, deel 6 en 7)

  1. Pingback: Koude oorlog; een oer-Hollands verhaal (Internetfeuilleton deel 8 en 9) « Bert Overbeek's Weblog

  2. Pingback: Tweets over management, zogenaamd integere journalisten en alles wat voorbij komt - Jonge Bazen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s