Koude oorlog, een oer-Hollands verhaal (deel 5)

In 1975 trouwden een jonge zeeman en een verpleegkundige. De bruiloft liep uit op een uitbarsting van zaken die zich in de jaren vijftig en zestig hadden opgebouwd. Bert Overbeek legt in het verhaal ‘Koude oorlog’ een wereld vast die graag verborgen had willen blijven . Want destijds bedekte men zaken graag met de mantel der liefde. Wat er echter onder die mantel gebeurde, kon het daglicht moeilijk verdragen. Op deze blog zal het verhaal de komende maanden als feuilleton worden gepubliceerd. Dit is deel 5. De andere delen vind je op deze weblog. (Vandaag zal ik op deze weblog deel 1 tot en met 5 nog eens in zijn totaliteit publiceren.)

Het schemerde februari-achtig in onze rokerige woonkamer. Mijn vader was zoëven afgeleverd door de legergroene Volkswagenbus die hij en zijn collega-landmacht-officieren ’de combi’ noemden. De auto bracht hen ’s ochtends naar de kazerne en ’s avonds van de kazerne terug naar huis.

Mijn moeder had een halve liter fles amstel bier voor hem neergezet en had voor zichzelf een glas sherry ingeschonken.  Ze rookten sigaretten. Hij een Caballero en zij een mentholsigaret van Gladstone. Mensen hadden in die tijd nauwelijks bezwaar tegen roken; in hun generatie was het vreemd als je het niet deed.

Mijn vader had de grijsgroene stropdas losgeknoopt waardoor deze scheef om zijn nek gestropt zat. Hij zat in een half onderuitgezakte houding met zijn enkels  over elkaar. Ze liepen in een punt van twee schoenen uit, alsof zijn onderstel het uiteinde van een schaar was. Niet bepaald een reclame voor de landmacht van Hare Majesteit, zal ik maar zeggen.

Mijn vader zei goed bedoeld dat ze eens een ‘nieuw japonnetje’ moest kopen. Ze antwooddde dat ze zich geen nieuwe kon permitteren omdat het geld op ging aan sigaretten en drank. Dan keek ze beschuldigend naar mijn vader. Terwijl ze zelf meer rookte en dronk dan hij.

Tegen weinig mensen was ze direct, maar tegen mijn vader kon ze heel bot zijn. Na 20 jaar huwelijk kon je je alles permitteren. Al zag je eruit als een bos uitgebloeide chrysanten, het maakte niet uit, ze bleven destijds toch wel bij je. Als ze hun natje en droogje maar hadden. Ze bekeek hem vanuit haar ooghoeken terwijl ze van haar sherry nipte.

-Ze hadden een belangrijke mededeling, zeiden ze.

-Huh?

-Een belangrijke mededeling, herhaalde ze, luider, want zijn buis van eustachius zat om de haverklap verstopt, beweerde hij. Wij hadden onszelf daardoor in de gesprekken met hem getraind in to the point communiceren. Zij deed dat in korte zinnen, met een toename van volume bij sleutelwoorden zodat ze zeker was dat hij ze hoorde.

-Wat voor belangrijke mededeling?

-Als ik dat zou weten, hoefden ze niet te komen. Ze keek me aan met een geïrriteerde blik.

Hij ging niet op haar in, maar begon te vertellen over een collega, luitenant Smit. Smit was maar één rang hoger, maar van betere komaf. Een ‘heer van stand’ noemde mijn moeder dat, naar een uitdrukking van de cartoonist Maarten Toonder. Ze reden samen in de combi maar daar was mijn vader niet blij mee.

-Een echte rijlaars.

Zo noemde hij Smit, die, zo maakten we op uit de verhalen, wel eens een grapje maakte over mijn vader. Die vond dat erg vervelend en kon er niet mee om gaan.

-Omdat zijn vader iets was bij de ambassade, en mijn vader fabrieksarbeider, vindt hij dat hij grapjes moet maken.

Mijn moeder vertelde me later dat ze zich niet goed kon herinneren hoe vaak ze die zin had gehoord. Hij kon slecht tegen grappen, maar op de grappen van Smit moest, als ze mijn  vader moest geloven, de doodstraf komen te staan.

De bel ging.

-Daar zal je ze hebben.

Mijn moeder stond op, drukte haar sigaret uit in de asbak en liep naar de voordeur terwijl mijn vader zijn stropdas schikte en  rechtop ging zitten. Ik bleef er bij. Niet omdat ik het zo leuk vond, want de sfeer was nooit helemaal ontspannen als Johan en Merel er waren. Maar juist daarom bleef ik erbij. Dat had ik tot een mechanisme gemaakt: als er spanning was, moest ik er bij blijven. Ik had dat vaker, dat moet je nog weten van onze stapavonden. Wanneer er ergens een vechtpartij in de lucht hing, bleef ik.

Was het nieuwsgierigheid? Of dacht ik dat ik door mijn aanwezigheid escalatie kon voorkomen? Ik weet het nog steeds niet precies, maar er zat iets angstigs in. Terwijl jij dacht dat het moedig van me was.

 

(Wordt vervolgd)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s