Koude oorlog (een Hollands verhaal)

In 1975 trouwden een jonge zeeman en een verpleegkundige. De bruiloft liep uit op een uitbarsting van zaken die zich in de jaren vijftig en zestig hadden opgebouwd. Bert Overbeek legt in het verhaal ‘Koude oorlog’ een wereld vast die graag verborgen had willen blijven . Want destijds bedekte men zaken graag met de mantel der liefde. Wat er echter onder die mantel gebeurde, kon het daglicht slecht verdragen. Op deze blog zal het verhaal de komende maanden als feuilleton worden gepubliceerd.

Mijn moeder dacht dat ik partij had gekozen. Dat was niet zo, maar zo nam ze het op. Van haar enige kind verlangde ze de volmaakte loyaliteit. ‘Wie niet voor mij is is tegen mij’ is een uitspraak van de verlosser van het christendom,  maar hij had ook uit haar mond kunnen komen.

Er was een conflict dat jaren had gesluimerd en ineens kwam het tot een uitbarsting. Het is niet gemakkelijk als mensen je tot liefde of loyaliteit dwingen. Daar werd het in elk geval tussen mijn moeder en mij niet beter van. Ik weet dat jij een zwak hebt gehad voor haar. Ze was zo leuk dronken. En dan deed ze met ons mee als wij, twee pubers, mensen met een handicap belachelijk maakten, in navolging van Neerlands Hoop, de progressieve cabaretiers van de jaren zeventig.

Pas veel later in mijn leven ben ik tekeningen van mijn moeder gaan maken. Ik tekende haar als Medusa, met slangen in haar haar.  Natuurlijk was ze geen Medusa, maar ik moest haar wel een poosje zo zien in mijn leven. Mijn broer Johan (ik moet eigenlijk stiefbroer zeggen) vond dat ik alles wat ze deed vergoelijkte, en dat was ook zo. Om dat kwijt te raken moest ik haar een tijdje als heks ervaren.

Jij was een jeugdvriend. Je wist veel meer van ons dat ik toen besefte. Ik dacht altijd dat je het alleen maar gezellig vond. Omdat het zo anders was dan bij jullie thuis. Dat zei je ook altijd. Je mocht bij ons bier drinken. Daar deden ze niet moeilijk over, mijn ouders.

Wij beiden weten dat je bij uitstek degene bent aan wie ik het verhaal moet schrijven. Ik ben al een tijd geleden achter het geheim van jou en mijn moeder gekomen. Dit maakt je uiterst geschikt om mijn geheim over mijn moeder in bewaring te nemen.

Als ik niet achter jullie geschiedenis was gekomen, dan had ik je het verhaal waarschijnlijk ook geschreven, omdat het over een periode gaat waarin we nog veel dingen met elkaar deelden, jij en ik. Er blijft altijd een verlangen naar die tijd met elkaar, ook al zijn we nu bijna vijftig.

In de grond van de zaak is het verhaal dat ik je hier vertel bepalend geweest voor een handeling die ik twee weken geleden verrichtte. Het is de basis van het conflict met mijn moeder. Ik zal dat conflict van me afschrijven en er daarna nooit meer aan denken. Ik houd niet van mensen hun leven lang over de zogenaamde trauma’s van hun jeugd praten. Psychoanalytische onzin, vind ik. En omdat ik buiten jou geen mensen meer verdraag, deel ik het met jou.

Het begon in februari 1975. Eigenlijk begon het eerder, maar ik moet een moment prikken waarin de gebeurtenissen samenstroomden om het begrijpelijk voor je te houden. 1975 dus. De tijd dat wij als 15-jarigen platen van David Bowie en Lou Reed zaten te beluisteren op mijn kamer. In het knipperende licht van drie spotjes die aangesloten waren op een lichtorgel. Onder een visnet.

Mijn meer dan 4 jaar oudere broer Johan bevoer in die tijd de wereldzeeën als matroos in dienst van de Nedlloyd. Ik bewonderde dat. Ik volgde zijn schip in de Telegraaf waarop mijn ouders geabonneerd waren. Ergens in de buurt van de rouwadvertenties stonden de scheepsberichten vermeld. Als hij thuis kwam, was ik nieuwsgierig naar de spullen die hij meebracht uit het verre oosten. Fruitmanden van hout. Een krom mes. Een Indonesische dekenkist met prachtige houtsnedes in het front. En glanzende kimono’s uit Japan, van vluchtige geliefden die hem honderden kilometers nareisden.

Als ik trouw, stop ik met varen, zei hij wel eens en soms ook:  als ik stop met varen, trouw ik. Maar niets wees er op dat moment op dat hij plannen had in die richting. Hij had verkering, maar in de familie werd geroddeld over zijn seksuele leven op zee. Hij was al eens met een druiper thuis gekomen.

Zijn vriendin Merel leek ook niet van plan om al te gaan trouwen.

-Natuurlijk ga ik niet trouwen. We leven potdomme in het jaar van de vrouw, had ze met oud en nieuw nog gezegd,  trouwen is van vroeger. De tijden veranderen. Als vrouwelijke fan van de Stones kan je toch niet trouwen. Dat is belachelijk, man.

Toen ze plotseling aankondigden dat ze gingen trouwen, kwam dat dan ook als een verrassing. Ik begreep er niets van. Hij, net 20, had altijd de zee in de kop. Wie een tyfoon of tsunami heeft meegemaakt en gezwommen heeft op plaatsen waar de oceaan tien kilometer diep is, zei hij kort voor zijn huwelijksaankondiging, wordt niet opgewonden van een appartement in een provinciestad aan het randmeer zoals Harderwijk, of een flatje met uitzicht op een Veluwse bosrand.

Voor haar bleken de dingen anders te liggen. Ze zou eindelijk haar geliefde bij zich hebben als hij aan land kwam. De maanden zonder hem vond ze afschuwelijk. Het waren maanden waarin ze haar plichten afdraaide als grammofoonplaten.  En ze vertrouwde hem niet helemaal met vrouwen als hij op zee was. Ze werd gek van het idee alleen al. Dus haalde ze hem over. Hoe dat gebeurde, is me niet verteld.

Ze was bepaald niet naïef, al was ze een jaar jonger dan Johan. Ze heeft daar wel eens met me over gesproken toen hij weg was. Dan zocht ze mij op, omdat ik haar aan hem deed denken, en dit terwijl we geen echte broers waren, maar stiefbroers.

Mannen op zee bezochten vrouwen van lichte zeden in havenbuurten, dat wist ze zeker.  Daar moesten ze de schade inhalen. Het waren toch mannen. Johan sprak er nooit over, maar ze had informatie ingewonnen bij oudere collega-verpleegkundigen waarvan de mannen ook op zee voeren. En hun verhalen hadden haar niet gerustgesteld. Ze stak de ene sigaret met de andere op toen ze het me vertelde.

Daar kwam bij dat Johan uitgesproken knap was. Hij was weliswaar maar 1 meter 73, maar was atletisch gebouwd met brede schouders en smalle heupen. Zijn donkere krullen en grote bruine ogen maakten hem tot een aantrekkelijke man voor animeermeisjes in de havens.

Merel was precies even lang als Johan, had halflang donkerblond haar en groene ogen, die onderscheidend waren op de partnermarkt. Hij was er voor gevallen. Hij kon minuten achter elkaar naar haar ogen kijken, zo lang en indringend dat ze plagerig opmerkte dat de rest van haar lichaam er toch ook mocht zijn. Dat deed ze gewoon waar wij bij zaten.

Een bruiloft zou hun leven ingrijpend veranderen. Sommige vrienden en familieleden van Merel vroegen zich af of ze dat beseften en natuurlijk antwoordden ze ja, maar in werkelijkheid stonden ze er niet bij stil. De emotionele aandrang was te krachtig.

‘Wij volgen gewoon ons gevoel’ was de toelichting van Merel die vaak de woordvoerder van Johan leek ‘Zoiets kan je niet uitleggen. Mensen willen altijd dat je alles uitlegt. Dat kan gewoon niet altijd.’

(Wordt vervolgd)

Advertenties

3 gedachtes over “Koude oorlog (een Hollands verhaal)

  1. Pingback: Top 10 van goede managementeigenschappen - Jonge Bazen

  2. Pingback: Koude oorlog, deel 3 (een Hollands verhaal) « Bert Overbeek's Weblog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s