Een cursus verbale incontinentie en contraproductieve dingen (deel 2)

Enige tijd geleden begon ik, bij wijze van grap, aan een boek over verbale en nonverbale incontinentie. De gedachte was: we zijn sufgetraind in communicatie en we zijn alleen maar slechter gaan communiceren. Dus: communicatietrainingen maken communicatie erger. Ik heb het nooit afgemaakt, misschien doe ik dat ooit nog. Ik zal de komende weken, tijdens mijn vakantie naar Sardinië (3 september terug), het stuk in afleveringen publiceren. Dit is deel 2.

Als er zich een probleem voor doet in de communicatie, moet u het niet oplossen. U moet het juist opblazen. Groter maken. Een bijdrage leveren aan escalatie. Luister maar naar dit voorbeeld. In een afdeling van 17 juridische secretaresses ontstonden enige jaren geleden problemen. Er ontstonden conflicten. Er was kliekvorming. Er werd geroddeld. Er was een zondebok, iemand waar iedereen last van zei te hebben. En in de samenwerking gingen dingen niet goed. De een vond dat er heel precies gewerkt moest worden; de ander was juist meer van de Franse slag.
Daarover ontstonden vervelende gesprekken.

‘Jij bent een pietje precies’ zei de een.

‘Jij bent een chaoot’ zei de ander.

Ze wisten heel precies wat er aan de ander niet deugde. Er was dan ook een heus conflict geboren. In een informeel gesprek over de manier waarop je toiletten schoonmaakte. Niet dat dat tot het werk behoorde, toiletten schoonmaken, maar bij het koffiezetapparaat moet je het toch ergens over
hebben. De vraag met hoeveel doekjes je een toilet thuis schoonmaakte leidde tot een verhitte discussie. En in die discussie werden erg nare dingen tegen elkaar gezegd.

Dat ze daar voor tijd voor hebben, denk je dan. Maar dat is een verkeerde manier van denken, heb ik intussen begrepen. Voor zulke conflicten heb je geen tijd, daar maak je tijd voor. Fout, zeggen mensen. Je bent in de tijd van de baas. Dan moet je werken, niet lopen te bakkeleien. Lijkt logisch.

Het idee dat je in de tijd van de baas moet werken en niets anders mag doen dan werken, zou best eens een calvinistische oorsprong kunnen hebben. Ik zou het een functionalistische arbeidsmoraal willen noemen. Je bent ergens om te functioneren. Ze betalen je een salaris en je zal ervoor werken.
Punt.

Goede norm toch? Niets op aan te merken. Of wel? Ja, toch wel. Het punt is dat normen op zichzelf altijd wel goed zijn. Ze zijn alleen zo vaak contraproductief. Mensen zijn van  nature namelijk geneigd tot autonomie. Ze laten zich gewoon niets zeggen.

‘Wie ben jij wel dat je denkt dat je zeggenschap over mij hebt’ denken ze. En ze doen lekker niet wat je van ze vraagt. Wel als je in de buurt bent, maar niet als je niet in buurt bent.

Wat je zou kunnen doen is de boel omdraaien. Je moet niet zeggen: Er is geen tijd voor conflicten in de tijd van de baas. Je moet zeggen: In de tijd van de baas gaan we meer tijd inruimen voor conflicten. Om dit proces te bevorderen doe je twee dingen. (a) Je geeft jaarlijks een compliment
aan degene die de meeste conflicten heeft weten te creëren en (b) als leidinggevende probeer je het conflict verder te laten escaleren. Je plaatst opmerkingen die de zaken erger maken.

Volgende keer, in deel 3, het vervolg hierop.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s