Nog een keer over wetenschap, geloof en atheïsme

Volgens een goede bekende schrijf ik de laatste tijd vaker over het thema ‘wetenschap en spiritualiteit’. ‘Maar dat zal de erfenis van je christelijke opvoeding wel zijn’ lachte hij er bij. Ik lachte mee maar nuanceerde wel: ik ben niet christelijk opgevoed. Hoewel: een beetje katholicisme kreeg ik nog wel mee, tot mijn 9e. Toen hield de toch al onregelmatige kerkgang van mijn ouders op.Toen ik 18 was omarmde ik het bijbelse geloof maar ik maakte me al snel los van het institutionele christendom; mijn geloof werd vooral door de bijbel gedragen. In 1994 hield ik overigens op met te geloven dat de bijbel van kaft tot kaft waar was.

Interessant detail is dat ik tussen 1988 en 1991 lid was van de stichting Skepsis. Tijdens mijn bijbelse periode dus. Niet echt zweverig dus. En ook gaven mensen destijds vaak aan dat ze niet de indruk hadden dat ik ‘gelovig’ was. Het leerde me dat er kennelijk beelden zijn van ‘gelovigen’, waaraan je kan voldoen of niet.

Dat was lastig. Mensen kunnen je aardig vinden, en dan ineens, omdat je gelooft, minder plezier aan je beleven. Ook nemen ze je minder serieus. Ik maakte dat regelmatig mee. Ze mopperden dan wel op gelovigen die niet-gelovigen als minderwaardigen behandelden, maar ze deden zelf hetzelfde.  Ik putte me lang uit om uit te leggen dat ik niet ‘zo’ was, maar het vechten tegen de ‘beliefs’ van dit soort mensen was onbegonnen werk: hun concept van ‘de gelovige’ stond vast.

Dat concept was zo: mensen die in god geloofden, waren in de grond van de zaak angstig. Ze waren bang voor de dood, voor mislukte oogsten, voor de hel, voor natuurgeweld en om daarvoor een verklaring te vinden, hadden ze god bedacht. Dit is wat een aantal grote filosofen in de afgelopen eeuwen hadden verwoord: er is geen god, en als hij er ooit was, is hij nu dood. Hij leeft in de beleving van mensen maar daarbuiten niet.  (Lees dit maar eens: http://www.libertarian.nl/wp/2004/06/atheistisch-manifest-van-herman-philipse/)

Nergens werd ‘de andere wereld’ meer ondergeschikt gemaakt aan het menselijk brein dan in het idee dat niet god de mens, maar de mens god zou hebben geschapen. Het is een idee dat als een rode lijn door de beliefs van mensen loopt die niet geloven. De aanname bij deze niet-gelovigen was bovendien dat mensen die geloofden, geen oorspronkelijke denkers waren.  Ze waren afhankelijk van hun geloof, en ‘durfden’ niet zelf te denken.

Dit idee vind je terug bij grote wetenschappers en denkers als Richard Dawkins, Stephen Hawking, Stephen J. Gould en in Nederland bij Bas Haring, de filosoof Herman Philipse en Dick Swaab. Die lijken dit te onderbouwen met op de wetenschap gebaseerde argumenten, maar ik vind dat ze dit niet overtuigend doen, en belangrijker: ook niet wetenschappelijk.

Als je bijvoorbeeld kijkt hoe ze de evolutietheorie en het scheppingsverhaal als tegengestelden tegenover elkaar plaatsen, dan zie je dat vooral het scheppingsverhaal  heel ongenuanceerd behandeld wordt.  (Ik zal daar nog over schrijven) Tegen die slordige en onwetenschappelijke benadering verzet ik me. Ik vind het slecht dat mensen die wetenschappelijke autoriteit bezitten, over geloof praten zonder de nuance die ze wel over hun eigen denkbeelden hebben.

Ik had er in mijn ‘bijbelse periode’ geen enkele moeite mee als mensen niet geloofden. Als rechtgeaarde bijbelvorser vond ik destijds wel dat ze iets ‘misten’, maar dat hoort nu eenmaal bij het hebben van een mening, niet alleen bij geloof.  Erger wordt het als je daar mensen tegen hun zin van wilt overtuigen. Slechts een paar jaar had ik last van de besmettelijke ziekte die bekeringsdrift heette. En dan nog alleen bij mensen die er interesse voor aan de dag legden. Er waren vrienden die ik er verder niet mee lastig viel, en hoewel ik tussen mijn 18e en 26e geen druppel dronk, ging ik vaak met ze de kroeg in. En ik bleef mijn ogen open houden voor andere manieren van denken, en zag zelfs in de meest atheïstische opvatting iets boeiends.

Dat traditionele christenen de gelagkamers  onbijbels vonden,  boeiden me wat minder. Jezus ging immers ook met hoeren om? Met die ‘ongelovige’ vrienden had ik het ook zelden tot nooit over geloof, hoe zeer mijn eigen beleving en leven er ook door gedragen werd, en hoezeer ik ook overtuigd was van het gelijk van de bijbel. Want dat stond voor mij buiten iedere discussie.

Dit is allemaal anders geworden. En in de eerste 18 jaar van mijn leven was het ook al anders. Maar ik heb altijd wel geloofd in ‘een andere wereld’. Ook voor en na mijn bijbelse periode. In een god zo u wilt. Die van mij niet mannelijk hoeft te zijn. De bijbel ben ik anders gaan zien, en ook anders gaan interpreteren. Voor mij is het niet langer het boek de boeken. Maar ik heb er geweldig veel van geleerd, van die 16 jaar intensieve omgang met dit boek, dat eigenlijk een boekenverzameling is.

Later in mijn leven werd ik nog erg warm van taoïsme en sjamanisme, net zoals ik warm werd en eigenlijk al was van wetenschap. Ik verdiep me op dit moment in drie gebieden: neurologie, astronomie (het ontstaan van het heelal) en geologie oftewel het ontstaan van de aarde. Waarom doe ik dit en waarom publiceer ik er over?

Om te beginnen ben ik er nog niet zeker van dat schepping en evolutie niet te verenigen zouden zijn. Zoals ik al zei: ik geloof wel in een andere wereld, en god is voor mij niet dood. Zoals atheïsten vinden dat god een bedenksel van mensen is, zo vind ik dat ‘god is dood’ een menselijk bedenksel is.

Dat ik in een andere wereld geloof, heeft niets te maken met angst voor de dood of angst voor mislukte oogsten of natuurrampen. Dat zou je net zo goed het tegenovergestelde kunnen laten geloven. Dat god niet bestaat. Achter elk ‘belief’ schuilt een bosje aannames. Wetenschappelijk niet te bewijzen vooronderstellingen. Ook achter het ‘god is dood’ denken. Want wie kan er nu met zekerheid zeggen dat er wel of geen god is? Niemand. Dus het gaat om iets dat je gelooft, iets dat je aanneemt.

Wie in niets gelooft, gelooft ook in iets, namelijk in niets en dat is ook iets. Het is in elk geval een geloof. Vandaar ook iemand als Herman Phillipse zich gedreven voelde tot het schrijven van een zogenaamd ‘atheïstisch manifest’. Dat is niets anders dan een belijdenis, maar dan tegen religie. Het staat vol aannames en vooronderstellingen, met een wetenschappelijk geurtje, maar wetenschap wordt er niet bedreven. Het is een atheïstische geloofsbelijdenis.

Ik zie daar vooral een aanklacht in tegen het christendom, maar ik publiceer over deze dingen, omdat ik het niet eerlijk vind dat met zoveel zekerheid over het niet-bestaan van een andere, voor ons onwaarneembare wereld wordt gesproken. Ik vind dan ook dat iemand als Phillipse aanmatigend is. Ik heb echt niets tegen zijn opvattingen, maar de zekerheid en het dedain waarmee hij praat vind ik misplaatst in deze discussie en ik geloof ook niet in de dingen die hij zegt, wat weer mijn goedrecht is, nietwaar?

Wat me verbindt met de wetenschappers is de zoektocht naar hoe de dingen zijn ontstaan. Dat boeit me enorm. Dat is bij mij begonnen in de tijd dat ik Genesis las, ergens in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Bij mij leeft de vraag: hoe zijn de dingen ontstaan en waarom zijn ze ontstaan en wat hebben ze met ons te maken? Waarom loopt er een wezen rond in een universum van onafzienbare afmetingen, dat pas na miljarden jaren ontstaat en dat beredeneert hoe dingen zijn ontstaan? Heel veel mensen zeggen dan: maak je toch niet druk, hou op met die onzin, je komt er toch niet achter.

Dat kan. Maar dat wil ik dan graag uitzoeken. Want het maakt voor mij uit of er een andere wereld is of niet. Het maakt uit of ik na mijn dood voortleef of dat dit het enige leven is. Ik wil dat weten. Het fascineert me, het fascineert me zoals goede muziek me fascineert of mooie kunst. Er is veel schoonheid in wetenschap. Er is ook veel schoonheid in denkbeelden. Het leven zelf is enorm de moeite waard. Maar het is ook geweldig om te mogen onderzoeken hoe de dingen zijn geworden tot wat ze zijn. Ik ga me daar niet voor afsluiten.

Misschien hebben de atheïstische wetenschappers gelijk. Dan is het ook goed. Dan heb je een mooi of minder mooi leven (je zal maar een hitler tegenkomen), is alles toeval, bestaat er geen god of andere wereld, en ben je dood als je dood bent, wat ook geen ramp is want dan weet je het niet meer. Je beschikt dan over een consistent wereldbeeld en er valt voldoende te onderzoeken en uit te vinden.

Maar misschien hebben de atheïstische wetenschappers geen gelijk. En zijn we beperkt in wat we waarnemen. Is er een andere dimensie die langs andere wegen bereikt moeten worden. Meditatie. Trance. Gebed. Misschien bestaat er wel degelijk een god, die tegenwoordig ‘the great intelligent designer’ (g.i.d) wordt genoemd.  En is er ook een ziel, die niet het product van ons brein is, maar juist dat brein op zijn eigen momenten aanstuurt.

Voor de mensen die dat willen bewijzen geldt: als je het bestaan van zo’n g.i.d. wetenschappelijk wilt bewijzen, moet je ook wetenschappelijk blijven, en geen truuks toepassen om het ‘waar te laten zijn’ of om ‘waar te maken wat onbewijsbaar is’. Wishful thinking is niet handig. Op dit gebied zijn mensen als Pim van Lommel te noemen. Van Lommel verzet zich, en dat valt te prijzen, tegen zijn atheïstische collega’s, maar De Regt en van Dooremalen laten zien dat hij niet altijd de juiste methodieken toepast. Die heren slaan dan weer door en vallen Van Lommel aan, alsof zij in het communistische Rusland van weleer christenen aan het bestrijden zijn.

Maar van Lommel en de zijnen zullen moeten beseffen dat ze wetenschappelijk moeten blijven, als ze wetenschap willen bedrijven. Ook dat is een reden voor mij om te publiceren. De slordige aanpak van sommige g.i.d.-wetenschappers leidt tot terechte kritiek in het atheïstische kamp op die aanpak. En dat is slechte reclame voor het denkbeeld dat er een andere wereld werkzaam zou zijn achter de dingen die we waarnemen. Van Lommel bereikt dan het tegendeel van wat hij wil.

Een goed beeld krijgen van de dingen die zijn gebeurd in ons heelal, met onze aarde en in ons brein, dat is een mooi doel. Vanuit dat beeld kunnen de ‘gelovigen’ naar ‘de vinger gods’ zoeken in onze prachtige, maar even woeste als wrede natuur.  Atheïsten kunnen het lekker zo laten; dat scheelt ze tijd die ze in onderzoek kunnen steken. Hopelijk kunnen atheïsten en spirituelen dat pad samen bewandelen, in plaats van arrogant de invalshoek van anderen belachelijk maken. En misschien moeten ze daar ook eens een glaasje bij drinken. Daar wordt de discussie vrolijker van. Zodat we kunnen zeggen: ‘Wie kennis vermeerdert, vermeerdert levensvreugde’.

Advertenties

Een gedachte over “Nog een keer over wetenschap, geloof en atheïsme

  1. Ik ben net begonnen in het boek “Ik heb te weinig geloof om atheist te zijn”. Daarin wordt betoogd dat niemand iets 100% zeker kan weten en dat het dus een kwestie is van welke argumenten en redeneringen en bewijzen het meest aannemelijk zijn. Interessant. Veel mensen geloven iets omdat ze dat willen geloven, maar dat is natuurlijk erg wankel. Is waar jij in gelooft ook echt waar, altijd en overal, of is het een mening? Stel dat de bijbel waar en betrouwbaar is, wat betekent dit dan voor jouw levensdoel, je zelfbeeld en je toekomst?…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s