Liefdesravijn

Het geweld, zijn vader die van vernederen hield, had tenslotte een geweldig natuurwetenschapper van hem gemaakt. Hij had zijn vader willen laten zien dat hij niet de nietsnut was, waarvoor die hem had uitgemaakt. Kort voor de publicatie van zijn eerste bestseller stierf zijn vader echter aan een hartaanval, zodat het loon voor zijn werk uitbleef.

Inmiddels was hij op een leeftijd, dat hij op zijn vader was gaan lijken. Hij hield zijn vrouw kort, wat met name in de discussie lukte. Ze leed aan depressies, verweet die hem, maar hij vond dat ze niet zo moest zeuren. Hij bracht tonnen binnen. Daar kon ze voldoende mee ondernemen om haar depressies te verdrijven. En anders moest ze maar een minnaar nemen. Zonder dat hij er achter kwam natuurlijk.

‘Dan zal ik je ruïneren’.

Ze was een Amsterdamse, al had hij haar gevraagd dat ‘afschuwelijke Mokumse dialect’ af te leren. Ze deed het, was een volgzame vrouw, die vond dat je je man geen aanleiding tot ontevredenheid moest geven. De frustratie die dat opleverde moest ze er maar uitwerken in de fitnesszaal. Bovendien was fitness goed tegen de depressie.

Zo had hij een rustige en overzichtelijke wereld op het leven veroverd. De agressie van weleer was verdwenen. Overal om hem heen gonsde het respect voor zijn briljante invallen en zijn wetenschappelijke bevlogenheid. Daarbij was hij een man van de wereld geworden. Iemand die het café bezoekt en veel naar het buitenland reisde, waar hij de vrouwen, de dranken en de gerechten van de streek leerde kennen.

Hij was ondanks zijn gespannen mond, diepliggende ogen, smalle schouders en zijn bleke behaarde huid, geliefd bij de vrouwen. Hij had een vermoeden hoe dat kwam. Hij kon zich ontspannen, geestig en vaderlijk voordoen, waardoor hij met name mooie en intelligente jongedames aantrokken die op vaders vielen. Achting had hij niet voor ze; hij genoot slechts van ze zoals een kat geniet van een libelle die hij heeft neergehaald om mee te spelen.

Zijn meest recente succes was een advies dat hij had gegeven aan een collega uit de astronomie. Met name zijn dringende verzoek om niet vermeld of genoemd te worden maakte indruk. Deze grootse vorm van bescheidenheid zorgde voor veel mond-op-mond-reclame en een goede pers. Ofschoon hij geen astronoom maar moleculair bioloog was, had hij de astronoom gewezen op om elkaar heen draaiende planeten; een unicum in het universum.

Kort voordat dit gegeven wereldkundig werd gemaakt, vond in een oud Normandisch hotel met veel kroonluchters en vergane glorie een partijtje plaats. Zelden zullen natuurwetenschappers zich zo te buiten zijn gegaan aan drank en vrouwen. Hij zelf had het aangelegd met een Australische hoogleraar, de aantrekkelijkste vrouw van het gezelschap, dat verder vooral hoofdzakelijk bestond uit mollige veertigers.

Om de herinnering uit te bannen, want dat loog beter, bedreef hij thuis onmiddellijk de liefde met zijn echtgenote. Die leidde uit zijn passie af dat hij nog steeds van haar hield, wat hij best vond want het diende zijn doel: zo min mogelijk last hebben van haar neerslachtigheid.

 

Een paar weken later wandelden ze samen zwijgend boven een afgrond in Zwitsers hooggebergte. De vakanties brachten zij overwegend door met veel lichaamsbeweging. Dan hoefden ze niet zoveel te praten. Zij wilde eigenlijk drie weken, maar ze bleven een week want dat vond hij voldoende. Dan kon hij thuis nog wat artikelen lezen en zijn vakliteratuur van kritische opmerkingen voorzien.

Hij was nog niet helemaal wakker. De hele vakantie eigenlijk al niet. Maar de berglucht was goed tegen zijn astma en het panorama was betoverend mooi; zeker op dit  uitkijkpunt.

‘Ik wil iets bespreken’ zei ze.

‘Moet dat op dit moment?’

Zijn stem klonk zwaar, maar toch staccato, alsof hij dreigend tak-tak-tak-tak zei.

‘Ja, want ik ben ziek’

Haar onverstoorbaarheid trof hem als een wespensteek, die bij hem een meer dan gemiddelde zwelling tot gevolg kon hebben.

‘Wat heb je dan?’ vroeg hij zo gewoontjes mogelijk.

‘Sief’ klonk het kortaf. Haar Amsterdamse tongval klonk voor het eerst sinds jaren door het woord heen. Ze had omdat hij er zo’n hekel aan had, de ‘s’ zachter gemaakt, en de Amsterdamse ‘ij’ klonk als de ‘e’ in ‘leggen’.

‘Je hebt wát?’

‘Sief. Of als je dat woord beter begrijpt…’

En hier klonk ze volmaakt Amsterdams.

‘…een druiper. En ik heb hem van jou.’

Hij veinsde een niet begrijpende glimlach en terwijl hij aanstalte maakte om de juiste gezichtsuitdrukking te kiezen en tegen haar te gaan schreeuwen, deed ze een pas in zijn richting, en duwde de hoogleraar met zo’n geweld naar voren, dat het voor hem onmogelijk was om zijn evenwicht te bewaren.

 

Zijn val in het ravijn betekende het einde van een genie, die nog veel voor de wereld had kunnen betekenen. Op de druk bezochte begrafenis werd hij klaaglijk beweend door zijn liefhebbende Amsterdamse weduwe, aan wier tragische oogopslag je kon zien dat ze getuige was geweest van een zeer traumatische gebeurtenis.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s