Tijl Beckand: geen vuurwerk, maar innemend en zeer grappig met het publiek

Tijl Beckand is een innemende man. Hij is het soort artiest dat veel krediet heeft bij televisiekijkers en theaterbezoekers. Dat komt omdat hij niet zo snel ten koste van iemand grappen maakt. Hij lijdt niet aan de ziekte van expliciet cynisme. Dit is het soort nadrukkelijk geëtaleerd cynisme dat zelfs talentvolle cabaretiers aanwenden om de boel  aan het lachen te krijgen.

Tegenover expliciet cynisme staat impliciet cynisme. Bij Tijl zit de ironie diep in de genen, maar hij heeft niet de behoefte om die voortdurend te showen. Zijn spot zit in de onderstroom, als een vanzelfsprekendheid bijna. Dit heeft tot gevolg dat je in zijn shows minder vuurwerk ziet. Dat ondervangt hij door af en toe indrukwekkende muzikale bergmassieven in zijn show te verwerken, maar dat wat indruk maakt ligt buiten hem.

In de paar delen die zijn show telt, zie je ook dat zijn kracht niet ligt in vuurwerk. Hij beschikt niet over het verbale talent van iemand als Theo Maassen, de sardonische absurditeiten van Hans Teeuwen of de hyperactieve gekte van Jochem Myer. Hij heeft niet de geladenheid van Eric van Sauers of de wrange kroegenhumor van een van ’t Hek.

Waar Beckand wel goed in is, is de interactie met het publiek. Dat heeft hij in zijn show The Gentleman Entertainer  binnen een minuut in beweging. Zodra Beckand in conclaaf gaat met de zaal, ontstijgt hij zijn collega’s. Hij is erg grappig in de interactie, breekt met zijn innemendheid en directheid het publiek open en is ook niet bang om een tik uit te delen. Maar nergens wordt het naar grof. Beckand heeft die grofheid niet nodig, lijkt het. Het staat hem ook niet. Hij ontwapent je meer als hij zich door het publiek laat onderhouden.

Aan onderwerpen geen gebrek in zijn show. Beckand is duidelijk iemand met een brede interessewereld. Grote thema’s, zoals man-vrouw-thematiek, oerknal of schepping, zijn wel aan hem besteed. Toch weet hij mij onvoldoende te boeien als hij zich daarover uitspreekt. Ik heb dat anderen boeiender zien doen. Daar wil je toch wel enig vuurwerk bij, anders haak je snel af.

Vuurwerk ontstaat wel als hij het over klassieke muziek gaat hebben. Een kwartier lang trakteert hij het (merendeels jonge) publiek op grootheden als Verdi en Beethoven, en aan het einde daarvan laat hij het publiek Beethovens ‘Alle Menschen werden Brüder’ mee neurieën. Dat is knap. En daar heeft hij mij in elk geval erg te pakken gehad. Ik hou van zulke betogen en ik vind het geweldig dat Beckand het publiek confronteert met iets dat hij zelf leuk vindt. Los van het feit of het publiek dat ook vindt.

Hij verliest op andere momenten af en toe even de zaal als hij betogen of grappen gaat doen die hem minder passen. Maar hij blijft je toch boeien door ineens weer terug te zijn. Het is niet de cabaretier die je achter elkaar laat doorschateren. Wel weet hij door zijn geestigheid de lach op je gezicht te houden.

Beckand speelt niet groot, hij houdt het toegankelijk, the next door gentleman. Ik vind hem meer iemand voor samenwerking dan voor een one man show. Tenzij hij het publiek er bij blijft betrekken. In de Lama’s kwam hij goed tot zijn recht, want hij is als hij zichzelf blijft echt wel grappig. Maar hij moet oppassen met al te veel de conferencier uit te gaan hangen.

Ik heb dat meer bij de Lama’s, dat ze te weinig trouw blijven aan hun kracht en teveel aan het doen zijn. Ik snap dat er brood op de plank moet, maar de kwaliteit van hun werk staat naar mijn mening aan erosie bloot. Kijk naar de twee Rubens. Nicolai kan volgens mij echt veel scherper zijn dan hij op dit ogenblik is. Hij heeft een goed oog voor nonverbale dingen van mensen, hij kan dat heel goed blootleggen. Teveel wordt hij de laatste tijd de quasi-grappige presentator en je mist de kracht van zijn Lama-optreden. Nicolai kan meer.

Ruben van de Meer is altijd een van mijn favorieten geweest. Hij heeft de gave van de blikken en de houdingen. Hij is er toe in staat om op een grappige manier de juiste mimiek bij de juiste gebeurtenis te trekken. De televisie heeft dat ontdekt. Maar draai de grappen die hij maakt eens terug. Daar ligt zijn kracht niet! Publiek lacht toch wel, maar dat moet voor mannen als de voormalige Lama’s niet goed zijn.

Dingen doen waar je niet heel erg goed in bent, terwijl je erg veel talent hebt is jammer. Misschien zijn Beckand, Van de Meer en Nicolai te goed in het weerleggen van kritiek en ten opzichte van elkaar te weinig kritisch. Ik weet het niet, ik wil het ook niet suggereren, maar ik vind ze te weinig in hun kracht. Zouteloosheid is het ergste dat ze kan overkomen en soms zie je het bij ze.

Ze hebben veel krediet bij het publiek door hun Lama-tijd en ze hebben alle recht om te zoeken naar nieuwe dingen. Maar alsjeblieft: laat ze doen waar ze echt goed in zijn. In het theater als dat er op televisie niet uitziet. Ondanks dit alles beveel ik de show van Tijl Beckand absoluut aan. Hij krijgt een mooie zeven.

(De show van Tijl Beckand werd gezien op zaterdag 12 maart in het Castellum-theater in Alphen aan den Rijn. Volgens ons is dit een rechtenvrije foto. Mocht dit niet het geval zijn, wilt u ons dan benaderen via pitcher.support@hetnet.nl, dan verwijderen wij hem.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s