God is nog niet dood

Er is geen ziel. Er is geen hiernamaals. En er is geen god. Veel wetenschappers beweren tot deze conclusie te zijn gekomen. In werkelijkheid geloofden ze al niet in deze dingen voordat ze aan hun studie begonnen. Maar in hun vakgebieden vinden ze alle mogelijke argumenten tegen zaken, die uit de wereldreligies afkomstig zijn. Dit overkomt ook de hersenwetenschappers Dick Swaab en Elkhonon Goldberg. De neurologen zeggen dat er in onze hersenen ‘een moreel netwerk’ zit. Dit netwerk is nodig geweest voor de samenwerking. Om te overleven dus. Uiteraard is dat netwerk een product van een hele lange evolutie. Het heeft er toe geleid dat de mens goden ging bedenken, vindt Elkhonon Goldberg.

Swaab denkt verder dat religie een paar ‘evolutionaire voordelen’ moet hebben gehad. 1. Het houdt de groep bij elkaar, wat belangrijk is voor het overleven. 2. Om dit doel te bereiken worden regels en sancties ingesteld. 3. Godsdiensten bevorderen de voortplanting. 4. Spijzigingswetten en reinigingswetten bevorderden de gezondheid. 5. Geloof troost in moeilijke tijden en dat is goed voor het moreel van de groep. 5. Godsdienst maakt optimistisch. 6. Door geloof zijn mensen minder bang voor de dood. 7. In naam van god mag je andere groepen doden.

Al deze dingen zouden zorgen voor instandhouding van de stam, een van de fundamenten van wat ik ‘evolutionair biologisme’ zou willen noemen. Tegenover de godsdiensten met hun principes staat een eigentijdse atheïstische levensbeschouwing. Het beeld is simpel. Alles is door toeval ontstaan. De oerknal zette ons universum in werking, en daarin ontstond leven en leven wil leven en overleven. Dus moet er vermenigvuldigd worden en voor een gezonde context worden gezorgd.

Een doel zit achter dit alles niet in de atheïstische beschouwing. Althans: geen ander doel dan the struggle to survive. Religie zit (net als onze ziel) dus in onze hersenen, onze hersenen produceren haar. Niet god benut de menselijke hersenen, maar god is een schepping van ons brein. En steeds vaker hoor je dat wij als mensen bovendien geen wil hebben. Of dat die wil zeer beperkt is.

Swaab en ook Goldberg doen hier wat de bioloog Stephen J. Gould niet zou doen: hij vond dat religie en wetenschap eigenlijk geen uitspraken over elkaar moesten doen.  Ik vind dat verstandig. Het al of niet bestaan van God valt niet te bewijzen, en het bestaan van een ziel ook niet. Natuurlijk mag je en moet je het blijven proberen, maar dan moet je je wel houden aan wetenschappelijke regels. Overigens zullen veel wetenschappers het hier mee eens zijn, ook de atheïstische.

De stelligheid waarmee wetenschappers beweren dat God niet bestaat, roept echter wel vragen op. Kan het echt niet zo zijn dat er een hogere macht is die in samenwerking met een aantal helpers ons universum een richting uit duwt? Is het wel zo zeker dat alles toeval is, of zijn er op wezenlijke punten goddelijke ingrepen geweest? Kortom: waarom zou het niet zo kunnen zijn dat er een doel achter dit alles ligt?

En is het wel zo dat het bestaan van een ziel is uitgesloten? Ja, zeggen de neurologen. We hebben aanwijzingen dat de ziel ophoudt te bestaan als de hersenen ophouden. Dus zonder hersenen geen ziel. Maar hiertegen is bezwaar in wetenschappelijke kring. Met name in de wereld van het bijna-dood-(BDE-)onderzoek zien we veel protest tegen deze manier van redeneren.

Heel wetenschappelijk is echter al dat BDE-onderzoek nog niet. Pim van Lommel doet een aantal verdienstelijke pogingen, Arie Bos schrijft er prachtig over, maar hun tegenstanders (De Regt en van Doorenmalen)  leggen toch ook een paar zwaktes in hun onderzoeksmethode bloot. Ik wil daar niet overheen stappen. Ook het bewijs voor een godheid of ziel moet gedegen zijn.

Maar het feit dat je religieuze gevoelens kunt opwekken door delen in de hersenen te stimuleren, wil niet zeggen dat religieuze gevoelens niet door een godheid kunnen worden opgewekt. Waarom zou het niet allebei kunnen? Waarom zou ‘de andere wereld’ niet gebruik kunnen maken van de hersendelen, zoals wij dat doen met onze technische apparatuur?  En waarom zou een immateriële ziel niet gebruik kunnen maken van onze hersenen, en onze hersenen van deze immateriële ziel?

Ik ben dus niet overtuigd dat de evolutie geen ‘goddelijk’ doel heeft. Laten we bijvoorbeeld eens naar onze eigen lokale religie kijken: de bijbelse. Het scheppingsverhaal heeft het weliswaar over zeven ‘dagen’, maar dit kan ook een metafoor zijn voor ‘perioden’. Zeven perioden dus. En het Hebreeuwse woord voor het bijbelse ‘scheppen’ is ‘bara’. Dit is niet ‘iets uit niets voortbrengen’, maar eerder ‘iets uit iets voortbrengen’, wat een aardige parallel met de evolutie is.

Interessant is dat er in dit verband theorieën zijn die geloven dat het met de zeven scheppingsdagen uit de bijbel niet afgelopen is. Dit is een rustdag, maar straks wordt de 8e ‘dag’ voltooid. Dingen zijn dus nog niet voltooid. Alles evolueert naar voltooiing waarin (ik volg de bijbel even) ‘god alles in allen is’. En misschien is daarbij lijden onontkoombaar.

Waarmee ik wil beweren dat het zeker mogelijk is dat we een eigen wil kunnen ontwikkelen, dat er een ziel is, dat er een intelligentie achter de dingen schuil gaat en dat het allemaal ergens naar toe gaat in een ongelooflijk lange tijdsperiode. De immateriële wereld kent geen tijd, zou de veronderstelling kunnen zijn, en ook geen ruimte. Ik weet dat ik nu erg ver ga en de atheïsten allang kwijt ben, maar ik hou van de mogelijkheid dat dit alles open staat.

In zijn boekje ‘God is gek’ merkt de schrijver Kluun op dat je tegenwoordig voor een beetje achterlijk wordt versleten, en zeker in wetenschappelijke kringen, wanneer je uitgaat van Intelligent Design, van een hogere macht die met ons universum, onze planeet en met de mens een doel nastreeft.  De moderne wetenschapper weet immers beter. De mens is immers het product van een lange ontwikkeling. Alles heeft een (biologische) functie en is altijd al gericht geweest op voortplanting, de instandhouding van eigen nest, familie en stam. Dit alles is toeval.

Onder Nobelprijswinnaars komt geloof in God bijna niet voor. Onder topwetenschappers van de National Academy for Science is slechts 3% religieus. Swaab, Goldberg, maar ook grootheden als Dawkins, Gould en in Nederland Bas Haring, bevinden zich dus in goed gezelschap. Hebben religieuzen en spirituelen dan wel iets aan hun boeken?

Maar natuurlijk. Er is namelijk veel gevaarlijke onzin in de wereld van de spiritualiteit en de religie. Moord en doodslag, verkeerde ziektebestrijdingsmiddelen, enzovoort. Daar moeten we kritisch naar blijven kijken. Maar er blijft ruimte voor dingen die iets te gemakkelijk en in feite onwetenschappelijk worden afgeschreven door de wetenschappers.

En tot slot: Er zijn meer gelovigen onder natuurkundigen dan onder neurologen, zegt Swaab. Zou dit misschien komen doordat de omgang met de grote dingen van de natuur, zoals het heelal, de tijd en energie niet onmiddellijk de focus zet op meer biologische thema’s als voortplanting en de instandhouding van de soort? Ik denk van wel. God is nog niet dood.

Advertenties

2 gedachtes over “God is nog niet dood

  1. Pingback: Dick Swaab was in zomergasten: zit leiderschap nu in de hersenen? - Jonge Bazen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s