Mijn mijl met Abdelkader Benali

Niet iedereen krijgt in zijn leven de gelegenheid om een mijl met Abdelkader Benali op te lopen. Mij overkwam het afgelopen zaterdag in Nunspeet. Dit dorp, ooit vakantieverblijf voor Louis Couperus, kent lange lanen en Benali en ik liepen één van die lanen af om bij ons hotel te komen. Dat we elkaar troffen hing samen met de finale van de schrijfwedstrijd ‘Aan het woord’. De beste amateurschrijver van de Noord-Oost-Veluwe bleek Hein van der Schoot en dat hij met die titel kan pronken, heeft mede te maken met mij, want ik zat in de jury die hem verkoos, samen met schrijver Gerard van Ekkeren en Nico Schipper, de sympathieke Nunspeetse wethouder.

Benali was één van de twee literaire gasten die werd uitgenodigd. De ander was de veel onbekendere Dennis Gaens, stadsdichter van Nijmegen en opkomend talent, en dan bedoel ik ook echt talent. Maar Benali is natuurlijk bekender, gerijpter en meer dan alleen dichter- hij schrijft met grote regelmaat een roman.

Toen we naar het hotel liepen, hadden we het over de overeenkomsten tussen de kerkelijke Nunspeters en de Amsterdamse moslims, waarmee Abdelkader vertrouwd was. Hij stelde, zonder veroordeling, dat ‘deze Nunspeters’ veel rijker waren.

‘Dat is toch anders. Als je aan één kant hoort dat je het uitverkoren volk bent, en aan de andere kant zie je dat allerlei anderen veel rijker zijn dan jij.’

Dit was Benali opgevallen, daar in Nunspeet. De mensen waren erg rijk, herhaalde hij wel een paar maal. En hij haalde verhalen op over moslims uit de grote stad, die de eindjes aan elkaar moesten knopen. Ik luisterde en zei aan het einde, dat ik dacht dat dit in het conflict tussen de islamisten en het westen zeker een rol kon spelen; dat het een onderhuidse strijd was tussen arm en rijk.

De mijl bewees de rijkdom van het calvinistische dorp. De panden aan de F.A. Molijnlaan waren hier en daar exorbitant groot. De villa’s uit de jaren van Couperus stonden in de koude bewolkte winternacht te ademen als symbolen van uit de hand gelopen welvaart. Het leek hem bezig te houden. Kon hij er iets aan doen? Er echt iets aan doen; niet alleen maar schrijven?

Dit vraagstuk passeerde ook de revue. Een paar jaar geleden twijfelde hij of hij wel door moest gaan met schrijven. Je zat daar elke dag maar achter je computer, je eigen dingen te bedenken. Bewees je de mensen daar nou een dienst mee? Je kon beter eens een marathon gaan lopen, of echt iets gaan doen waar de mensen of jij zelf iets aan hadden.

Hij vertelde dit terwijl hij met zijn twee tassen door de koude regen liep. (Mijn aanbod om een van de tassen te dragen sloeg hij af.) Ik vond dat het tijd was om hem te vertellen wat hij de mensheid bood met zijn verhalen. Sowieso vind ik erkende schrijvers vaak ondankbaar. Ze hebben de mogelijkheid afgedwongen (knap gedaan!) om ons door hun denkraam te laten kijken.

Ze hebben de mogelijkheid om hun boodschappen fantasierijk te verwoorden, ze krijgen er applaus voor, hun uitgevers zorgen voor mooie uitgaven en ze mogen in hotels slapen. En dat verdienen ze, want ze werken hard aan hun boeken en die boeken worden niet zomaar een succes. Ze zijn de topsporters van de letteren.

Dankbaarheid voor die status past, vind ik als schrijver in de marge. Ik word wel uitgegeven, maar mijn droom van een magnum opus a la ‘De ontdekking van de hemel’ is nooit uitgekomen. Ik heb gepubliceerd, een paar aardige boeken, maar het heeft mij nog weinig status opgeleverd.

‘Als schrijver heb ik nooit kunnen bereiken wat jij wel bereikt hebt. En daar feliciteer ik je mee, want het is knap. Maar nu je daar bent, en we naar je stem luisteren, en door je bril kijken, mag je niet meer aarzelen over je schrijverschap. Gedenk ons in dit geval, de mislukte schrijvers, en weet hoe jaloers we op je zijn.’

Ik probeerde het lichtvoetig te verwoorden, had er wel bij willen lachen, maar op de een of andere manier bleven we er nogal serieus onder. Ik heb Abdelkader Benali tijdens deze mijl ervaren als een sympathieke serieuze man, een denker die goed kan lachen, maar uiteindelijk door de ernst van de dingen wordt beziggehouden.

Ik heb geen idee of dat het juiste beeld is, maar het is de indruk die hij op een passant maakte tijdens een wandeling door een koude natte nacht die een heel klein beetje minder koud voelde omdat we de mijl samen liepen, en onze geesten licht gemasseerd waren door bier en wijn. Niet buitenissig veel, maar dat spreekt vanzelf.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s