Bert verhuist. Maar hij is geen klusser.

We verhuizen. Dat duurt al even en dat zal ook nog even duren. We gaan naar een huis van behoorlijke afmetingen. Echt veel hoefde er zogenaamd niet aan het huis te gebeuren, maar bij nader inzien is het toch nog wel wat werk. Omdat het een groot huis is natuurlijk. Mijn vriendin dwingt met de dag meer bewondering af. Ze is van origine van Bergen Op Zoom, en daar houden ze wel van werken. Het zijn daar bepaald geen ‘mauwers’ , een locaal woord voor zemelaars of klagers. Aanpakken, handen uit de mouwen, doordouwen en niet stoppen voor het af is. Ze is daarbij veel handiger dan ik.

Dat wist ik al wel. Als een snoertje terug moet worden gedaan in een doosje, zoals bijvoorbeeld bij een fotocamera, dan krijg ik het nooit netjes terug. Ik frommel wat, het kartonnen doosje gaat nog wel dicht, maar er ontstaat spontaan een bolling op het doosje en er hangt ook altijd wel een deel van het snoer uit. Bij haar niet.

Ze is er niet vervelend bij. Sommige mensen wel. Die gaan je dan uitleggen dat het zo niet hoort. Het moet anders. Zo doe je dat toch niet? Het zijn die mensen die hun hele leven niet anders hebben gedaan dan precies volgens de voorschriften werken. Ik zelf had dat misschien ook beter kunnen leren, want ik doe eigenlijk alles maar zo’n beetje op zijn berts.

Praktisch inzicht is mij van jongs af aan vreemd. Ik sloeg in mijn kleutertijd hamertje tik figuurtjes tegen het prieel van mijn opa en oma, ik molesteerde geheel per ongeluk een kinderhijskraan en ook autootjes moesten eraan geloven. Meccanodozen en legospeelgoed kon mij niet opwinden.

Op zijn berts het plafond witten, dat betekent een wit gespikkelde vloer. Op zijn berts een kozijn zetten, dat betekent een gat in het huis. Op zijn berts schoonmaken is tegelijkertijd een deel van de spullen weer vuil maken. Dat is niet leuk voor mij en nog minder voor anderen. En dat weet ik al jaren, dus besteed ik het graag uit aan mensen die het beter kunnen. Zeker nu we zo’n mooi huis kopen.

 

 

Je moet vakmensen hebben. Die goed werk afleveren. Die een plafond witten zonder een vlekje op de verkeerde plek. Etcetera. Ondertussen moet ik echter ook wat tussen al die vrolijk werkende mensen. Dus doe ik de koek en zopie, wat ik redelijk goed kan. Liever vlucht ik, maar dat  vind ik lullig tegenover de anderen.

Ik probeer wel eens een grapje, maar daar zit geen werkman of –vrouw op te wachten. Men werkt, dan heb je maar weinig tijd voor babbeltjes en grapjes. Ondertussen probeer ik het allemaal een beetje te accepteren, dat onhandige gedrag van mezelf. Ik doe een poging om er de clown mee uit te hangen, maar dat prikken de mensen snel door.

 

 

Goed, het is geen ramp. Het huis wordt prachtig, niemand neemt me iets kwalijk. Zelfs mijn vriendin niet. Die snapt het beter dan ik zelf geloof ik. Straks zit ik in die prachtige woning, uitkijkend op een weiland met schapen en koeien en een slootje met wilgen, aan mijn lang verwachte roman te werken. Het boek dat ik altijd heb willen schrijven.

Maar voorlopig voel ik mij nog als een piloot op een boekhoudafdeling. Ik geniet van wat komen gaat, doe mijn best echt wel om te helpen maar besef het: ik ben geen klusser en ik zal het niet worden. Geeft niet, zeggen de klussers, ieder mens heeft zijn eigen kwaliteiten. Het stemt bescheiden, dat wel. Het maakt je wat kleiner. En dat is handig als je in een groot huis gaat wonen. Dan woon je nog ruimer.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s