Een bibliotheek van duizend jaar

‘Ik vind de Bijbel een rotboek’ zei de 10-jarige zoon van een goede bekende onlangs in mijn aanwezigheid. Zijn vader was opgegroeid in de christelijke traditie, had er niets meer mee en hij had het voor elkaar: zijn zoon had een hekel aan de Bijbel zonder er ooit in gelezen te hebben. ‘Ik wil niet dat hij door die onzin vergiftigd wordt’ zei de vader. Ik knikte. Hij was opgevoed in de zogenaamde tale Kanaäns. De taal van de Staten Vertaling. Plechtstatig, onbegrijpelijk en saai. Niet voor iedereen; wel voor een groot aantal mensen. In Nederland hebben ze daar intussen al wat aan gedaan. De meest recente vertaling is een stuk beter te lezen voor de moderne mens.

Veel mensen hebben de bijbel leren kennen in een dogmatische, vrome sfeer. Ze leerden dat iedere letter die in het boek stond onomkeerbare waarheid was. Mensen die een andere richting in gingen, zagen teleurgestelde en boze ouders. Het boek tegenspreken, of op een vrije manier uitleggen, was verdacht.

Het is allemaal bijzonder jammer. Het heeft mensen bij een verzameling boeken weggejaagd, die gewoon erg boeiend en leuk kan zijn om te lezen. Of je nu wel of niet gelooft, er staan ongemeen interessante dingen in, en het is een prachtige basis om bijvoorbeeld de belangrijkste westerse kunst te begrijpen.

Om te beginnen is de Bijbel niet één boek, maar een verzameling boeken. 66 om precies te zijn. 39 in het zogenaamde Oude, 27 in het Nieuwe Testament. Het zijn vertaalde boeken, die in een tijdsbestek van 1000 jaar tot stand zijn gekomen.  1000 jaar. Even bij stil staan. Teruggerekend betekent dat, als het boek nu voltooid zou worden, dat het in 1010 geschreven zou zijn.

In 1000 jaar  verandert de wereld nog al. De wereld van Genesis, het eerste bijbelboek, verschilt nogal van die van Johannes die op zo’n lekker warm Grieks eiland het laatste boek Openbaring voltooide. Mensen die geloven, gaan er vanuit dat de geest van God door al die (pak hem beet) 90 pagina’s heen waait; mensen die niet geloven gaan daar niet van uit. Die zien het boek als een uitdrukking van verschillende culturen in verschillende tijden.

Beide manieren zijn wat mij betreft volkomen legitiem, en ik zie er niet per sé een tegenstrijdigheid in. Wel vind ik het onzin om al te stellig te zijn. De manier waarop de bijbel tot stand kwam, vereist terughoudendheid.

Om een voorbeeld te noemen. Jezus leefde naar schatting in de eerste helft van de eerste eeuw. De verhalen over hem zijn ongeveer 30-100 jaar na zijn leven opgetekend. De oudste (Griekse) tekstflard uit het Nieuwe Testament die we gevonden hebben, dateert uit de 2e helft van de 2e eeuw. Dik honderd jaar nadat Jezus leefde. In een tijd dat historische bronnen nog niet zo betrouwbaar zijn als tegenwoordig.

Waarschijnlijk sprak Jezus Aramees, maar de evangeliën zijn in het Grieks tot ons gekomen, en daaruit vertaald. We kennen zijn woorden dus alleen maar uit vertaling. We weten dat in vertalingen soms dingen verloren gaan. Dat hoeft niet direct een probleem te zijn. De strekking van zijn boodschappen kan goed zijn overgekomen. Maar ook hier geldt: niet teveel stelligheid over wat hij precies gezegd heeft.

Dit soort historische gegevens zijn voor veel christelijke gelovigen moeilijk.’ Zou God zo met zijn woord om laten gaan?’ vragen zij zich af. Het antwoord is ‘ja’. En het betekent volgens mij dat zij zich moeten leren openstellen voor andere invalshoeken. Dat het gaat om de historische Jezus, bijvoorbeeld, en dat de bijbel daar zeker aanknopingspunten voor biedt.

De bijbel als zoeklantaarn naar dat wat er werkelijk is gebeurd. In al zijn onvolmaaktheid, want hij is door mensen geschreven. Als je dan wilt dat hij door God is geïnspireerd, dan is de vraag natuurlijk hoe die inspiratie werkt. Is de Bijbelschrijver Gods megafoon geweest, of kreeg hij boodschappen die hij in al zijn onvolmaaktheid heeft opgeschreven, daarbij soms gebruik makend van bestaande teksten?

Je hoeft dus niet per sé in de absolute waarheid van de bijbelteksten te geloven, om gelovig te zijn of om iets met de bijbel te hebben. Er zijn sporen in terug te vinden van de tijd en cultuur waarin ze geschreven zijn. Mensen keken door de bril van hun beperkingen. Prima toch? Voor mij maakt die gedachte de bijbel een stuk leesbaarder.

Vergeet niet dat de bijbel zoals wij hem nu kennen, een reconstructie is van de oorspronkelijke tekst. Er zijn honderden geschreven versies van het Nieuwe Testament. Die zijn niet op alle punten hetzelfde. Dus heeft men de teksten naast elkaar gelegd en is men uitgekomen op de meest waarschijnlijke.

(Meer over dit onderwerp vindt u de komende maanden op de nieuwe weblog ‘Oude bazen’ (http://eogbert.wordpress.com/). Deze bijbelblog  maakt ondergetekende sinds kort, onder andere om de kennis die achter onze westerse kunstschatten liggen actueel te houden, nu het christendom op zijn retour is.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s