Kaapstad, Granada, je leert er om niet tegen je lot te schreeuwen…

Het strand van Camps Bay bij Kaapstad ligt vol rijke blanke Afrikaners. Ze zijn vaak westers mooi en welgesteld. Op de boulevard die aan het strand grenst zitten onder de bomen mensen in goedkope kleding naar de bezoekers van Camps Bay te kijken. Ze zijn zwart. Je voelt iets in Zuid-Afrika wat je niet voelt in Nederland. Iets wat je wel eens vermoedt, in een idealistische bui, maar wat je niet echt ervaart. Daar wel. Kijk hier ’s ochtends om u heen. Iedereen gaat naar zijn werk. Tallozen verdwijnen in grote kafkaiaanse gebouwen om daar met behulp van hun computer hun werk te doen. De meesten in trendy kleding. Daar niet…Daar gaat een klein segment naar grote kafkaiaanse gebouwen. En daartussendoor gaat de meerderheid die zich tevreden moet stellen met een armetierig flatje drie hoog achter. In een onveilige samenleving. Want stel, u bent in Amsterdam, en u moet van het Damrak naar de Overtoom. U wilt via de Leidsestraat, maar dat wordt u afgeraden omdat u daar door groepjes jongeren in elkaar kunt worden geslagen en beroofd van uw goederen.

Zo werkt dat in Kaapstad. Als je van het ene (bewaakte) stadsdeel naar het andere (bewaakte) stadsdeel wilt, neem dan maar een taxi, want te voet kan je van alles overkomen.

Je hebt daar dus blanken die leven zoals wij leven en heel veel zwarten die aan dat leven nooit kunnen deelnemen. Eigenlijk is het in Nederland hetzelfde, maar we ervaren het niet. Het is niet zichtbaar. Je ziet geen straatarme volksmeerderheid die over de straat schuimt en in erbarmelijke omstandigheden is opgegroeid.

Het een heeft met het ander te maken. De blanke rijkdom kan daar (en hier) niet los worden gezien van onderdrukking en uitbuiting. Rijk zijn is voor heel wat blanke Zuidafrikanen en Europeanen een hoofddoel. Dat daar een ander deel voor moet bloeden, daarover maakt niemand zich druk.

Het geeft je een ander beeld van Nederland. Je realiseert je plotseling dat je tot dat onderdrukkende, profiterende volksdeel behoort. Alleen is het hier niet merkbaar. Het is weggewerkt. Het is smooth geworden. Net als een zoetsappige flamencovoorstelling die ik een week later bijwoonde in Granada.

Ik woonde er in het totaal twee bij, en had het geluk een paar spontane vormen van flamenco te mogen gadeslaan. Die waren niet zo smooth . Die waren prachtig door hun rauwe karakter. Wie er iets van wil proeven moet maar eens naar ‘Aguadulce’ van Tomatito luisteren. In het nummer ‘En casa del herrero’ zingen El Potito en El Guadiana tegen elkaar in, met stemmen die passen bij de muziek die ze maken. Zoiets was voortdurend om me heen.

Smooth is iets wat de negers van Zuidafrika niet zo zullen liefhebben als de blanken daar. En zigeuners hebben er al helemaal niets mee. De zoetsappige imitatie-flamenco-voorstelling die we op de Plaza Nueva van Granada zagen, werd uitgevoerd door goedgeschoolde musici. In Vredenburg had ik het misschien een prachtige voorstelling gevonden. Goed uitgevoerd, prachtig smooth.

Maar daar, zo dicht bij het vuur van de zigeuners met hun niet te imiteren duende, zag het er bijna griezelig uit. Ik moest om de een of andere reden aan Camps Bay denken. En ik wist waarom. Ik zag ineens waarin veel zwarte Zuidafrikanen en zigeuners zich van de blanken onderscheidden: ze waren niet smooth. Er zat nog leven in. Blij met een sinaasappel in de boom. Blij met de eieren van een kip. Een beetje samen zingen, samen rond een vuur of zo. Mijn god, laten we het maar niet proberen hier. Daar wordt het ook weer zo eigenaardig van. Het hoort bij hen, niet bij ons.

Tenslotte nog twee gedichten die ik twee jaar geleden schreef in Granada, toen alles anders was in mijn leven. Zo’n periode waarin je je vrienden leert kennen, zeg maar.

i.

je kan wel tegen het lot

schreeuwen

je gitaar als wapen

je kan wel tegen het lot

schreeuwen

met schor verdriet vermomd

als woede

je kan wel tegen het lot

schreeuwen

maar

je bent onttrokken aan de sterren

gevormd door de wind

je kan wel tegen het lot

schreeuwen maar dat van ons

is slechter

wij hebben geen duende

alleen een gemoedsgesteldheid

die anderen tot paria verklaart

dat is een armoede

die alles laat verstillen

dus blijf alsjeblieft tegen het lot

schreeuwen

met schor verdriet

vermomd als woede

ii.

weet je nog dat we dachten

dat de fonteinen

niet zouden doven?

de maanflamenco

in de olijfgaarden

altijd zou doorgaan?

weet je nog dat

we elkaar beloofden

dat de wijnkelder

altijd vol moest blijven?

weet je nog dat we

onze liefde

altijd in de zon

zouden houden?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s