Het is een volmaakt unicum dat je leeft (Boekbespreking van Bill Bryson’s ‘Een kleine geschiedenis van bijna alles’)

Vandaag, dinsdag 8 december 2009 om 6.15, eindigde ik met een boek dat ik begon te lezen op 15 september 2006. Ik heb er bewust langzaam over gedaan, want een kleine geschiedenis over bijna alles, daar moet je de tijd voor nemen. In een rustig tempo, en met de nodige humor vertelt Bill Bryson over de geschiedenis van het heelal, de wereld, de mensen, de dieren, de planten, de bacterieën, de elementen, atomen, neutronen, kortom: zo ongeveer alles wat ons omringt.

Het boek ‘Een kleine geschiedenis van bijna alles’ is een prestatie van ongekend formaat. De totstandkoming van het werk moet jaren geduurd hebben. De literatuurlijst is dan ook aanzienlijk. Maar nergens is het boek droog, saai of ver van je bed. Wie het gelezen heeft, zal de rijkdom van de wereld en het universum krachtiger ervaren.

Ik had al heel lang behoefte aan een overzicht van de dingen, en dat heb ik nu. Ik weet niet wat het in mij is, maar ik hou ervan te weten hoe dingen in elkaar zitten. En waarom zou ik me daarbij beperken tot mijn vakgebied? Dat moet Bryson ook gedacht hebben. De kracht van zijn boek zit hem onder meer in de verbinding van onderzoek uit verschillende (natuur)wetenschappelijke vakgebieden.

Maar dat is voor een lezer onvoldoende. En dat weet Bryson maar al te goed. De talloze wetenswaardigheden in zijn boek, vaak grappig verteld, prikkelen je verbeelding voortdurend, en meer dan dat: ze openen je de ogen voor allerlei adembenemende gegevens. Hoe verder je in het boek komt des te meer je gaat beseffen wat een wonder het leven is. Dat het een volstrekt unicum is dat je leeft, dat de aarde er is en dat de omstandigheden op die aarde zijn zoals ze zijn.

En Bryson laat meer zien. Hij laat zien hoe we het weten, hoe mensen die kennis bij elkaar gesprokkeld hebben. En dat liegt er niet om. Er zijn heel wat mensen gestorven, arm geworden, miskend en verketterd voordat we tot onze huidige staat van kennis zijn gekomen. En dan weten we nog weinig. Door het hele boek heen zie je hoe flinterdun het bewijsmateriaal is voor onze ideeën over waar we vandaan komen, over de oerknal, de schepping, onze voorvaderen, de manier waarop de natuur werkt, hoe energie werkt, etcetera. We weten eigenlijk niets.

Eigenlijk kunnen we wel aannemen dat ons idee over hoe de wereld is ontstaan en in elkaar zit over 100 jaar heel anders zal zijn, en over 200 jaar weer anders dan over 100 jaar. De geschiedenis van onze huidige wetenschap verbindt Bryson met mensen. De mensen die belangrijke ontdekkingen deden, komen een voor een voorbij. Nobelprijswinnaars worden ontmaskerd; ze kregen de prijs vaak ten onrechte. Bryson stelt het vaak vast zonder oordeel. Er is voldoende drama in zijn anekdotes, die stuk voor stuk spannende films zouden opleveren.

Dat we er zijn is een wonder, zei ik al. Bryson ontvouwt de verhalen die daarbij horen op zijn gemak, en de lezer hoeft eigenlijk alleen maar te volgen. Zijn mond zal per bladzijde verder open vallen. Een voorbeeld uit de tientallen die voorbijkomen. Er kan morgen een meteoriet op aarde vallen, zonder dat we hem hebben zien aankomen. Hij kan nu onderweg zijn, en onopgemerkt blijven voor onze knapste astronomen.

Een ander voorbeeld. De tektonische platen in de aardkorst zeggen mensen misschien niet veel. De rampen die er uit voortkomen wel. Vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, aardverschuivingen, Bryson legt uit waar ze vandaan komen en dat het een wonder is dat er relatief zo weinig van zijn. Maar wanneer hij begint te praten over het Yellowstone park dan word je toch weer even klein. Eigenlijk had daar allang een enorme vulkaanuitbarsting moeten plaatsvinden. De gevolgen voor Amerika en voor het klimaat op aarde zullen verregaand zijn.

Het is, kortom, een boek dat je niet mag missen. Neem er de tijd maar voor, want er is een schitterende uitgave van, met prachtige illustraties. Bryson eindigt met een klein wijs lesje:

‘Als dit boek al een les inhoudt is het dat we van veel geluk mogen spreken dat we er zijn- en met ‘we’ bedoel ik alles wat leeft. Om in dit universum van ons tot willekeurig welke vorm van leven te komen, schijnt een hele prestatie te zijn. Als mensen hebben we uiteraard tweemaal zoveel geluk: niet alleen hebben we het voorrecht te  bestaan, maar ook de unieke mogelijkheid om van dat bestaan te genieten en het zelfs, op velerlei manieren, te verbeteren. Dat is een gave die we nog maar nauwelijks zijn gaan begrijpen.’

Het stemt bescheiden, zo’n les. Genieten en de wereld verder verbeteren. Dat zou mooi zijn. En wie de verhalen leest over door wetenschappers verketterde knappe bollen, en over de neiging van mensen om dieren uit te roeien, weet dat het meer is dan alleen maar een les. Het zou een prachtig ‘gebod’ kunnen zijn.

‘Een kleine geschiedenis van bijna alles’, Bill Bryson, geïllustreerde editie, uitgeverij Atlas, ISBN 90 450 1474 2.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s