‘Ben jij nou gelovig, of een wetenschapper?’

Er zijn wel eens lezers die me vragen of ik nu eigenlijk ‘gelovig’ ben of niet. Nu is dat een erg ruim begrip, dat bijvoorbeeld de schrijver Heeresma altijd erg deed denken aan ‘brussels lof’. Maar ik zal toch eens een antwoord proberen te formuleren. Gemakkelijk vind ik dat niet. Het is een beladen onderwerp en je hebt maar zo een discussie aan je kont. Het beste kan ik een beetje laten zien hoe ik over deze dingen voel en denk. Aan de hand van voorbeelden.

Laat ik eens met ‘de’ evolutie van de mens beginnen. Waarom nou juist daarmee? Omdat wetenschappers en christenen hier elkaar nog altijd over in de haren vliegen. Het thema is actueel. En dat is ook wel logisch. Het gaat op een dieper niveau namelijk om een andere vraag: waarom zijn wij hier op aarde?

Wie nadenkt over zijn oorsprong, wil weten wat hij hier doet, waarom hij hier is. Wanneer je de mens ziet als een toevalstreffer van moeder natuur, die verder geen betekenis heeft in een even betekenisloos universum, dan ga je anders om met het hier en nu, dan wanneer je de mens als een bijzonder wezen beschouwt met een bijzondere betekenis. En natuurlijk kleurt dat ook je omgang met wetenschap en de gegevens.

Van wie stammen wij dus af? Van Adam en Eva? Van de homo sapiens? De homo erectus? Van de Neanderthaler? Of van een andere stam? Wie die vraag wil beantwoorden, gaat langs bij wetenschappers. En zal daar evenveel zekerheid krijgen, als mensen die bij de dominee of de goeroe.

Dat kan ook niet anders. Er wordt veel geloofd en aangenomen (ook door ‘ongelovige’ wetenschappers), maar er is ontzettend weinig materiaal gevonden. We zouden bijvoorbeeld best kunnen afstammen van een soort waarvan we nog niets gevonden hebben. De schakels tussen de primaat en de moderne mens zijn schaars en waarschijnlijk ontoereikend. De (vaak kapotte en onvolledige) skeletten en met name het DNA-onderzoek laten wel iets zien, maar toch ook heel veel vragen open, met name als we de vraag stellen van wie we afstammen.

Er zijn antwoorden gegeven op de vraag wie onze voorvaderen waren, maar wie goed kijkt, ziet zichzelf nauwelijks bevredigd. Zelfs de vraag of ieder ras op aarde afstamt van een ander volk, of dat we allemaal van één Afrikaanse groep afstammen is niet te beantwoorden. Je moet concluderen dat we het gewoon niet zeker weten. En dat blijkt niet uit allerlei verhalen die je hoort. Zowel ‘gelovigen’ als ‘wetenschappers’ doen net of we wel enige zekerheid hebben.

Die hebben we echter niet. Wat mensen doen, is verbanden leggen tussen bepaalde vondsten. Dat doen ze met de techniek die op dat moment voor handen is. Over tien jaar zullen we weer allerlei nieuwe ontdekkingen hebben gedaan die het huidige beeld zullen veranderen. Zowel skeletten, fossielen als nieuwe technieken.

De verbanden die mensen leggen tussen vondsten of feiten, komen voort uit hun manier van denken, hun visie en hun creativiteit. Ze rijgen de dingen aan elkaar, maar het snoer waaraan ze ze rijgen, is altijd hun snoer. Mensen vullen zelf de missing links aan. De een doet dat met geloof in God, de ander juist niet. Maar altijd komt de eigen visie door in de manier waarop men verband legt. Wetenschap streeft naar objectiviteit, geloof wil de bemoeienis van een andere wereld erbij betrekken.

De mens is een kunstenaar. Met zijn beliefs als kwast schildert hij reconstructies van de waarheid en werkelijkheid, die hij niet kent. Niet echt kent. Ik ken niemand die zeker weet of kan weten wie god is of dat hij bestaat, van wie we afstammen, of de oerknal inderdaad heeft plaats gevonden en op welke manier, hoe de evolutie zich heeft voltrokken en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Ben ik nu een agnosticus, iemand die op alles ‘ik weet het niet’ antwoordt. Nee, ik vind dat we best een voorstelling mogen maken van dingen die we niet zeker weten. En daarbij heb ik al vanaf mijn kindertijd een diep geloof in het bestaan van de andere wereld.

Ik ben begonnen als katholiek, vervolgens kwam ik op een protestantse school terecht. Ik koos voor een bijbelse overtuiging maar deed daar na verloop van een behoorlijke periode ook weer afstand van. Daarna zocht ik in het taoïsme, de wetenschap, het sjamanisme en in de kroeg.

Ik moet daar onmiddellijk de kunst aan toevoegen en het leven zelf. Als je dit zo opschrijft, dan is het net of je alleen maar bezig bent met levensbeschouwing, en dat is natuurlijk niet zo. Wel voel ik bij vrijwel alles wat ik doe of beschrijf de aanwezigheid van de ‘andere kant’.

Ik was nog een tijd lid van de stichting Skepsis. Daar heb ik me ook van losgemaakt, omdat ik merkte dat er een sterke drang was om alle onverklaarbare fenomenen materieel te interpreteren. Dat klinkt moeilijk, maar in de praktijk komt het er op neer dat alles verdacht is dat niet rationeel te verklaren is. Ik zeg hier bewust ‘rationeel’ en niet ‘wetenschappelijk’.

Wetenschap veronderstelt een open onderzoekshouding. Het brengt de gegevens in kaart, en verbindt deze dan met een idee. Dat idee is op zichzelf niet altijd wetenschappelijk. Het is een geloof gebouwd op wetenschappelijke gegevens. Wanneer dat geloof een niet-materiële wereld uitsluit, is de open onderzoekshouding weg en spreken we van een materialistisch wereldbeeld.

Kluun noemt dit materialistisch wereldbeeld ‘atheïsme’ en merkt op dat de meeste media, schrijvers en cabaretiers het hebben. Ook veel wetenschappers hebben het, en als ze het leuk verpakken zoals Richard Dawkins krijgen ze veel aandacht. Van diezelfde atheïstische media.

Dit alles mag en ik word er niet koud of warm van. Ik ben ooit zeer gedreven geweest met de verspreiding van mijn ideeën, en eigenlijk nog, maar ik vind niet dat mensen maar klakkeloos moeten overnemen wat ik vind. En ik kan ook erg goed met mensen die het tegenovergestelde geloven of denken. Stephen J. Gould vond ik een prettige denker, maar ik was het totaal oneens met zijn wereldbeeld. Hetzelfde geldt voor een schrijver als WF Hermans.

Ik hoef niet te bewijzen wat ik geloof. Ik vind het wel nuttig om af en toe in discussie te gaan met mensen die gelovigen neerzetten als bange, afhankelijke wezens die zelf geen verantwoordelijkheid nemen. Het boek ‘Wat een onzin!’ van De Regt en Dooremalen is daarvan voor mij een voorbeeld.

Ik vind die mannen wel erg stellig. En ik begrijp hun kruistocht tegen spiritualiteit niet. Ze vinden die gevaarlijk, zeggen ze. Een beetje de houding van specialisten ten opzichte van paranormale genezers. Het proces tegen Jomanda is daarvan een goed voorbeeld. Ik ben geen Jomanda-fan maar we moeten nu ook weer niet net doen of ‘kwakzalvers’ (dat etiket heb je maar zo te pakken) het er slechter afbrengen dan specialisten of huisartsen.

Het aantal doden in de reguliere wetenschap door nalatigheid, fouten en onverschilligheid zou de Vereniging tegen de kwakzalverij bescheidener moeten maken. Ook in die wereld regeert het materialistisch wereldbeeld. Natuurlijk is het belangrijk het kaf van het koren te scheiden, maar dan wel met een open onderzoeksinstelling.

Ik hoop dat ik nu een beetje een antwoord heb gegeven op de vraag of ik geloof of niet.

Advertenties

Een gedachte over “‘Ben jij nou gelovig, of een wetenschapper?’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s