Onstuim in water (1): een ‘moeilijk’ gedicht uitgelegd…

reefVorige week kondigde ik een reeks aan, waarin ik een gedicht zal toelichten (zie https://egobert.wordpress.com/2009/09/21/vooruitblik-op-gedicht-bert-tgv-zijn-50e-verjaardag ). Bij het eerste deel van ‘Onstuim in water’ zal ik doen wat ik bij de volgende 11 delen ook doe. Ik zet cijfers tussen haakjes in het gedicht, en aan het einde van het deel geef ik een toelichting over dat onderdeel.

Ik gebruikte gretig je adem (1).

Ik meende dat het de gramstorige goden waren

die in het DNA-klei van

je pezen en botten en bloed,

leven bliezen (2) met hun cyclonen en orkanen (3),

toen de wereld alleen nog maar

borrelende bacteriën

uit diepzeespleten kraamde (4).

Ik gebruikte gulzig je adem.

Ik nam haar uit drooggevallen, naar binnen gekeerde kieuwen,

want vissen dat waren we ooit óók,

ver voordat we op het land kropen

om de wereld te vernieuwen (5).

Wat hebben we in al die millennia onder water

eigenlijk gedaan? (6)

Toelichting:

(1)   Er is een gedicht van Simon Vinkenoog dat ‘Stemproef voor Ton’ heet. Het gaat zo: ‘Adem even in/Adem even uit/Adam Eva in/Adam Eva uit/Ad infinitum’. Dit gedicht bracht mij op het idee van het gebruiken van adem. ‘Adam Eva in’ werd in mijn gedachten ‘Adem Eva in’ en associatief bracht mij dat op het idee van het gebruik van andermans adem. Het is voor mij een beeld van liefde. Iemand liefhebben is zo ver gaan dat je zijn adem gebruikt. En zoals iedereen weet is ‘adem’ onontbeerlijk voor leven.

Maar het gaat hier niet over Adam en Eva. Het gaat hier over Narcissus en Echo. En dan is het gebruiken van adem ook het misbruiken van de ander.

(2)   Gramstorige goden bliezen adem in de klei van Echo. Hier wijk ik af van de mythe van Narcissus en Echo, met een tekstuele toespeling op Genesis 2:7. De nieuwe bijbelvertalingen hebben hier ‘Toen maakte God (…) de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.’ Oudere bijbelvertalingen vertalen dat God de mens uit ‘klei’ maakte. Vandaar het DNA-klei in het gedicht.

Ik koos bewust voor ‘DNA-klei’. Ik vond het mooi om het modern-wetenschappelijke DNA en het oud bijbelse ‘klei’ te vermengen. Het gaat hier dus om de schepping van Echo. In de bijbel wordt eerst de man geschapen, en dan de vrouw. Ik nam de vrijheid om Echo als vrouw op dezelfde wijze te laten scheppen als Adam.

(3)   Cyclonen en orkanen waren het middel om Echo levensadem in haar neus te blazen. Waarom cyclonen en orkanen. Als een herinnering aan de elementen die uiteindelijk tot onze soort hebben geleid. Wie het hele proces bestudeert van het ontstaan van de aarde tot aan de mens, zal cyclonen en orkanen nog als een eufemisme ervaren. In de miljarden jaren die de aarde bestaat zijn er heel wat natuurrampen voor nodig geweest om de huidige wereld met al zijn leven te vormen.

(4)   Bacterieën uit diepzeespleten zijn bronnen van leven. Bill Bryson zegt in zijn ‘Kleine geschiedenis van bijna alles’ iets wat in mijn hoofd bleek spoken en vervolgens wel in dit gedicht moest belanden: ‘Oceanografen zijn uitermate ijverig en hebben met hun beperkte middelen meerdere belangrijke ontdekkingen gedaan, waaronder in 1977 een van de belangrijkste en verrassendste biologische ontdekkingen van de 20e eeuw.

In dat jaar vond de Alvin krioelende kolonies grote organismen die op en om de diepzeespleten van de Galapagoseilanden leefden: meer dan 3 meter lange kokerwormen, 30 centimeter grote oesters, een massa garnalen en mosselen, wriemelende spaghettiwormen. Ze dankten allemaal hun bestaan aan grote bacteriekolonies die onafgebroken uit de spleten stromen en op hun beurt energie en voeding uit waterstofsulfide haalden, chemische verbindingen die voor oppervlaktewezens uiterst giftig zijn. Het was een wereld die niet afhankelijk was voor zonlicht, zuurstof en al die andere zaken die gewoonlijk met leven worden geassocieerd.’

Voor wie het niet weet: zonder bacterieën geen leven. Ze zijn de oudste vorm van leven. Er zijn overigens niet alleen schadelijke bacterieën, maar ook erg veel nuttige. En er zijn er erg veel.

(5)   We waren ooit ook vissen. Dat wil zeggen: het leven dat tot de mens heeft geleid, heeft ooit in water geleefd. Overigens begint de mens zijn leven ook in water; in vruchtwater. Ik moest aan spermacellen denken die op kikkervisjes lijken, maar ook aan de evolutie. Er zijn tijden geweest dat er wel leven in zee mogelijk was, maar nog niet op aarde, omdat de omstandigheden daar nog zeer ongunstig waren.

(6)   De vraag wat we ‘al die millennia’ onder water precies hebben gedaan, hangt samen met datgene wat ik onder (5) heb verwoord. Ik ben iets meer van het leven onder de zee-oppervlakte gaan begrijpen. Het is een indrukwekkende wereld. Het fascineert me dat de menselijke soort uit die wereld voortkomt. Natuurlijk gaat Atlantis hier niet over, maar ook Disneyfilms over zeemeerminnen en de onderwaterwereld hebben wellicht een intrigerende ondergrond. Ze komen natuurlijk uit de fantasie van hun schepper, maar er zijn mensen die geloven dat de wereld van de fantasie wortelt in dingen die ooit hebben bestaan of zullen bestaan. Daarmee zitten we dan in de esoterie, maar ook in de wereld van wetenschappers en grootheden als Jung, die geloven dat er niet alleen een wereld van de materie is, maar ook van de geest.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s