Wetenschap heeft paranormale onderzoekers nodig, anders komt ze geen stap verder

sgouldRond het jaar 2000 vond er in één van de USA-staten een merkwaardig proces plaats. Het ging over de status van Genesis en de status van de evolutietheorie. Wat was nou waar? Er ‘dreigde’ een uitspraak aan te komen, waarin beide een gelijkwaardige status kregen. Genesis zou daarmee in de boeken van die USA-staat komen, als een wetenschappelijk betrouwbare theorie.

Dit vonden wetenschappers geen goed idee; vandaar dat een rechter daarover een uitspraak moest doen. Die wist het ook niet zo snel, daarom betrok hij Stephen Jay Gould er bij, de beroemde paleontoloog. De conclusie was dat wetenschap en religie (waaronder ook studies over paranormale verschijnselen) twee afzonderlijke disciplines (‘magisteria’) waren, die beter geen uitspraken over elkaar konden doen.

Je moet dat ongeveer zo zien: een sociale wetenschapper kan zich niet uitlaten over wiskunde, tenzij hij ook een wiskundige is. Anders mag hij er wel uitspraken over doen, maar die hoef je niet serieus te nemen. Je kunt geen echt ter zake kundige uitspraak doen over een gebied dat niet tot jouw vak behoort. Dus theologen kunnen geen uitspraak doen over de evolutieleer en evolutiebiologen niet over zaken met een religieus karakter.

Nu kunnen we dat laatste breed zien. Onder ‘religieus’ wordt niet alleen materiaal verstaan dat met godsdiensten samenhangt, maar ook alle mysterieuze (paranormale verschijnselen: astrologie, contact met de doden, leven na dit leven (hiernamaals), uittredingen, bijna-dood-verschijnselen, etcetera.

Daarover mag de wetenschap geen uitspraken doen, volgens Gould en de rechter, en theologen, astrologen, spiritisten, sjamanisten en medicijnmannen en –vrouwen kunnen zich beter onthouden van uitspraken over de wetenschap.

Ik ben het hiermee oneens. Dit even afgezien van het feit dat sceptici sowieso uitspraken blijven doen over paranormale onderzoeksgegevens, en mensen uit de paranormale hoek (laten we ze voor het gemak ‘esoterici’ noemen, van het woord ‘esoterie’) over de wetenschap; daar hebben ze Gould en de rechter niet voor nodig. Bovendien: wie zijn Gould en de rechter wel dat ze dit zouden kunnen opleggen aan collega’s?

Ik ben het oneens met de uitspraak van Gould omdat ik vind:

-dat (monitorende) wetenschap wel degelijk moet onderzoeken of voor paranormale/religieuze verschijnselen bewijs te leveren is; en

-dat er een groep esoterici (creatievelingen) moet zijn die materiaal aanlevert bij wetenschappers om te onderzoeken: werkhypotheses, beweringen en nieuwe ideeën.   

Alleen de samenwerking tussen de monitorende wetenschapper en de esotericus kan ons bijvoorbeeld verder helpen bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Religieus en paranormaal gedachtengoed kan bronnen aanboren die de wetenschap niet kan openleggen. Je hebt een veronderstelling nodig om een toetsbaar idee te kunnen voortbrengen.

Een hoogleraar zei ooit tegen me: ‘Religie geeft antwoord op interessante vragen. We moeten leren om die vragen opnieuw te durven stellen, telkens weer, en om ze te onderzoeken. Als we dan bewijzen vinden, dan is dat mooi. Vinden we ze niet, dan is dat ook mooi. En misschien komen we erachter dat er geen bewijs te vinden is; dan is dat nog mooier. Er moet ook iets te geloven overblijven.’

Religie (en reken hier ook maar even zaken als astrologie, spiritisme en dergelijke onder) plaatst dingen in een verband. Alles hangt met alles samen. Het scheppingsverhaal uit de bijbel blijft fantastisch onderzoeksmateriaal. Daar zit een bepaalde volgorde in. Wanneer wetenschappers op basis van dingen die ze vinden, tot een andere volgorde komen dan de bijbel, dan is dat uitstekend, maar het scheppingsverhaal is dan een mooie basis om vanuit te gaan. Het zorgt in feite voor verband, voor een structuur. Dat je vervolgens die structuur verandert, en tot een ander wereldbeeld komt op basis van wetenschappelijke gegevens, geeft niet.

Esoterici doen dus vervolgens veronderstellingen op basis van hun overtuigingen, die wetenschappers vervolgens onderzoeken. Het onderzoeksresultaat kan dan een ‘ja, het klopt’ zijn, een ‘nee, het klopt niet’ of ‘we weten het niet’. Bij de laatste optie zoek je door, bij ‘het klopt niet’ ga je op zoek naar een andere verklaring en bij ‘het klopt’ kun je stoppen.

Dit alles vergt een open instelling van de monitorende wetenschappers, die de rol van criticus hebben. De esoterici zijn de creatieve innovatievelingen; geen idee is gek. Van hen mag je een open houding verwachten ten opzichte van kritiek op hun ideeën. Wanneer de monitorende wetenschapper arrogant dingen a priori uitsluit, is hij geen goede wetenschapper. Wanneer de esotericus de wetenschap buitensluit, sluit hij een wezenlijke factor buiten: hij zegt de waarheid te kennen, maar hoe weten wij dat? En waarom zouden wij hem geloven en niet zijn 10 000’en collega’s? Bovendien stelt de criticus vragen die het idee van de esotericus kan verdiepen.

In mijn optiek zijn beiden belangrijk. Wel vind ik het belangrijk dat we de invalshoek van een wetenschapper kennen. Materieel ingestelde wetenschappers, die niet geloven in ‘onstoffelijke invloeden’ zoals goden, geesten of sterren, zouden dat kenbaar moeten maken. Soms doen ze alsof hun stellingen de invloed van een andere wereld definitief naar het rijk van de fabelen hebben verwezen. Maar dat is nog niemand echt gelukt. Door te roepen dat godsdienst opium voor het volk is, heb je nog niet afdoende bewezen dat er geen God is, of dat er geen geesten zijn, die zich daadwerkelijk openbaren.

Spiritueel ingestelde wetenschappers hebben evenzeer een verplichting: de verplichting om te erkennen wat hun vertrekpunt is. Bij wetenschap bedrijven gaat het nu eenmaal om bewijsvoering; wanneer die ontbreekt is er op zijn minst reden tot twijfel. Kortom: reden tot stelligheid is er niet. In beide kampen niet. Maar men is vaak wel stellig. En bestrijdt het andere kamp of het leven er van af hangt.

De uitspraak van Gould aan het begin van dit artikel helpt ons niet. Nieuwe wetenschappelijke vragen en ideeën komen vaak voort uit religieuze en paranormale verklaringen.

Wie wetenschap wil laten doorontwikkelen, zal af en toe de bestaande wetenschappelijke opvattingen moeten uitdagen. En wie kunnen dat beter dan paranormaal georiënteerde esoterici? Hun ideeën moeten van harte welkom zijn. Dat wetenschappelijke autoriteiten die open houding vaak ontbreekt, zal ik in een volgend artikel duidelijk maken.

Advertenties

Een gedachte over “Wetenschap heeft paranormale onderzoekers nodig, anders komt ze geen stap verder

  1. Ik zie groei in de artikelen, mooie opbouw die mogelijk leidt naar een brug tussen deskundici en andere kampen,

    En als je ook vorm los laat?

    De Theoloog Darwin struggelde met zijn Theosofische denkwijzen en zijn natuurkundige inzichten en besloot deze twee wel / niet met elkaar te verweven.

    De bekende wiskundige droomde een reeks die achteraf beredeneerd ook bleek te kloppen naar referentiekaders van andere

    Twee punten of polen in een gevlochten veelhoek die op een cirkel lijkt, materie in collage in, met ruimte en tijd . Bekende materie

    Een grote krakende klap die in de donder de Aarde en Hemel verbindt,
    Waarheid voor een fractie van een seconde en dan valt het weer uiteen.

    Vrij denken in daar en dat welke hier nog geen bedacht, zit het alweer op slot.

    of is dat een eerste stap op de brug

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s