Wie geen oogkleppen opzet, ziet meer! (Over godsdienst)

god‘In algemene zin ben ik voor de vrijheid van meningsuiting. Ik ben zeker geen Wilders aanhanger daar deze censuur predikt. In feite een soort strenge geloofsuiting zoals we dat kennen binnen het radicaal geloof. Voor mij is een ieder vrij om te geloven in welke opper- cq ondermacht dan ook. Ik geloof in niets, leegte na de dood. Dus alle gelovigen ter wereld, islamitsch, christelijk of wat dan ook. Laat mij met rust en  pleeg geen censuur, wat wel en niet te geloven. Het is mij te Wilders.’ (‘Gijs’, www.jongebazen

De één gelooft wel, de ander niet. Dat kan zo gebeuren in een land dat vrijheid van godsdienst voor staat, en scheiding van kerk en staat kent. Mensen slaan dan zelf aan het denken, en komen tot een slotsom.

Bovendien hebben internationale communicatiemiddelen een einde gemaakt aan de onwetendheid van mensen. Ze nemen nu kennis van alle mogelijke religies, en dan worden de absolute waarheidspretenties van één bepaald volk duidelijk minder geloofwaardig. 

In het westen heeft het christendom lang de toon gezet. Reacties daarop zijn er altijd geweest. Aanvankelijk uit de hoek van de ketters, later meer en meer uit de hoek van  wetenschappers (bijvoorbeeld natuurkundigen), die veel verschillen ontdekten tussen de resultaten van hun onderzoek en bijvoorbeeld het scheppingsverhaal.

Mensen zeggen tegenwoordig dan ook dingen als ‘Ik geloof niet in god. Ik ben meer van de wetenschap. Die heeft wel bewezen dat god niet bestaat.’ Nu kun je veel zeggen, maar ook de wetenschap geen bewijs kunnen leveren voor het wel of niet bestaan van god.

Er zijn wel een reeks wetenschappelijke wereldbeelden in omloop, die het bestaan van God lijken tegen te spreken, maar dat zijn net zo goed uitingen van geloof als het christendom, hoe zeer ze zich ook zeggen te baseren op wetenschappelijk onderzoek. Je kunt geloven in de vooronderstelling van god, en je kunt geloven in de vooronderstellingen van het niet-bestaan van god.

 

Een voorbeeldje.

Christenen geloven dat de natuur een instrument is in de handen van de bijbelse god. Hij zal er zijn wil mee bewerkstelligen. De natuur staat hier dus in dienst van een doel. Veel wetenschappers vinden dat onzin. De natuur heeft geen doel, zeggen ze. Haar processen zijn chaotisch.

Ze staan daarmee op de schouders van Descartes. Die meende dat álle processen in de natuur wiskundig te beschrijven zijn, en dat je de toekomst kon voorspellen door het verleden te beschrijven. Alles gedroeg zich immers volgens een bepaalde orde.

 

Wat ik maar wil zeggen is: het is maar wat je gelooft. Geloof je dat een god naar een doel toe werkt, dan zal je daar bewijs voor vinden. Geloof je dat er geen doel en geen god is, dan zal je daar ook bewijs voor vinden. Er zijn heel wat christelijke voormannen en voorvrouwen, die vinden dat het waarheidsgehalte van de bijbelse boodschap buiten iedere discussie staat. Talloze wetenschappers vinden dat bewezen is dat het allemaal onzin is. Het bestaan van een god incluis.

Dus alle stelligheid over dit thema kan in de vlakspoeler. Ik geloof sowieso niet dat die ons verder brengt in de discussie. Dat heb ik overigens wel geloofd. Ik ben een flinke periode van mijn leven diep overtuigd geweest van de waarheid van de bijbel. Ik was gedreven, voelde me gedwongen om mensen te overtuigen en ik zocht naar een manier om bijbel en wetenschap te verzoenen.

Het was een even onuitstaanbare als oprechte manier van doen. Ik vond dat ik mensen een dienst bewees met die acties. Dat ik op een veel onbewuster niveau aannam wat veel christenen aannemen, namelijk dat niet-gelovigen nooit diep genoeg naar de dingen konden kijken, daar kwam ik pas achter toen ik het christelijk geloof had losgelaten, wat iets anders is dan: met het christelijk geloof gebroken had.

Dat ik het christendom omarmde na een typische 70’er jaren jeugd, met drank, rock en andere stimulerende en verdovende middelen, is niet zo gek. Ik woonde sinds mijn 7e in Harderwijk. Als katholiek jongetje kwam ik op een christelijk (lees: protestantse) middelbare school. Er werd daar zoveel bekeerd dat ik met mijn ontvankelijke geest wel een keer de stap móest maken naar die wereld, waar veel van mijn leeftijdsgenoten juist van los wilden komen.

Die stap heeft mijn latere leven onontkoombaar beïnvloed. Er waren een paar redenen om het los te laten, na zo’n anderhalf decennium. Ik wilde scheiden; dat werd alleen toegestaan als er overspel plaatsvond. Dat vond ik slecht. Op bepaalde plaatsen vond ik de god van de bijbel maar een wraakgierig despoot. Vooral de teksten in Ezechiël logen er niet om. Oorlog op oorlog. En dan waren er nog al die ongelovigen die zomaar dood neervielen. Ik vond bovendien tegenstellingen in de bijbel die niet te harmoniseren waren.

 

Nadien ging ik mijn eigen weg. Verkende wat andere wegen, en kwam tenslotte uit bij een eigen manier van denken, waarin overigens zeker plaats is voor ‘iets tussen hemel en aarde’. De bijbel was ik gaan zien als de geloofsuitdrukking van één bepaald nomadenvolk, maar ik durfde zeker nog te genieten van bepaalde teksten en boeken, en ik ben er altijd wel in blijven lezen. De aversie die ik bij veel oude medescholieren van christelijke huize tegenkwam is mij vreemd.

De wetenschap heeft mij ook altijd geboeid. Ik hou er nu eenmaal van om een beetje te weten waar de dingen vandaan komen, hoe ze zo ontstaan zijn en waar het naar toe gaat (ik geloof bijvoorbeeld wel dat de dingen naar een doel toe groeien en ik geloof ook dat daar een bepaald wezen achter schuilgaat, die dat op zijn manier regisseert). Maar ik kan net zo goed genieten van mensen die het allemaal niet geloven.

Ik weet ook dat mijn manier van denken mijn interpretatie van feiten kleurt, net zo goed als de beliefs van anderen dat ook doen. De kern voor mij is gebleven: zo goed mogelijk te zijn voor je biotoop en medemensen. En dat is geen garantie dat het ook goed gaat, en dat het alleen aan anderen zou liggen als dingen verkeerd lopen.   

 

Het mooiste is om de vragen te achterhalen die achter de antwoorden liggen van godsdiensten en wetenschappen. En te luisteren en te kijken naar de verhalen van mensen. Gelovig of ongelovig. Dat geeft een enorme rijkdom.

Wie geen oogkleppen opzet, ziet meer. En raakt geboeid en verrast. Door de dingen die hem omringen. En de stille hinten die daarin zitten naar een andere wereld.

Als je dat tenminste gelooft.

Advertenties

2 gedachtes over “Wie geen oogkleppen opzet, ziet meer! (Over godsdienst)

  1. ‘De kerk ziet verder, zei de herder.We willen mensen aan ons binden, en niet de zienden, liever blinden’…
    Ik ben hier ook veel mee bezig Bert, met het geloof en hoe het mensen beinvloed. Ik vind dat de meeste geloofsuitingen/godsdiensten vooral zijn gebaseerd op macht en angstverspreiding en dat is altijd zo geweest. Succesformule van elk geloof.
    Ongelooflijk dat zoveel intelligente en goed nadenkende vrouwen in de wereld een geloof aanhangen dat voornamelijk mangedomineerd en vrouwonvriendelijk is. Ik vind het verdrietig om te zien dat mensen op basis van hun geloof hun medemensen denken te mogen veroordelen. Dat geeft nauwelijks rijkdom naar mijn idee

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s