Poëzie anno 2009: de wereld van de slam in perspectief.

2CAUD9OKDCAIPO1P5CAFOMLT7CAXI4293CA08R6EMCA02RLVBCA20OWZPCA6I8Q5VCAUTXVMNCA0916U2CASP5UAZCAP4Q525CA66SECHCA342XU7CAYIY49YCA0L2P0FCA1P1KB9CABRZ3X8(Dit artikel is een cadeau voor de jarige Mike Platenkamp. Een fantastisch mens. Google hem!) Toen ik afgelopen vrijdag terugkwam van een voordracht in slamtheater Borra in Amersfoort sloeg ik aan het nadenken. In de lessen Nederlands die ik op school kreeg in de jaren zeventig stonden dichters in hoog aanzien. Er werd over Marsman en Nijhoff gesproken alsof het heiligen waren. En bij termen als ‘de tachtigers’ of ‘de vijftigers’ gloeiden de wangen van de Nederlands-leraren.  Men moet daarbij bedenken dat Nederland toen nog maar twee televisiezenders had, de derde hing in de lucht, en dat er nog geen computers waren. Internet was nog ver weg, en met de media bedoelden we radio, televisie, opinieweekblad en de krant. Helden waren nog gewoon helden. En je had nog die gezellige verzuiling. De Volkskrant was links, de Telegraaf rechts, het NRC was elitair. Links, rechts en elitair waren bovendien nog herkenbare termen.

Literatuur was een manier om je te verheffen. Veel mensen droomden van het schrijverschap, maar of je jezelf ook echt schrijver mocht noemen, dat bepaalde de literaire tijdschriften en de uitgevers. Het respect voor schrijvers was groot. In Nederland kenden we de zogenaamde Grote Drie, Hermans, Reve en Mulisch; een onwaarschijnlijke versimpeling, want de jaren 70, 80 en 90 van de vorige eeuw kende een stroom van erg goede schrijvers. Er zijn er teveel om op te noemen. Van der Heijden, Leon de Winter, Heere Heeresma, Remco Campert, Jeroen Brouwers, Doeschka Meijsing, Kristien Hemmerechts, Herman Brusselmans, en zo kan ik nog wel even doorgaan.

 

Anno 2009 is alles anders. Vooral internet heeft een enorme invloed gekregen op de samenleving. Dagelijks verschijnen er tienduizenden columns op het web, teveel om op te noemen. De grenzen tussen ‘professionele literatoren’ en de zogenaamde ‘amateurschrijvers’ verdwijnen. Met name de dichtkunst neemt hierdoor een enorme vlucht.

Het was altijd al moeilijk om vast te stellen wat nu precies goede en minder goede poëzie is. Men moet niet vergeten dat uitgevers subjectieve criteria hanteren, al zijn ze wel goed in staat om die criteria te motiveren. Maar wat poëzie nu goed maakt? We kennen de strakke vormen, zoals bijvoorbeeld alexandrijnen en sonnetten. Rijm, ritme en metrum spelen een rol, maar bij de streams of consciousness van Johnny the Selfkicker (Van Doorn) of het free verse kan er ongekend veel meer.

Nu we via internet kennis kunnen nemen van de duizenden amateurdichters, die indruk weten te maken met soms schitterende weblogs, zal het nog moeilijker zijn om het kaf van het koren te onderscheiden. Alleen al om deze reden ben je geneigd om je toch te richten op dichters die uitgegeven worden door uitgevers en die prijzen winnen, zoals de VSB-prijs.

En dan zijn er ook nog de stadsdichters, de poëziekrant, Tirade, het Hollands Maandblad en de Tweede Ronde.  Poëzie leeft en is toegankelijker geworden; minder elitair. Maar er is nog een behoorlijke krachtige stroming die lijkt te bepalen of iets ‘goed’ (lees:publicabel) is, of niet.

 

In de Gistende Wereld van het Vers woelt nog een groep mensen, je zou ze de underground in poëzieland kunnen noemen. Het zijn de zogenaamde ‘slammers’. Slam is een combinatie van poëzie en performance. Het is bovendien een wedstrijd en er zijn toernooien. We kennen Nederlandse kampioenen slam, en een ‘World Slampionship’. Waarin de slam zich nu precies van poëzie onderscheidt is moeilijk te definiëren.

Er is een artikel op internet dat een poging doet om nader te omschrijven wat ‘slam’ is. Het is van Arie Altena en je vindt het hier: http://www.xs4all.nl/~ariealt/skillz.html Kort gezegd geldt het volgende bij slam:

-Het gaat niet alleen om de tekst, maar ook om de interactie met jury, dichter en publiek.

-Er wordt alleen eigen werk gedaan.

-Een optreden duurt 3 minuten of korter.

-Rekwisieten, kostuums of muzikale begeleiding zijn niet toegestaan.

 

Maar wat is nu het onderscheid met ‘gewone poëzie’? We zien geen tekstinhoudelijke regels bij Altena. Dus zit het onderscheid louter in de performance. En zelfs daar is het verschil niet zo groot. We kenden Johnny van Doorn en Bart Chabot al, die dichter bij de slam dan bij ‘de’ traditionele poëzievoordracht lijken te slaan. Samen met dichters als Lucebert, Simon Vinkenoog, Armando en in Amerika Alan Ginsberg, om nog maar te zwijgen van Charles Bukowski, hebben zij een wereld geopend die tot ‘slam’ heeft geleid. ‘Slam’ kenmerkt zich inhoudelijk dan ook door vrijheid. De slamdichters, want dichters zijn het, schuwen de rauwe kanten van het leven niet, maar beperken zich niet in hun onderwerpen.

In ‘streams of images’ en ‘streams of consciousness’ proberen zij jury en publiek te raken. Op slam-bijeenkomsten staat kwalitatieve hoogwaardigheid naast de beginneling, die nog vol cliché’s en generalisaties zit. De jury haalt dat er wel uit. Een voorbeeld van het verslag van een goed jurylid vind je hier http://www.xs4all.nl/~ariealt/skillz.html  Het is van Pom Wolff.

Mooi van de slammers is dat zij kritisch blijven kijken naar de samenleving. Ze blijven daar een positie over innemen, daar waar dat in de traditionele poëzie eigenlijk niet meer ‘mag’. Daar mag wel wat ideologie in schuil gaan, maar dan graag in de onderstroom. 

 

Zelf ken ik nu een aantal slammers en dichters die zich daar regelmatig laten zien, en ik moet zeggen: het heeft mij gedwongen om naar mijn performance te kijken en te blijven kijken, want ik ben –zoals het een dichter betaamt- nog steeds erg ontevreden over mijn performance.

Via Gijs ter Haar (ik ben een fan van Gijs) kwam ik in contact met de slamwereld en ik ontmoette daar goede dichters als Max Lerou, Pom Wolff, Jee Kast en Mike Platenkamp. (Allen zijn te googlen). De ‘slamwereld’ is echter veel groter, terwijl ik ook nog mensen mis op de slambijeenkomsten zoals Hugo Zelders uit Driebergen, Ruud Knier en Bouke Vlierhuis uit Zwolle en Marjolein Pieks en Marc Eijck uit Nijmegen.

Van een enkeling weet ik dat hij bang is voor het wedstrijdelement. Dat is natuurlijk maar ijdelheid. Natuurlijk is het geweldig als je wint. Maar ik zelf ben bijvoorbeeld iemand die eigenlijk nooit gaat om te winnen. Ik wil er iets leren. Een houding die veel dichters niet meer hebben. En dat is dom. Alleen in je eigen domeinen ben je keizer en natuurlijk ben je daar de allerbeste dichter van deze wereld; maar de slampodia geven je iets mee dat je poëzie alleen maar kan verrijken.

 

Of ze ooit tot de Grote Drie van deze tijd zullen gaan behoren valt te betwijfelen. Ook in de ‘professionele’ dichterswereld wemelt het van de talenten. Tjitske Jansen, Esther Naomi Perquin en vooral Liesbeth Lagemaat zijn mij al opgevallen, maar ook mij ontgaat veel. Het stormt in de Nederlandse dichterswereld, en soms, heel soms, verlang ik wel eens terug naar het tijdperk voor internet. Toen we nog gewoon goede recensies in de krant konden vinden.

Zie ook http://www.pomgedichten.nl/modules/news/ en http://poezieplaats.nl/blog/2009/06/pozie-anno-2009-de-wereld-van-de-slam.html

(Juist vanwege de versplintering van de poëzie in deze tijd, worden aanvullingen en correcties in reacties hieronder erg op prijs gesteld)

Advertenties

7 gedachtes over “Poëzie anno 2009: de wereld van de slam in perspectief.

  1. Dichteres Liesbeth Lagemaat (drie bundels bij de WereldbibliotheeK) reageerde via de mail op dit artikel. Ik neem de tekst letterlijk over. Om de discussie over deze thematiek op gang te laten komen. De mail van Liesbeth:

    ‘Het is een leuk artikel Bert, maar je kunt niet zonder meer stellen dat in de ‘officiele poezie’geen maatschappelijke thema’s worden aangeroerd of anders dan toch in de onderstroom.
    Die hele tamtam-actie van Erik Jan Harmens ‘ik wil een bijl’, ging, behalve om het zichzelf weer even goed voor ’t voetlicht te brengen, om de vraag naar ‘maatschapppelijke relevantie’in de poezie. Straatrumoer, kort gezegd. En elke zoveel jaar komt die vraag weer op en zijn er dichters die zich er iets van aantrekken of niet.
    Waar het mij om gaat in die hele discussie is: is er bij de dichter zelf een behoefte aanwezig zich in zijn poezie uit te spreken over maatschappelijke onderwerpen?
    De dichter zal zelf wel uitmaken waar zijn poezie over gaat (ik spreek voor ’t gemak in de hij-vorm). Je kan zoiets niet willen of heel graag willen of van ‘bovenuit’opleggen. Ó foei als je poezie niet maatschappelijk relevant is’. Maar als hier in Nederland morgen de oorlog uitbreekt, dan kun je natuurlijk als dichter niet anders dan daar over schrijven.
    Ik zag twee ‘war poets’in Rotterdam, vorige week op Poetry. Brian Turner, een Amerikaanse veteraan in de oorlog tegen Irak, en Dunhya Mikhail, een Irakese vrouw.
    Het was aangrijpend. en goed. Zonder meer goede poezie. Omdat het vanuit het merg van die mensen kwam.
    Alles klopte.
    Wat wij hier in Nederland aan poezie maken, komt voort uit onze maatschapppelijke, sociale, psychische situatie.
    Maar wat is maatschappelijk relevante poezie?
    Ook een leuke vraag.
    Als een dichter schrijft over zijn angst voor de dood, of de ouderdom, is dat dan irrrelevant, omdat er geen oorlogsdecor aan te pas komt?
    Of omdat het niet overduidelijk gaat over wegkwijnende mensen in verpleegtehuizen?
    Wat is relevant?
    Of hebben we hier weer fijn een meetlatje, een wetje om bepaalde poezie bij voorbaat uit te sluiten en andere juist te omarmen?
    Zwak meetlatje, wankel wetje.

    Nou ja, zo kan ie wel weer.

    Ik bedoel Bert: die opmerking over maatschappelijk bewuste slammers en zich slechts in de onderstroom maatschappelijk manifesterende ‘officiele’poeten, die zou ik wat nuanceren.

    Lliefs,
    Liesbeth’

  2. Kijk Bert,

    Dat Slammen kennen we natuurlijk al jaren.
    Toen noemde men dat battles.
    Ja Hip Hop, rappen was wellicht de eerste dichtvorm die men slammen zou kunnen noemen. Niets nieuws onder de zon.
    Ik moet wel zeggen dat ik die Mulisch een gigantisch saaie droplul vind. Was Charles Bukowski toch een stuk interessanter. Ik blijf een ongeletterde boer.

    Gijs

  3. Mike, van harte

    Voor zijn verjaardag ontving Mike Platenkamp een artikel op de weblog van Bert Overbeek. Een artikel waarin mijn naam figureert en waarmee ik in zekere zin deel ben van het verjaardagscadeau voor een volstrekt onbekende.
    In mijn ogen probeert de auteur met het artikel enkele vertolkers van ‘gewone poëzie’ te overtuigen van het nut van deelname aan een slam (dichters strijden, als in een toernooi, tegen elkaar. Een jury bepaalt wie doorgaat naar de volgende ronde, tot een finale beslist wie de winnaar is).
    Neem de zin waarmee ik ongevraagd werd gebombardeerd tot een flard in een verjaardagsartikel:

    ‘De ‘slamwereld’ is echter veel groter, terwijl ik ook nog mensen mis op de slambijeenkomsten zoals Hugo Zelders uit Driebergen, Ruud Knier en Bouke Vlierhuis uit Zwolle en Marjolein Pieks en Marc Eijck uit Nijmegen.’

    Namedropping is altijd interessant. Dank dus Bert, voor de eervolle vermelding, inclusief woonplaats. Hoewel dat laatste irrelevant is. Wat maakt het uit of vermeende dichters uit Driebergen, Zwolle of Nijmegen, zeg maar de provincie, afkomstig zijn? Plaats en tijd zijn in principe oninteressant in de poëzie en hooguit als voetnoot van belang.
    Je hoeft me overigens helemaal niet te missen. Elke dag ben ik er. Ook voor jou, en wel op mijn weblog bloothooi.blogspot.com.

    Een alinea verder wordt de mogelijke reden van mijn absentie bij een slam genoemd:

    ‘Van een enkeling weet ik dat hij bang is voor het wedstrijdelement. Dat is natuurlijk maar ijdelheid. Natuurlijk is het geweldig als je wint. Maar ik zelf ben bijvoorbeeld iemand die eigenlijk nooit gaat om te winnen. Ik wil er iets leren. Een houding die veel dichters niet meer hebben. En dat is dom. Alleen in je eigen domeinen ben je keizer en natuurlijk ben je daar de allerbeste dichter van deze wereld; maar de slampodia geven je iets mee dat je poëzie alleen maar kan verrijken.’

    Zelf zie ik slam als een hedendaagse vorm van poëzievertolking. De dichterlijke equivalent van Nightwriters, als variatie op succesvolle evenementen zoals Idols en de Comedytrain waarbij een handjevol liefhebbers, veelal zelf dichter in de dop, andere dichters op een voetstuk zet.
    Slams zijn verworden tot entertainment voor betalende bezoekers. Terwijl de ware dichtkunst zich ook buiten de gehoorzaal goed laat verstaan. De poëzie, in elk geval de schepper ervan, heeft zich stellig tot hoofdact verheven. Alsof je in een vol Tivoli kunt dichten. Het gaat daar om de voordracht, het showbizzelement. De slams vormen een podium voor schnabbelende scribenten of degenen die ervan dromen dat te zijn. Hoofdzakelijk gericht op het publiekelijk delen, maar niet te lang AUB want anders komt de rest van het programma in gedrang. Hooguit drie minuten en dan weer opzouten. Voor sommige dichters maken slams hun eenzame bestaan een beetje rock and roll. Uiteindelijk wil elke dichter applaus, bewondering en meisjes. De slam ademt de begeerte van een bonte avond. Vol van hooggespannen verwachtingen die vaak vluchtig verwaaien.

    In het artikel van Bert komen veel namen voorbij. Hij vergat Nico Dijkshoorn te noemen. Die prime time actuele gedichten live schrijft en debiteert op de buis. Poëzie is inderdaad van alle tijden. Dat zich in de tegenwoordige tijd toont in een modern jasje. Nog steeds met woorden op rijm of in ritme, met als doel een boodschap overbrengen. Vanuit een origineel gezichtspunt. Zelf zie ik de dichter slechts als een middel. Een ego, een personality. Bert Overbeek blaast de aloude vorm of ventdiscussie nieuw leven in.
    Waarom lezen trouwens Bloem en Achterberg vandaag de dag nog heerlijk weg? Terwijl de performance van deze heren beperkt blijft tot een enkele ommedraai in de doodskist.

    Ik geloof in de dichtkunst
    Ik geloof in de kracht van het woord
    Ik geloof in de kracht van de taal
    Ik geloof in dichtregels die voor zich spreken
    Ik vertrouw op de autonomie van de strofen, de verzen.

    Ik geloof in papier, monitor en touchscreen als drager ervan van dichtkunst.

    De National Kampioenschappen Poetryslam vormen de Nacht van de Poëzie met een competitief element. Wat telt is de poëzie zelf. De beste poëzie is die, die zonder performance haar weg vindt.
    Toernooien drijven op slimheid van deelnemers, hun kennis van de zwakte bij de tegenstander, gebruikmakend van hun sexappeal om de jury te verleiden. Is dat interessant? De huidige Dichter des Vaderlands is een acteur die schitterend voordraagt, maar interessant is de vraag of zijn gedichten overleven op papier.
    Omdat hun elftal op een kampioenschap punten tekort komt verdwijnt het ballet van de individuele balkunstenaar. In dit verband ben ik een thuisdribbelaar. Je ziet mij bij wijze van spreken op het pleintje voor mijn huis urenlang oefenen. Af en toe maak ik een mooie manoeuvre en haal capriolen uit.
    In de jaren negentig liep ik talloze literaire avondjes af. Door heel het land. Na de zoveelste déjà vu besloot ik mijn tijd te besteden aan zelf iets behoorlijks op papier te krijgen. Dat is al moeilijk genoeg. Mocht dit op een zeker moment lukken dan begroet ik Bert en ook Mike (‘Aangenaam.’) graag. Tot die tijd moeten ze me missen op een slambijeenkomst.

    Hugo Zelders

  4. In het verhaal van Hugo Zelders herken ik veel van mezelf. Ook ik had dergelijke denkbeelden over slammers, voordat ik ze had ontmoet. Ook ik vond dat mensen als Bloem en Leopold meer waarde hadden. Dat er zoiets was als ‘de’ dichtkunst, en dat zich dat niet met performance moest vermengen. Ik ben intussen tot andere standpunten gekomen, omdat ik me ervoor heb open gesteld, zoals ik me ook voor ‘Gijs’ (niet Gijs Ter Haar uit het artikel) open stel die graag mijn luis in de pels is als jeugdvriend. Nog eens: ik beschouw dat als goed voor mijn ontwikkeling.
    Gijs ken ik als iemand

    Terug naar Hugo, die ik een ontzettend sympathieke kerel vind, en zou willen vragen om eens wat ingestudeerde dribbels te komen tonen op de slamavond.
    Verder schrijft hij een aantal in mijn ogen onjuiste dingen, bijvoorbeeld dat slam veel geld zou kosten. Dat doet het niet, in tegenstelling tot de Nacht van de Poezie en het Poetry Festival. Ook de beeldvorming over de slammers, die hij schept herken ik niet.
    Een andere veronderstelling is het dat poëzie en performance niet bij elkaar zouden passen. Zo zou de dichter des vaderlands gewogen moeten worden op basis van datgene wat op papier staat. Ik beschouw dat als een opvatting, maar niet als de enig zaligmakende. Ik denk dat poëzie meer is dan Hugo hier verwoordt.
    Daarstraks overigens nog even gezellig gebeld met Hugo. Zijn artikel is ‘tongue in cheek’ geschreven, ‘om een beetje te dissen’, zo liet hij weten. Dat is natuurlijk prima, maar neemt niet weg dat er een aantal zaken in staan die om een antwoord vragen.
    Wat ik heb beoogd is met dit artikel om de poëzie en de ‘slam’ dichter naar elkaar toe te brengen, en om het wat context te geven. Het valt mij keer op keer op dat slammers open staan voor zo’n ontwikkeling, terwijl veel vertegenwoordigers van de ‘echte dichtkunst’ liever wat afstand houden.
    Toch niet om in stilte te kunnen blijven dribbelen, en zichzelf wijs te kunnen blijven maken dat ze eigenlijk beter zijn dan Kaka of Messi?

  5. Dat hiphop en rap de ‘eerste slam’ zouden zijn, zoals muziekliefhebber Gijs wil, dat waag ik te betwijfelen. Ik verwees al naar Chabot, Johnny the Selfkicker en Alan Ginsburg, die tekstueel dichter staan bij de huidige generatie slammers dan de hiphoppers en rappers.
    Ik mocht vorig jaar het genoegen smaken, trouwens, om met Opgezwolle in een programma te staan in Zwolle. Chabot was daar ook. De jongens van Opgezwolle deden iets interessants: ze droegen hun teksten voor zonder muziek. Ik hoorde daar helder het verschil tussen slam en rap. Maar ook het experimentje van Opgezwolle mocht er zijn.
    Waaruit maar weer blijkt dat de grens van poëzie niet ligt bij Bloem, Hugo, of bij Bukowski, die we net als de slam ‘al jaren kennen’, Gijs. Er is heel veel poëzie. De ene is interessanter om naar te luisteren dan de andere. Maar ook hier geldt weer, dat dat per luisteraar verschilt. Net als bij Mulisch. De een vindt hem saai, de ander taai, een derde fraai.
    Zelf probeer ik voorzichtig te zijn met een oordeel over mensen die iets produceren of iets maken. Dat leerde ik van een oud-collega, Jan Berk, die afgelopen zaterdag overigens overleed. Jan had een diep respect voor schrijvers, musici en beeldend kunstenaars. ‘Je kunt wel een oordeel hebben, maar je weet toch nooit hoe iemand het bedoeld heeft? En uiteindelijk gaat het daar om.’
    Jan vond het belangrijk om te begrijpen hoe iemand tot zijn verhalen kwam. Ik vind het mooi om hem hier op deze manier nog even kort in de herinnering te roepen. Hij was een bijzondere man. Met een zeer bijzonder gevoel voor humor.

  6. Als poëzie uit de tenen komt en snaren raakt, is het poëzie, ongeacht of het uit het blote hoofd wordt voorgedragen, of van een pleerol of naar lelietjes-van-dale geurend merkpapier wordt gelezen. Slam of papier, wie geeft er nog een zier.
    Overigens ben ik net terug uit Düsseldorf, alwaar ik aan de Slam heb deelgenomen. Dat is pas entertainment! Met poëzie had het niet veel meer te maken; het was meer cabaret. Belangrijkste was dat je, inder-daad, het publiek wist te vermaken.
    Laten we blij zijn dat er op de nederlandse slampodia ook nog genoeg oog is voor gewoon goede poëzie.
    Slammen is leuk!

  7. Het verschil tussen slam-poëzie en ‘geschreven’ poëzie is het verschil tussen wandelen en dansen, waarbij opgevat moet worden dat wat voor de een een hardloopwedstrijd is, voor een tweede een macabere dans kan zijn en voor een derde een ommetje met als enige doel de hond te laten schijten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s